Omdat het maar eens voorbij moet zijn

Over Quarantaine. Dagboek in tijden van besmetting van Ilja Leonard Pfeijffer

Ilja Leonard Pfeijffer - Quarantaine‘De parasols op Piazza delle Erbe zijn uitgeklapt. De tafeltjes staan ver uit elkaar, maar Stella mag aan mijn tafeltje zitten onder de zoemende zomeravondlucht.’ Het 25 juni 2020 en met deze aantekening sluit Ilja Leonard Pfeijffer de een-na-laatste dag van Quarantaine af, zijn dagboek in tijden van besmetting. De eerste aantekening begon hij op 9 maart. Vanuit zijn woonplaats Genua zag hij van dichtbij hoe Noord-Italië de eerste grote brandhaard van het virus in Europa werd. ‘Ik moet toegeven dat ik het virus aanvankelijk had onderschat.’

Selfie

Op het omslag van Quarantaine staat Ilja Leonard Pfeijffer met een mondkapje. Het is een selfie die hij nam op 21 maart, de eerste dag dat hij er een droeg. Of het zo bedacht is, weet ik niet, maar ik zie in dit omslag een knipoog naar Pfeijffers vorige Privé-domein deel Brieven uit Genua. Hij omschreef die brieven als selfiestick-literatuur en in zekere zin is Quarantaine dat ook. Noem het vervolg, zij het veel minder dik – een appendix van kattebelletjes. Een dagboek bijhouden over een quarantaine waarin alle dagen eender zijn is een opgave. Pfeijffer kwijt zich mooi van die taak, maar deze columns (ze verschenen in NRC en De Standaard) hebben ontegenzeggelijk ook een behoorlijk selfiestick gehalte.

Stilistisch is er echter een groot verschil met Brieven uit Genua. De columns zijn slechts anderhalve pagina lang en veel soberder geschreven. Pfeijffer heeft zeker meer te bieden, maar stijl is wel een belangrijke reden waarom ik hem graag lees. Slechts een enkele keer tref je hier een uitbundige zin aan zoals je van hem gewend bent.

Waar voorheen honderd zitplaatsen waren aan de tafeltjes en op vrolijke vrijdagavonden nog eens minstens honderd uitgedoste meisjes en uitgelaten jongens met veelkleurige cocktails in hun hand bijeengeklit stonden te flirten en te dromen van een avontuurlijke slaapplaats, zal onder het kille regime van de virologen plek zijn voor precies zestien gasten, wier hunkeringen en hormonen zullen zijn ingekapseld door schermen van plexiglas.

Omkijken

Het lezen van Quarantaine deed me vooral omkijken. Het leven vóór corona mag ver weg lijken, het begin van de pandemie is dat ook. Een jaar geleden stonden er overal beren in de vensterbank. Het water in Venetië was helder. Je mocht met maar drie personen op bezoek. Je waste je handen. Albert Camus stond in de bestsellerlijst – lezen, wat moest je anders? Legpuzzels waren een mainstream hobby. Onder het mom van ‘tussen kunst en quarantaine’ deden mensen een kunstwerk na. Een mondkapje was nergens voor nodig. Je kreeg e-mails met poëzie toegestuurd. Mensen zonder vitaal beroep werkten thuis.

Het was ook rond deze tijd een jaar geleden dat ik met K. een rondje door de binnenstad ging rennen, de grachten af. De hoefijzers zouden het vast goed doen op haar Strava. Het was een warme lenteavond, de stad was leeg. Geen toeristen, geen verkeer, de kantoren donker; bewoners maakten er een genoeglijke avond buiten van, een bankje op een vrije parkeerplek. Het stilgevallen leven was een nieuwe realiteit die ons een moment van reflectie bood. Overal doken mensen op in kranten of op tv om uit te leggen dat – ja, het is vreselijk, maar – deze crisis een kans bood.

Ingrijpende gebeurtenis

‘In de eerste zin van zijn verslag van de Peleponnesische Oorlog zegt Thucydides dat hij meteen bij het uitbreken van het conflict is begonnen te schrijven omdat zijn inschatting was dat de gebeurtenissen ingrijpend zouden zijn,’ schrijft Pfeijffer op 20 april en met eenzelfde gedachte begon hijzelf ook te schrijven. Zijn de gebeurtenissen ingrijpend? Zeker. En ondanks de in recordtempo ontwikkelde vaccins zullen we nog wel even met het virus moeten leven. De eerste berichten over coronabesmetting met de zogeheten Indiase variant na inenting  kwamen vorige week. Thucydides beschrijft hoe een plaag in het tweede jaar van de oorlog de machtsbalans in de Griekse wereld voorgoed veranderde. Of de balans in ons leven door corona blijvend verandert, betwijfel ik.

Wat we het vorig jaar nog het ‘nieuwe normaal’ noemden, laat zich inmiddels moeilijk onderscheiden van het ‘oude normaal’. En alle gedachten over een betere wereld, meer rust, en aandacht voor wat essentieel is, komen wat naïef over. Als het gaat over de economie opnieuw openen, moet dat toch vooral de oude economie zijn, zo lijkt het. We zijn snel gewend geraakt aan deze situatie, en het aardige van Quarantaine lezen is dat het je je weer even opnieuw doet verbazen. ‘Dit dagboek dwingt mij om mijn verwondering daarover [het veranderde leven met het virus, jh] niet te verliezen. Ik heb het idee dat dat belangrijk is,’ schrijft Pfeijffer.

Perspectief

Pfeijffers verwondering is prettig om een jaar later nog eens onder ogen te krijgen. Maar zijn dagboek wil net wat meer zijn dan een kroniek van wat er is gebeurd. Net als in Brieven uit Genua construeert Pfeijffer bewust in Quarantaine. Bij gebrek aan een zondagskrant werden de aantekeningen van zaterdag niet eerder gepubliceerd. Juist op deze dagen doet Pfeijffer kond van het wel en vooral het wee van de aankoop van zijn nieuwe appartement. Vanwege de lockdown gaat alles moeizaam en is er veel vertraging. Het zou een wat particulier ge-emmer zijn als het niet een duidelijke functie had. De ontwikkelingen rond de aankoop en verbouwing houden de blik gericht op een hoopvolle toekomst. Groot is de vreugde dan ook als op 20 juni een deel van de verbouwing klaar is en er een raam is geopend. ‘We zijn stiekem gaan kijken. Niets zo bevredigend als een nieuw perspectief.’

Ook wij in Nederland in 2021 kunnen niet zonder. Elke persconferentie over nieuwe maatregelen of versoepelingen ging het daarover: perspectief. Nu dan, vandaag is het zo ver. Vorig jaar moesten we wachten tot 1 juno, maar dit jaar boffen we. ‘Het is voorbij,’ schreef Pfeijffer vorig jaar en ook nu geldt: ‘niet omdat het voorbij is, maar omdat we besloten hebben dat het nu maar eens voorbij moet zijn.’ Er zijn nog altijd zo’n achtduizend nieuwe besmettingen per dag, de ziekenhuizen zijn overvol, maar de parasols kunnen worden opengeklapt. Vandaag mogen de terrassen weer open.

Ilja Leonard Pfeijffer – Quarantaine. Dagboek in tijden van besmetting | paperback, 228 p. | 1e dr. De Arbeiderspers

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *