Puzzelen met Mulisch

Mulisch - SiegfriedIk was nooit een groot fan van Mulisch. Twee boeken had ik van hem gelezen: Twee vrouwen en De Aanslag. Voor het eerste was ik denk ik te jong om het helemaal te begrijpen. Dat er iets was met een Orpheusmyhte bijvoorbeeld, was me geheel ontgaan. De Aanslag vond ik gewoon een  vervelend boek. Constant word je door Mulisch op zijn eigen briljante vondsten gewezen. De symbolische namen van de huizen in de straat waar de aanslag plaatsvindt: knap hoor.

Sindsdien heb ik Mulisch altijd maar links laten liggen –hoewel er natuurlijk altijd nog zacht gefluisterd wordt dat ik misschien, toch, me moet zetten tot De ontdekking van de hemel. Ook zei een vriend eens dat hij Siegfried wel goed vond. Vooruit, ik zag het liggen voor drie euro. Wie weet geeft het me een ander idee over Mulisch.

Siegfried

In Siegfried gaat het alter-ego van Mulisch, de schrijver Rudolf Herter, naar Wenen om over zijn romans te praten op een culturele manifestatie van de ambassade. In Wenen krijgt hij de inval om het allergrootste Kwaad te willen vangen in fictie: hij neemt zich voor een roman te schrijven over Adolf Hitler. Want anders dan dictators als Stalin en Mao is Hitler een mysterie, ondanks de vele studies die er over hem verschenen zijn. Wat de psychologie, sociologie, geschiedschrijvers en alle anderen niet is gelukt, is het verklaren van Hitler. En Herter zal het door middel van fictie proberen.

Maar via de oud-bedienden van Hitlers verblijf op de Obersalzberg, het echtpaar Falk, hoort Herter een verhaal dat de fictie overtreft. Hitler heeft in het geheim, vertelt de heer Falk, een zoon gehad van Eva Braun. Het echtpaar Falk had de taak om te doen alsof het hun zoon was en het jongetje, Siegfried geheten, op te voeden. Mulisch schrijft met Siegfried een roman waarin hij een ingenieus spel speelt met fictie en werkelijkheid. In eerste instantie was Herter in de roman van plan een boek te schrijven waarin hij Hitler in een extreme, hypothetische situatie plaatst en zo het experiment aangaat. Na het horen van het verhaal van Falk komt hij tot de conclusie dat de werkelijkheid (dat wil zeggen: de werkelijkheid bínnen de roman Siegfried) extremer is dan de fictie.

“Hij…hij…hij was hier.”

Tegelijkertijd is Siegfried natuurlijk een fictionele roman van Mulisch, maar voor het schrijven van deze roman heeft Mulisch wel geput uit de studies over Hitler. Naar eigen zeggen heeft hij 1, 75 aan boeken over zijn onderwerp staan. Een en ander daaruit is in de roman terecht gekomen. Falk beschrijft op een gegeven moment hoe hij Hitler ’s nachts aantrof terwijl hij nog half in een nachtmerrie zit:

‘(…) gutsend van het zweet, met blauwe lippen, zijn haar in de war, en met een van angst vertrokken gezicht kijk hij mij aan. Nooit zal ik vergeten wat hij zei: “Hij…hij…hij was hier.”’

Bij lezing viel me deze passage met name op: ik heb dit namelijk eerder gelezen. Tien jaar geleden in het boek Gesprekken met Hitler van Hermann Rauschning (vertaling 2003; voor het eerst uitgekomen in 1939/1940). In dit boek waarschuwt Rauschning  voor het gevaar van Hitler. Hij doet dit door zijn gesprekken met Hitler weer te geven waarin deze zijn plannen ontvouwt. In een passage beschrijft Rauschning een nachtmerrie van Hitler. Ook ‘druipnat van het zweet’, ook ‘de lippen blauw’ en exact dezelfde woorden van Hitler. Alleen: het boek is hoogst onbetrouwbaar. Rauschning legt Hitler woorden in de mond uit een aantoonbaar andere bron. En als ik me niet vergis (ik heb niet meer in mijn hoofd waar ik het gelezen heb) komt de beschrijving van de nachtmerrie uit een verhaal van Guy de Maupassant. Een historische bron voor een fictieve beschrijving van Hitler – kijk aan. Leuk detail is natuurlijk dat Rauschning over die nachtmerrie schrijft (hij heeft het van horen zeggen): ‘De man beschreef een scène waarvan ik niets had geloofd als het uit een andere bron was gekomen.’

Filosofische rebus

weliswaar ‘doodt’ Herter het kwade wezen, maar de angst voor Hitler valt als het lindenblad op zijn schouders

Maar terug naar Siegfried: het jongetje wordt, pas een paar jaar oud, in opdracht van Hitler gedood, wanneer het einde van de oorlog nadert. Hiermee openbaart zich voor Herter het mysterie. Voor de lezer nog niet, maar Mulisch heeft dan nog zo’n tien pagina’s filosofiecollege in petto om het fijn uit te leggen. Augustinus, Thomas, Hegel, Kierkegaard, Heidegger, Carnap, Sartre, Meister Eckhart, Rudolf Otto, Nietzsche, Anselmus van Canterbury, Kant, Wittgenstein, Plato, Marx, Schopenhauer: ze komen allemaal langs – vergeet ik nog iemand? Het college leidt tot Herters conclusie: ‘“(…) een echt ontologisch bewijs voor de stelling, dat Hitler de  manifestatie was van het niet-bestaande, nietigende Niets.’” Denk hier gerust even over na.

Ik zie deze conclusie niet helemaal volgen uit het verhaal van het echtpaar Falk over Hitlers zoon. Ik vind Hitler niet meer of minder verklaard dan voor dit boek. In ieder geval is het weer een roman van Mulisch waarin hij een romanwereld opbouwt als een ingenieuze puzzel. Verschillende elementen uit de roman passen keurig in elkaar via spiegelingen Mulisch verweeft het mythische knap met de werkelijkheid. ‘Siegfried’ is meer dan de naam van Hitlers zoon. Het is een terugkerend motief in de roman. Ook Herter past hierbinnen: weliswaar ‘doodt’ hij het kwade wezen, maar de angst voor Hitler valt als het lindenblad op zijn schouders. Nog voor hij zijn nieuwe inzichten in Hitler heeft kunnen verwerken in een roman sterft hij aan een hartaanval. Zijn laatste woorden zeggen genoeg: ‘…hij…hij…hij is hier…’.

Het is een roman met vaart geschreven. Sommige delen ook spannend, maar toch is niet het soort roman waar ik van houd. Mulisch maakt er weer te veel een puzzel van die hij niet nalaat zelf ook weer op te lossen. Tja, literatuur is geen rebus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *