De fictie van een troonopvolger

De Vries - De republiekJPG

‘Ik was geen academicus; mijn talent lag in het omdraaien van alinea’s, het verbeteren van interpunctie.’ Aan het woord is Friso de Vos, hoofdpersoon in Joost de Vries’ nieuwe roman De republiek. Friso is hoofdredacteur van De Slaapwandelaar, tijdschrift voor Hitlerreportages sedert 1991, maar bovenal persoonlijk assistent van Josip Brik, popfilosoof en professor in de Hitlerstudies. Wanneer Brik komt te overlijden, gaat Friso er automatisch van uit dat hij Briks troonopvolger is. Maar van erfopvolging blijkt geen sprake: de buitenwereld verkiest misschien wel ene Philip de Vries. Na de dood van de koning volgt de republiek.

Josip Brik is een Slavoj Žižekachtige geleerde, inclusief slissend Engels, met aanstellingen aan Cornell University en Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderwerp in de Hitlerstudies is niet de historische figuur, maar de representaties van Hitler in de (pop)cultuur. Denk hierbij niet alleen aan de vele oorlogsfilms, maar ook aan een conferentie over ‘Hitler and the sick joke’ en het onderzoeksonderwerp Hitlerporno.

Bruno Ganz in Der Untergang
Bruno Ganz in Der Untergang

Acteurs spelen niet Hitler, maar Bruno Ganz die Hitler speelt in Der Untergang. Wanneer we aan Mengele denken, zien we niet Mengele voor ons, maar Gregory Peck in The boys from Brazil. Dat er intussen meer films, documentaires en kunstwerken over de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt dan er slachtoffers in zijn gevallen, is niet alleen een wrange uitspraak van Josip Brik, waarin ook de rechtvaardiging schuilt van zijn onderzoeksobject, het vormt ook een rode draad door De republiek.

Verbeelding of fantasie?

Friso kan de memorialdienst voor Brik in de VS niet bijwonen. In plaats van hem is er de jonge Philip de Vries die een toespraak houdt. Dezelfde Philip de Vries die in een populaire Nederlandse talkshow over zijn relatie met Brik mag komen vertellen na diens overlijden. Friso is Briks assistent in de VS, Philip lijkt die rol in Nederland te vervullen. Ze zijn elkaars evenbeeld, ook qua uiterlijk, maar kennen elkaar niet. Philips optredens vervullen Friso met afgunst: waarom hij en niet ik? In zijn verbeelding maakt Friso van Philip een onhebbelijk en pretentieus figuur, volledig ongeschikt om zich over de nalatenschap van Brik te ontfermen.

Friso kan het bijvoorbeeld niet nalaten om Philip in gedachten te verbeteren, na hem te hebben horen praten over Briks interesse in de fantasie:

‘Eerst was er de oorlog, daarna het verhaal van die oorlog. De oorlog was erg, maar het verhaal maakte het nog veel erger.’ Het verschil tussen de oorlog en het verhaal werd ingekleurd door onze verbeelding. Met alle uitvergrotingen, blauw- en wittinten en verzwijgingen die daarin besloten liggen en zoveel over ons weggeven. Daar ging het hem [Brik, jh] om. Niet om fantasie. Fantasie is zwerkbal en de Witte Toren van Gondor en eenhoorns die onder regenbogen galopperen en Brik interesseerde zich niet voor eenhoorns.

Op een interessante manier gaat De republiek in discussie met zichzelf. Want Friso de Vos mag de fantasie af serveren, Joost de Vries doet dat net niet: hij stopt zijn roman juist weer vol verwijzingen naar onder andere Harry Potter en de wereld van Tolkien. Om met hetzelfde gemak Brik te laten zeggen: ‘Die literaire verwijzingen lijken misschien belezen, maar suggereren ze niet ook een gebrek aan originaliteit?’

Fictie verdringt de werkelijkheid

Uiteraard moet het een keer tot een ontmoeting tussen de twee jongens komen, maar niet dan nadat Friso zich voor Philip begint uit te geven. Op een congres in Wenen wordt hij eerst abusievelijk aangezien voor Philip en het brengt hem op het idee om Philip in diskrediet te brengen door zich als Philip belachelijk te gedragen. De fictie verdringt de werkelijkheid op een verdubbelde manier: Friso speelt niet Philip, maar zijn verbeelding van Philip – en niemand die het door heeft. ‘Waarom zaten deze gasten niet op Facebook en wisten ze niet wie ze voor zich hadden?’ vraagt Friso zich op een gegeven moment af. Wat een prachtige ironie dat uitgerekend Facebook, het medium waarop iedereen zijn eigen werkelijkheid vormgeeft, nu wordt aangeroepen om de waarheid te achterhalen!

De fictie verdringt de werkelijkheid op een verdubbelde manier: Friso speelt niet Philip, maar zijn verbeelding van Philip

En Friso geeft ook zijn eigen werkelijkheid vorm. Steeds moet de lezer zich af blijven vragen wat er waar is van het verhaal en welke zaken Friso mooier maakt dan ze zijn. ‘Ik ontmantelde conflicten, ik creëerde ze niet,’ zegt hij over zichzelf. Dat valt volgens mij te betwijfelen. En zo kun je meer betwijfelen: Friso acht zichzelf als enige geschikt om zich te ontfermen over de intellectuele erfenis van Brik, maar is hij, ondanks zijn universitaire opleiding, inderdaad tot veel meer in staat dan zijn veredelde secretaressebaan? Is hij niet net als Philip hooguit een handige prater die met wat jargon heel wat lijkt?

Hoe meer passages ik herlees en hoe langer ik erover nadenk, des te boeiender De republiek wordt. Dat is geen geringe verdienste, maar tegelijk schuilt daarin voor mij ook een zwakte van de roman. Bij eerste lezing had het boek me namelijk niet te pakken. Daarvoor kwamen de personages te weinig tot leven. Het bleven figuren in een verhaal. Maar ja, dit schrijf ik dan over een roman waarin de fictie op alle terreinen de werkelijkheid begint te overschaduwen…

Joost de Vries – De republiek
A4, 256 p.
drukproef, Uitgeverij Prometheus

Deze recensie is geschreven voor Recensieweb en ook aldaar te lezen.

Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *