Opmerkzame types

Over Winterhanden van Stephan Enter

Winterhanden - Stephan EnterEen oeuvre hoef je niet op volgorde te lezen. Het werk van Stephan Enter las ik door elkaar en nu pas kwam ik toe aan zijn debuut Winterhanden. En eigenlijk kun je deze verhalenbundel ook perfect als laatste lezen, want als je zijn andere werk kent, herken je veel wat in latere boeken terug zou komen. De zes verhalen worden bevolkt door jongens, soms nog kinderen, soms iets ouder. Het zijn wat ongeduldige types, een tikje snobistisch, betweterig ook – Frank van Luijn uit Compassie is de volwassen oom in deze familie van Enterpersonages.

In het openingsverhaal ‘Postzegels’ ontspoort de spreekbeurt die Marcel moet houden volledig. Bij wijze van kennismaking moet iedereen in de brugklas iets over zichzelf vertellen aan de hand van een voorwerp. Marcel verzamelt postegels en wil daarover vertellen. Tot in de puntjes voorbereid neemt hij al zijn spullen mee: ‘Als ik daarentegen te weinig liet zien, zou het kunnen lijken of ik zomaar een verzamelaartje was.’ En zo wil Marcel natuurlijk niet overkomen bij zijn nieuwe klasgenoten.

Kokosbrood

De verhalen in Winterhanden zijn zo goed omdat Enter – of laat ik het narratologisch zuiver houden: de verteller – een perfecte afstand tot de personages bewaart. Hij komt dichtbij genoeg om je Marcel volledig te laten begrijpen. Wie wil een slechte indruk maken in een nieuwe klas? Wie wil niet een beetje imponeren? En tegelijk is er voldoende afstand om te zien welke desastreuze gevolgen de keuzes hebben die Marcel maakt.

Prachtig maakt Enter ook het isolement van Marcel in een paar regels duidelijk:

Na de laatste les reed ik telkens snel naar huis. Dan ging ik spelen met mijn broertje of met jongens uit de buurt of weekte ik postzegels van afgeknipte hoekjes van ansichtkaarten. Hoewel ik me daarbij nog nooit had verveeld, probeerde ik de laatste dagen soms, als ik naast de hete-drankenautomaat mijn boterhammen met kokosbrood stond te eten of een bekertje chocola dronk dat naar drop smaakte, te bedenken met wie ik een groepje zou kunnen vormen om eens na schooltijd af te spreken. Ik wist niemand.

Die laatste zin is hier eigenlijk overbodig. Uit alles wordt duidelijk hoezeer Marcel een eenling in de klas is. Vooral dat kokosbrood is zo mooi gevonden. Natuurlijk, dat is ook best lekker, maar het blijft toch… kokosbrood. Op eenzelfde manier is het van meet af aan duidelijk dat een postzegelverzameling niet de hobby is waarmee je je van je stoerste kant laat zien. Al helemaal niet als je daar heel wijsneuzerig over wilt doen en speciaal moeilijke woorden uit je hoofd hebt geleerd. Dat het eigenlijk gewoon een kort voorstelrondje in de klas was in plaats van een hele spreekbeurt, had Marcel alleen niet in de gaten. De sociale kamikaze die zijn spreekbeurt dreigt te worden is werkelijk schitterend beschreven. Ik hoop dat het ergens rond de derde klas nog goed met hem is gekomen.

Ergernis

In ‘Schijngestalte’ tobt een student met zijn relatie. Hij wil het uitmaken, maar weet niet goed hoe. En wannéér daarvoor het goede moment is – is er voor zoiets een goed moment? Waarom Olaf eigenlijk bij Anna is, is misschien nog wel het grootste raadsel van het verhaal. Hij ergert zich namelijk voortdurend aan haar. De manier waarop ze kaarsen dooft, of de manier waarop ze haar boeken in de kast heeft staan – niet alfabetisch. Ook als hij niets expliciet zegt, zit er in zijn fijne opmerkzaamheid van haar doen en laten een veroordeling.

En ook in dit verhaal kun je meegaan in zijn ergernissen. En tegelijkertijd zie je als lezer dat deze Anna eigenlijk een heel lieve meid is die haar best doet voor Olaf. Dus wanneer hij haar pianopartita’s van Bach laat horen (waar ze vermoedelijk niet veel aan vindt) koopt ze een ook een klassieke cd. Maar ja, een verzamelding en dat is natuurlijk te min voor Olaf. Zijn ergernis over de uitvoering maakt hem blind voor het gebaar. Het werpt over het hele verhaal een sfeer van permanent ongemak – mooi beschreven!

In het laatste verhaal uit Winterhanden gaan Nils en Hella een paar dagen naar Schiermonnikoog; Hella geniet ervan, Nils heeft een wat bezwaard gemoed. Zijn vader, die al lang uit zijn leven verdwenen is, is overleden en hij twijfelt of hij naar de begrafenis moet gaan. Het zou hun vakantie waar ze toch eigenlijk al geen geld voor hadden verpesten. Het huisje dat ze huren is natuurlijk erg klein en zou misschien daarom wel een perfect verblijf kunnen zijn voor een romantische vakantie, maar ook in dit verhaal gaat het niet heel soepel tussen die twee. Nils is ook weer zo’n opmerkzaam type dat zich buitensporig kan ergeren aan kleine dingen.

Met Enters latere boeken in het achterhoofd begint zich een netwerk af te tekenen van overeenkomstige thema’s, sferen, locaties en ook personages. Nils en Hella: in de roman Lichtjaren komen ze weer terug. Enters personages studeren sterrenkunde, doen aan schaken en zijn boven alles scherpe observators van de kleine dingen. En tegelijk – dat is de tragiek die ik heel mooi vind – is er de onmacht om het geheel met iets meer afstand te bekijken. Winterhanden past wat dat betreft naadloos tussen Enters andere boeken – of eigenlijk: voor. Het is ook net zo goed overigens.

 

Stephan Enter – Winterhanden | paperback, 192p. | 3e dr. Van Oorschot

3 gedachten over “Opmerkzame types”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *