De beste boeken die ik in 2020 las

Meer gelezen dan ooit, dit jaar. En daar minder over geschreven dan ooit. Wordt mijn lijstje met de boeken die ik dit jaar het beste vond dan ‘beter’? Dat natuurlijk niet; de uitbreiding zit immers altijd aan de onderkant. Maar moeilijker kiezen wordt het wel. De neiging om een aantal eervolle vermeldingen te doen, weersta ik. Juist omdat ik selectiever wordt in waarover ik wil schrijven, is het meerzeggend als ik besluit over een boek te schrijven. Beschouw alles waar ik over geschreven heb dus gerust als aanbeveling. Maar drie boeken staken er net iets verder bovenuit.

De kleine prins

De Kleine PrinsLaat in het jaar gelezen, en onlangs nog wat over geschreven. Een prachtig klein boekje vol wijsheid en humor. Verbazingwekkend trouwens dat het zo vaak wordt aangezien voor kinderboek. Misschien vanwege de eenvoud – maar dat zou toch een vergissing zijn. Misschien omdat Antoine de Saint-Exupéry in het voorwoord schrijft dat hij hoopt dat kinderen hem zullen vergeven dat het boek aan een volwassene is opgedragen. Zou kunnen, en het is ook wel voor kinderen te lezen, of beter nog: voor te lezen, maar geen volwassene hoeft zich hiervoor te oud te voelen. De ironie is alleen, vrees ik, dat zij die zich wel te oud voelen, juist degenen zijn die het nodigst De Kleine Prins moeten lezen.

Lees hier wat ik nog meer schreef over De Kleine Prins.

Verrassing

Twee jaar geleden las ik voor het eerst een verhaal van Etgar Keret, en dat is denk ik het beste korte verhaal dat ik ken. Begin dit jaar las ik de rest van de bundel, Verrassing. En Etgar Keret reken ik tot mijn grootste literaire ontdekkingen van… misschien wel ooit. Ik ken niemand die schrijft zoals Keret. Zo subtiel gelaagd, zo ongelofelijk grappig, zo totaal krankzinnig en zo vrolijk stemmend – hoe tragisch sommige verhalen toch ook zijn.

Etgar Keret - Verrassing Het begint meteen al in het eerste verhaal uit deze bundel, ‘Ineens wordt er aan de deur geklopt’. ‘“Vertel me een verhaal,” beveelt de man met de baard die op de bank in mijn woonkamer zit,’ begint het verhaal. Het eerste heikele punt is dat de ik-figuur in het verhaal verhalen schrijft, niet vertelt. De laatste aan wie hij een verhaal vertelt had, was zijn zoontje. Maar die vroeg het in plaats van te bevelen. Bovendien had zijn zoontje geen baard, ‘en evenmin een pistool.’

En zo begint de schrijver te vertellen over twee mannen die in een kamer zitten. Ineens wordt er aan de deur geklopt, gaat de vertelling verder. Wat prompt in het verhaal van Keret óók gebeurt. Dit tot onvrede van de man met het pistool, want die wil er geen anderen bij hebben. De tweede man, die aan de deur, komt erbij, en de schrijver vertelt verder, wanneer er nog een keer aan de deur wordt geklopt. Schitterend hoe Keret zo’n eenvoudig gegeven met humor beschrijft en fictie werkelijkheid laat worden, niet op een metaforische manier maar letterlijk.

Hetzelfde gebeurt in het briljante verhaal ‘Leugenland’ waarin Roevi geconfronteerd wordt met alle leugens die hij in zijn leven heeft verteld. In niet meer dan twaalf pagina’s vertelt Keret een verhaal over leugens, spijt, schrijven en onderwijl is het ook nog een liefdesverhaal. De werkelijkheid en de wildste fantasie lopen in de verhalen van Etgar Keret door elkaar. Eerlijk gezegd is het lang niet altijd fantasie. De werkelijkheid is krankzinnig genoeg van zichzelf. Keret ziet het, en schrijft het op. Zoals niemand anders dat doet.

