Das Magazin (2): plaisir de lire

Gard SivikZes nummers heb ik van Das Magazin. In een eerdere bespreking had ik het over uiterlijk van het blad; nu dan de inhoud. Wat heeft het te bieden? Welke schrijvers kom je tegen en wat voor soort literatuur wordt erin gepubliceerd? Om met deze laatste vraag te beginnen: dat is me niet helemaal duidelijk. Of beter gezegd: ik krijg niet de indruk dat het een blad is dat qua literatuur ergens voor wil staan.

Ik heb het 0-nummer en nummer 1 niet, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat daarin een program staat van hoe de heren Donk en Van der Meer literatuur graag zien. In vroeger tijden richtte je een blad op met een stevig pamflet om duidelijk te maken dat het  anders moest in luiletterland – denk aan de omineuze Nieuwe Gids of het niet mis te verstane omslag van Gard Sivik. Niets van dat in Das Magazin:

Das Magazin 2 - Waarde lezer

‘Ik denk dat het belangrijker is dat een tijdschrift een eigen ritme vindt dan dat je zegt: “Dit is onze literaire stroming!”,’ zei Toine Donk elders in een interview. ‘We hebben natuurlijk wel voorkeuren. Zo vinden we het leuk als mensen buiten hun belevingswereld om iets moois weten te schrijven. Zo’n beetje iedereen is het er wel over eens dat onze generatie dat lastig vindt, en wij publiceren zulke stukken ook wel eens, als het gewoon goed is.’

Even eenvoudig als duidelijk: het moet gewoon goed zijn. Natuurlijk, een goed verhaal publiceer je, maar ik moet bekennen dat Das Magazin me toch wat tegenvalt.

Correspondenten en brieven

Het blad opent ieder nummer met de rubriek ‘Literair wereldnieuws’, waarin verschillende ‘correspondenten’ kort van zich doen horen vanuit een verre bestemming. Een leuk idee dat soms wel maar soms ook helemaal niet goed uitpakt. Een goed stuk leest als een kort reisverslag met het onderwerp literatuur: je krijgt een klein inkijkje in het leven in den vreemde, een mooi afgerond geheel. Helaas zijn er ook stukken bij die mij niet meer doen dan schouderophalen: dank, maar waarom zou ik dit willen weten?

Literair wereldnieuwsEen andere constante in het blad is de voortdurende briefwisseling tussen Daan Heerma van Voss en Jan Jaap van der Wal waarin zij elke keer opnieuw bewijzen dat de brief een lastig genre is. Er komen heel wat privézaken aan bod, maar nergens zijn de schrijvers echt openhartig. Beiden schrijven zorgvuldig over datgene wat ze willen prijsgeven aan een groot publiek. De brief is nergens meer een privédocument.

Moet dat dan, alleen maar schrijven over dingen die erg persoonlijk zijn? Nee, natuurlijk. Ben ik een ordinaire voyeur die wil kijken in andermans leven? Vast. Mag een briefwisseling niet openbaar zijn? Zeker wel. Alleen dan moet je wel over interessante dingen schrijven, want je mist net dát wat een brief een brief maakt: de intimiteit tussen de schrijver en ontvanger die er als enigen toe doen. Daar komt bij dat met name Heerma van Voss nog wel eens leuk wil doen in zijn brieven en het irritante is ten eerste dat hij niet leuk is en ten tweede dat hij zijn grapjes maakt voor de lezers van Das Magazin en niet voor Van der Wal:

(…) Batman heeft geen superkrachten (…) waardoor we kunnen concluderen dat hij dapperder is dan Superman, en dus een betere superheld is. Dit hadden we natuurlijk ook al kunnen weten door te wijzen op de echte naam van Superman. Kal-El. Het klinkt als een zeer homofiele, maar o zo nieuwe danssensatie uit het oosten.

Literatuur van een nieuwe generatie

Ieder nummer krijgt een thema mee dat in meer of mindere mate terugkeert in de bijdragen. Een aantal nummers lang verscheen er een serie (zeer) korte verhalen geïnspireerd op het thema, maar wie de schrijver ervan was, stond er niet bij. Leuk idee: je leest een verhaaltje dan heel onbevangen, geheel vrij van (voor)oordelen over de schrijvers. Jammer is wel dat veel schrijvers niet goed uit de voeten kunnen met deze hele korte verhalen. Ook jammer dat je ook nergens achteraf kunt opzoeken wie dat ene verhaal geschreven heeft: uiteindelijk ben ik benieuwd van wie ik meer werk wil ontdekken of wie ik juist links moet laten liggen. Dat lijkt me toch ook een van de voornamere doelstellingen van een literair tijdschrift: publiek kennis laten maken met nieuw werk van een nieuwe generatie.

Willem Frederik Hermans zei eens (en hier moet ik weer denken aan de hierboven aangehaalde uitspraak van Toine Donk): ‘Alle grote literatuur is provinciale literatuur. Wat is wereldliteratuur? Dat is literatuur uit provincies waar de hele wereld belangstelling voor heeft.’ Daar zit wat in. Denk alleen al aan het Amsterdam Oost van Nescio. Of: waar speelt De Avonden zich af? En schrijft Philip Roth niet over Newark? Vele schrijvers gebruiken hun eigen omgeving als decor voor een verhaal. Maar wat het (wereld)literatuur maakt is dat het verhaal over meer gaat dan een particulier geval. En stijl draagt daar natuurlijk ook aan bij.

Opvallend hoeveel doods, stilstaand proza er is. Echt, geen beweging in te krijgen.

Het is dus ook niet heel erg dat de schrijvers van nu moeite hebben schijven over iets buiten hun belevingswereld. En dat doen ze dan ook niet. Een greep uit zes nummers Das Mag: een verhaal van Willem Bosch over ‘hoe Willem met z’n dikke kop kwam vast te zitten in een hek’ (‘t gebeurde tijdens een potje voetbal), Shira Keller schrijft over een Zwitserse aflevering van Boer zoekt vrouw, Nina Polak doet verslag van haar tripje naar Parijs en Basje Boers verhaal ‘Struikel’ speelt zich af op kantoor. (Maar misschien is dat alleen míjn belevingswereld: Basje Boer is, zo lees ik, namelijk ‘schrijfster en fotografe. Werkt momenteel aan haar eerste boek.’)

Voor dat bekende decor moet zich dan wel een goed geschreven verhaal afspelen en – oef! – dat valt niet mee. Opvallend hoeveel doods, stilstaand proza er is. Echt, geen beweging in te krijgen. Beschrijven, beschrijven, beschrijven. Lees Wytske Versteeg (in nr. 4) eens:

Ze zaten op een bankje naast elkaar, zaterdagochtend vroeg in de herfst. De bladeren hadden die warmgouden kleur van vlak voor de verrotting en in het park wandelden moeders met kinderen, tergend langzaam. ‘Vroeger hadden wij een hond’, ging hij verder. Hij had een arm om haar schouders gelegd. Ze hield niet van honden.

Beschrijving van een situatie wordt afgewisseld met een gesproken zinnetje, maar nergens een teken van leven. Wat zijn dit voor personages? Hoe is hun manier van doen? Je komt het niet te weten. Dan Franca Treur: het is natuurlijk lastig om een fragment uit een grotere roman echt op waarde te schatten, maar de voorpublicatie van het eerste hoofdstuk nodigt me niet uit tot meer lezen.

Tegenvaller

Joost de Vries, die voor een van de beste schrijvers van deze nieuwe generatie houdt, heeft ook iedere aflevering een stuk. Zijn stukken in de Groene vind ik altijd scherp en interessant, maar zijn bijdragen aan Das Magazin wisselen nogal. Meestal is het wel goed, maar dat hij schoenen heeft van de firma Paul Smith vond ik de eerste keer dat hij daarover begon ook al niet echt boeiend. Het is jammer dat De Vries hier niet ook zo over kunst en cultuur schrijft als elders, want hij lijkt me bij uitstek in staat om Das Mag net de extra inhoud en scherpte te geven die het nu mist.

Onlangs kreeg ik weer een Gids met daarin een prachtbespreking van Thomas Vaessens’ Geschiedenis van de moderne literatuur door Bart Vervaeck: geleerd, scherp, met humor, vilein en stilistisch sterk als altijd legt hij een aantal problemen van het boek bloot. Heerlijk! Of in een Tirade van laatst kon ik een mooi essay van Joost Zwagerman lezen over de door hem bewonderde Jack Kerouac – toch even een ander niveau dan Y.M. Dangrés aanprijzende stuk over Hugo Claus uit Das Mag 2.

Het is een goed en leuk initiatief, Das Magazin en het ziet er zoals gezegd erg goed uit. Helaas dat het inhoudelijk dan wat tegenvalt. Een echt heel goed verhaal heb ik er nog niet in gevonden. Ook zijn er naar mijn smaak te weinig intelligente essays en stevige kritieken. Das Magazin is eerst en vooral leuk en plaisir de lire. Maar het blad zou er goed aan doen om af en toe eens wat stennis te schoppen.

Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *