Magere jaren: boekenjaar 2023

Zijn het magere jaren? Ik krijg wel de indruk. Ik geef toe, ik lees nog steeds niet overdreven veel, maar toch wel wat. Afgelopen jaar best wat jeugdromans. Weinig Nederlandse literatuur – voor volwassenen, zeg ik daar maar even bij. Maar waar zijn de écht goede boeken? Ik lees zo veel wat toch een beetje tegenvalt. Nu hoef je mij niet uit te leggen dat pr-geweld vanuit de uitgever geen garantie is dat een boek echt goed is. Maar tegenvallen deden ze wel, de ‘grote’ titels van De Arbeiderspers van dit jaar. Ook veel andere boeken die ik las, waren niet loeigoed. Mijn favorieten dit jaar waren al wat oudere boeken.

Tegenvaller

In maart van dit jaar kwam de Nederlandse vertaling uit van Michel Houellebecqs laatste roman, Vernietigen. Ik las het in de zomer op vakantie. Wat opvalt: het is zo’n ander soort boek dan de eerdere romans die ik van Houellebecq las. Die waren eerder bijtend, scherp. Vernietigen niet. Het boek is aanzienlijk dikker dan vorige en kabbelt ook wat meer. Maar het kabbelen heeft wel een zeer deprimerende onderstroom. De vraag die tijdens het lezen opkwam was vooral wat deze roman wilde.

Michel-Houellebecq Vernietigen

We volgen Paul Raison en zijn familie. Raison werkt als rechterhand van de minister van Economische Zaken. Hij krijgt te maken met een reeks aanslagen en dreigende deepfake video’s van aanslagen. Op één van de deepfakes is te zien hoe de minister van Economische Zaken onthoofd wordt. Aanvankelijk denk je dat het gaat om de vraag wie erachter zit, maar dat blijkt gaandeweg secundair. Dan zijn er nog de aanstaande presidents­verkiezingen waarvoor deze zelfde minister in de race is. Houellebecq kan in deze verhaallijn zijn kritiek spuien op het niveau van de politiek dat dat van de entertainment niet echt overstijgt.

Toch lijkt deze roman niet daarover te gaan. Veel meer draait het om familie- en gezinsrelaties. Aanvankelijk lijkt Raison wat op eerdere hoofdpersonen: goede baan, maar kampend met een groot gebrek aan affectie. Een hersenbloeding van Raisons vader brengt hem dichter tot zijn echtgenoot. Ze waren praktisch gescheiden al leefden ze samen in hetzelfde huis. Ook de banden tussen broers en zussen worden aangehaald. Houellebecq beschrijft het met een mildheid die in eerder werk moeilijk te ontdekken is.

Maar – ik schreef het al – wat een deprimerend verhaal is het: werkelijk alles moet en zal kapot in dit boek. In zekere zin is het een nieuwe Houellebecq, maar dan toch ook niet zijn beste.

Niet echt onder de indruk

Ilja-Leonard-Pfeijffer-AlkibiadesDe vakantie stond in het teken van dikke boeken. Zo las ik ook de nieuwste baksteen van Leonard Pfeijffer getiteld Alkibiades. Eerder schreef ik over dit boek en ik was er niet kapot van. Het was traag, zeker de eerste driehonderd pagina’s. Pfeijffer deed wel erg zijn best om de oude Griekse schrijvers te evenaren in bloemrijk taalgebruik. Maar anders dan Pfeijffers eerdere werk zoals Het grote baggerboek (welbeschouwd een stijloefening die een roman is geworden) wil Alkibiades ons een spiegel voorhouden over de kwetsbaarheid van de democratie. De vijfde eeuw voor Christus is Pfeijffers spiegel voor ons heden. Op het moment dat ik dit schrijf gaan vier partijen met elkaar bespreken of overeenstemming kan worden bereikt over het waarborgen van de grondwet, grondrechten en democratische rechtsstaat. Alle reden dus voor zo’n boek, maar mijn bezwaar is toch dat Pfeijffer ook niet heel veel nieuws daarover te zeggen heeft.

Ook mee op vakantie was de grote literaire hit van vorig jaar: De diepst verborgen herinnering van Mohamed Mbougar Sarr. De roman won de Prix Goncourt en stond vaak in lijstjes met de beste boeken van 2022. Ik moet zeggen: het is een ideaal vakantieboek. Het leest vlot, Sarr is behendig in het doseren van informatie waardoor je wilt blijven lezen en het appelleert aan de liefde voor boeken. In deze roman gaat de hoofdpersoon op zoek naar een verloren gewaand boek dat een meesterwerk moet zijn. Heerlijk op de camping, maar misschien bevat het ook te veel bekende topoi om de hooggespannen verwachtingen die ik ervan had waar te maken.

Echt de moeite waard

Magere jaren dus. De boeken die ik dit jaar echt de moeite waard vond, zijn al wat ouder. Allereerst was daar de Bijbel. Nu ja, De Bijbel voor ongelovigen van Guus Kuijer. Dit boek bevat alle zes eerder uitgekomen delen, waarvan Genesis meer dan tien jaar geleden verscheen. Kuijers hervertelling van het Oude Testament is grappig; hij speelt  graag met de ruimte tussen geloof en ratio. In het scheppingsverhaal:

In het begin waren we [Adam en Eva, jh] door het dolle heen, toen volgden er jaren van tevredenheid en ten slotte sloop als een luie kat de verveling binnen. Het leven was te gemakkelijk en alles mocht. Al die jaren liet God niets van zich horen, maar toen ik dacht: er zou eigenlijk iets verboden moeten zijn, was hij er als de kippen bij. […]
‘Er moet iets verboden worden, want als er iets verboden is, is er verleiding en als er verleiding is, ontstaat er spanning en als er spanning is, is er geen verveling.’
God zweeg zo lang dat ik bang werd dat ik hem had overbluft met mijn gedachtegang. Het was me langzamerhand wel duidelijk dat je God de mond kon snoeren door zelf na te denken.

Genesis is inmiddels uit, nu bezig in Exodus. Met totaal een kleine dertienhonderd pagina’s kunnen we de komende jaren nog voort.

De wreedheid van de vos

Een ander boek dat ver boven het gemiddelde uitstak kwam wel uit dit jaar. En tegelijkertijd is het al eeuwenoud: Vanden vos Reynaerde, omstreeks 1260 geschreven door Willem. Dit jaar kwam er een nieuw boek uit over en met dit verhaal, van de hand van Frits van Oostrom. Van Oostrom nam eerder dit jaar afscheid als universiteitshoogleraar en sloot zijn carrière af met het prachtboek De Reynaert – Leven met een middeleeuws meesterwerk. Het is een wat curieus boek geworden, omdat het van alles wat wil zijn: een persoonlijk verslag van zijn eigen kennismaking met het middeleeuwse verhaal op de middelbare school, een overzicht van de wetenschappelijke bestudering van het werk in Nederland en Vlaanderen, een synthese van de laatste wetenschappelijke commentaren op het verhaal én een nieuwe editie van de Middelnederlandse tekst.

Frits van Oostrom - De ReynaertVoor zo’n boek moet je wel een behoorlijke middeleeuwenfanaat zijn, maar dat ben ik ook. In het dagelijks leven valt het misschien nog niet meteen op, maar op school is dit meteen duidelijk voor collega’s. Meermaals heb ik klassen les gegeven over dit verhaal, en met groot plezier. Maar leerlingen hoeven, bij ons althans, niet de hele tekst in het Middelnederlands te lezen. We hebben mooie edities, zoals die in de reeks Tekst in Context, maar ook daarin worden passages samengevat. Of daarmee een goede reden gegeven is, weet ik niet, maar ik had dit verhaal ook nog nooit integraal in het Middelnederlands gelezen! Tot deze zomer dus, met dit boek van Van Oostrom. Met name de pagina’s commentaar zijn steengoed, en prettig geschreven. Het maakt dat je daarna makkelijk de corresponderende verzen in het Middelnederlands kunt lezen.

Met De Reynaert zijn niet alle raadsels rond deze middeleeuwse tekst opgelost. We weten nog steeds niet goed wie de schrijver Willem nu was en daarmee blijft een interpretatie een beetje speculeren: zoals het een goed literair werk betaamt is het ambigu. Wat deze lezing me vooral leerde is hoe wreed Reynaert eigenlijk is. Dat hij zijn belagers Isengrijn, Bruun en Tibeert een loer wil draaien, akkoord, maar dat hij het ook zijn maîtresse(?) Hersinde laat ontgelden door de huid van haar poten te laten stropen…

Van Oostrom schreef een fantastisch boek over een meesterwerk. En ik durf te zeggen: niet alleen voor de vakidioot zoals ik.

Onbetwist meesterwerk

Het andere onbetwiste meesterwerk van dit jaar was De tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa. Het boek kwam uit in 1958, maar speelt een eeuw eerder. Het is de tijd van het Risorgimento, de eenwording van Italië. Terwijl Garibaldi met zijn mannen door het land trekt, probeert de oude Siciliaanse adel stand te houden. Generatie op generatie hebben de adellijke families de macht gehad met het geld van hun land. Indien nodig verkochten ze een stukje. Maar niet alleen de politieke situatie verandert; er komt ook een nieuwe klasse op. Het verzet hiertegen is onmogelijk en dat ziet don Fabrizio, prins van Salina, ook. Hij voelt zich oud, maar in zijn neefje ziet hij de nieuwe tijd aangekondigd.

Dit neefje Tancredi spreekt de legendarische woorden: ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden’. Alleen al om deze zin is de roman de moeite waard, want ook het devies voor deze tijd. Als de mens nog een beetje een leefbare wereld willen houden, zal onze complete manier van leven anders moeten.

Nouveau riche

Don Fabrizio is erg gesteld op zijn neeftje Tancredi en hij ziet voor hem een grote toekomst in het nieuwe Italië. Om hem die kansen te geven, blokkeert hij een huwelijk met zijn eigen dochter Concetta. Zij zal hem te weinig te bieden hebben, weet hij. In plaats daarvan geeft hij zijn zegen aan een huwelijk met Angelica, de dochter van burgemeester don Calogero Sedàra. Deze Calogero heeft veel geld verdiend, meer zelfs dan de Salina’s, maar heeft niet de verfijnde manieren van de oude adel.

Wanneer Angelica haar intrede doet in de familie, heeft ze moeten leren wat de zeden zijn in deze kringen en wat de juiste dingen zijn om te zeggen. Dát leert ze, maar echte smaak zal ze nooit krijgen. Tomasi beschrijft het meesterlijk, vooral door de laatste toevoeging:

Angelica had veel geleerd van haar uitvoerige bezoeken aan het paleis van Donnafugata, en dus bewonderde ze die avond elke gobelin maar zei erbij dat die in het Pittipaleis mooiere randen hadden. Ze prees een Madonna van Dolci maar wees erop dat de melancholieke gelaatsuitdrukking beter getroffen was op die van de groothertog. Zelfs van het stuk taart dat een attente jongeheer haar bracht zei ze dat het vootreffelijk was, bijna even goed als die van ‘monú Gaston’, de kok van de Salina’s. En aangezien monsú Gaston de Rafaël onder de kos was en de gobelins van het Pitti de monsú Gaston onder de wandtapijten, had niemand daar iets op aan te merken, maar was het zelfs zo dat iedereen zich gevleid voelde door de vergelijking en reeds die avond begon Angelica haar faam te verwerven, de faam van hoffelijk maar onverbiddelijk kunstkenner, die haar abusievelijk zou blijven aankleven, haar hele leven lang.

Don Fabrizio ziet de teloorgang aan en laat het. Wanneer hij als oude aristocraat een positie krijgt aangeboden in de senaat van het nieuwe land, weigert hij. Het zal zijn tijd wel duren. Het levert een prachtig boek op over ondergang en verandering in een fenomenale stijl (met dank aan de mooie vertaling van Anthonie Kee). Om te herlezen!

De beste boeken die ik dit jaar las waren alweer wat ouder. En het klopt: ik kijk al enige tijd uit naar nieuw werk van mijn meest geliefde schrijvers. Het goede nieuws: volgend jaar nieuw werk van Marijke Schermer en – eindelijk – een tweede roman van Patricia Jozef.

Michel Houellebecq – Vernietigen | vert. Martin de Haan | gebonden, 574 p. | 1e dr. De Arbeiderspers

Ilja Leonard Pfeijffer – Alkibiades | gebonden, 944 p. | 1e dr. De Arbeiderspers

Mohamed Mbougar Sarr – De diepst verborgen herinnering van de mens | vert. Jelle Noorman | paperback, 464 p. | 2e dr. Atlas Contact

Guus Kuijer – De Bijbel voor ongelovigen | harde kaft, 1288 p. | 2e dr. Athenaeum–Polak & Van Gennep 

Frits van Oostrom - De Reyanert. Leven met een middeleeuws meesterwerk | harde kaft, 592 p. | 2e dr. Prometheus

Giuseppe Tomasi di Lampedusa | De tijgerkat | vert. Anthonie Kee | gebonden, 268 p. | 4e dr. Athenaeum–Polak & Van Gennep

 

3 gedachten aan “Magere jaren: boekenjaar 2023”

  1. Ik wilde al zeggen: misschien moet je wat meer vrouwen lezen, maar aan het eind zie ik dat je dat ook van plan bent. Aan Pfeiffer begin ik niet (heb ooit een kort verhaal van hem gelezen en dat was meer dan genoeg) en in dat boek van Mohamed Mbougar Sarr ben ik gestrand.

    Zelf heb ik ook het gevoel minder toppers tegen te komen. En ik vraag me af of ik strenger ben geworden, wellicht doordat ik al zo veel heb gelezen. Dan moet er misschien meer gebeuren om indruk te maken. En soms zijn de verwachtingen te hoog en dan kan het haast niet anders dan tegenvallen.

    1. Meer vrouwen lezen kan altijd, maar ik vind het iets te kort door de bocht om het daaraan te wijten. Ik heb namelijk afgelopen jaar ook werk van vrouwen gelezen waar ik hoge verwachtingen van had: Spring van Ali Smith, maar daarin ben ik gestrand en Het licht in de stad van Inge Schilperoord maakte ook de verwachting niet waar, bijvoorbeeld. Of net nog Moeders. Heiligen van Dieuwertje Mertens (al is dat weer een verhaal apart: ik ken de werkelijkheid achter het boek net iets te goed om dit als puur literair werk te lezen.

  2. Mijn leestip: Pauline Peyrade met “The age of destroying” (2023, uitgeverij Vleugels). Het boek is uit het Frans naar het Nederlands vertaald door Kiki Coumans. De Engelse titel is ontleend aan Virginia Woolf, A Writers Diary: The age of understanding, the age of destroying – and so on. Een van de beste boeken die ik ooit heb gelezen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blijf op de hoogte