Etgar Keret – VerrassingPitom Dfika Ba-Delet, vert. Adriaan Krabbendam en Ruben Verhasselt | paperback, 254p. | 2e dr. Uitgeverij Podium

The Nix

Het derde boek dat dit jaar grote indruk maakte is eigenlijk een onwaarschijnlijke. Ik huldig de opvatting dat dunne boeken beter zijn dan dikke, en The Nix van Nathan Hill telt een goede 630 pagina’s. Het is een roman die barst van de ambitie en ook nog eens een debuut. Je zou bijna denken dat het hopeloos fout moet gaan, en daar zijn ook genoeg mogelijkheden voor, maar dat het juist niet misgaat, en alle 630 pagina’s een klein feest zijn om te lezen, maakt dit zo’n sterke roman. Natuurlijk, in zo’n omvangrijke roman zitten passages die er met gemak uit hadden gekund – dat dat in dunne boeken juist niet kan verklaart precies mijn liefde daarvoor – maar nergens verveelde het.

De roman begint met de 61-jarige Faye Andresen-Anderson, die overal op het nieuws komt, wanneer ze stenen gooit naar de republikeinse gouverneur. Om haar in de rechtszaak bij te staan zoekt haar advocaat haar zoon om te getuigen van haar goede inborst. Deze Samuel, nu 34 jaar oud, is een gefrustreerde docent Engels op een universiteit. Hij brengt zijn dagen door met het computerspel World of Elfscape en gepieker over zijn, uiteraard misgelopen, jeugdliefde Bethany. Hij voelt zich verraden omdat zijn moeder het gezin verlaten heeft toen hij elf jaar was. Bovendien hangt hem een financieel debacle boven het hoofd. Tien jaar eerder heeft hij een flink voorschot gekregen voor een boek dat hij nooit geschreven heeft. Het voorschot moet hij terugbetalen, tenzij hij nu met het schandaal rond zijn moeder een onthullend boek over haar schrijft. Met een eigen agenda stemt Samuel in met een hereniging met zijn moeder.

Nathan Hill - The NixMet Samuel en Faye als centrale personages verbindt The Nix de studentenprotesten in Chicago in 1968 met 2011. Nathan Hill schrijft behendig en is vaak genoeg een wijsneus. De invloed van David Foster Wallace is duidelijk merkbaar in humor, toon, stijl en de manier waarop hij de hedendaagse cultuur bekritiseert met prachtig satirische passages. Het zou gemakkelijk tot een onuitstaanbare roman kunnen leiden als hij dit alles niet had weten te vergezellen van mooie psychologische tekeningen van zijn personages. Hun al te menselijke onvermogens maken gemaakte keuzes meer dan voorstelbaar.

Nathan Hill laat zijn verhaal veel kanten op uitwaaieren en brengt dit aan het einde ook allemaal bij keurig elkaar. Te keurig? Tja, er blijken aan het einde wel veel dwarsverbanden tussen alle personages. Maar om Hill nu te verwijten dat hij een prachtige knoop weet te leggen met alle draden van zijn verhaal? Nee, het vereist wat van je bereidheid om je ongeloof op te schorten, maar na zo’n grootse roman was die bereidheid er volkomen.

Nathan Hill – The Nix | paperback, 630p. | 1e dr. Alfred A. Knopf

2 gedachten over “De beste boeken die ik in 2020 las”

  1. Het zou goed kunnen dat ik dit jaar ook maar een kleine selectie in mijn jaaroverzicht zet, ook al is het aantal gelezen boeken weer groter dan vorig jaar. Goed idee om weer eens wat van Etgar Keret te lezen. De Nix was het niet voor mij, deels door de vertaling, deels door de irrelevante zijstraatjes. Het zal een kwestie van smaak zijn.

    1. Wat las jij van Keret? En The Nix, het kan natuurlijk goed dat het niets voor jou is. Wat ik er zo knap aan vind, is dat al die zijpaden misschien wel weggelaten konden worden, maar niet irrelevant zijn (vond ik althans). Hill laat alle kanten van de olifant zien, om bij de parabel uit het begin van het boek te blijven, en laat vervolgens zien dat het geheel uit al die verschillende beelden bestaat. Maar het is zoals ik al schreef: een boek waarin het heel makkelijk fout kan gaan. Voor jou ging het dat, voor mij ging het goed.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *