Ongrijpbaar geluk

Over Grip van Stephan Enter

Stephan Enter GripHoe lang duurt het om erachter te komen dat een schrijver goed is? Toen ik zes jaar geleden Grip van Stephan Enter voor het eerst las, had ik dat vermoeden na één pagina. Ik herinner me weinig details van het verhaal, maar wel de indruk die het achterliet. Dit was een van de beste boeken die ik had gelezen. Onlangs herlas ik Grip. En ik had niet één pagina nodig om weer vast te stellen dat die Enter zo verrekte goed schrijft, maar slechts één alinea.

Grip is het verhaal van een vriendengroep van vier. In hun studententijd vormden ze een hechte bergbeklimmersgroep, maar sindsdien zijn ze elkaar uit het oog verloren. Nu, twintig jaar later, spreken ze weer af. Twee van hen, Martin en Lotte zijn getrouwd en wonen in Wales. Paul en Vincent ontmoeten elkaar op Bruxelles Midi en nemen samen de trein. In aanloop naar het weerzien komen herinneringen boven aan vroeger, met name aan hun gezamenlijke vakantie op de Noorse Lofoten.

Excuses

De roman begint met Paul die Vincent aan ziet komen lopen. Jaren hebben ze elkaar niet gezien, maar hij herkent hem gelijk. ‘Nog steeds zo’n norse kop met van die rafelige bakkebaarden. Hij droeg een modieus visgraatjasje, trok een kleine koffer op wieltjes als een weerspannig hondje achter zich aan en hield een krant op ooghoogte voor zicht uit. Hij was zo verdiept dat hij al lezend tegen iemand opbotste en – kon het sprekender – in plaats van zelf excuses te maken, ze zo te zien juist ontving.’ Zo eindigt die eerste alinea.

Wat een briljante manier om je personage te introduceren! Het uiterlijk van Vincent wordt summier beschreven – norse kop, bakkebaarden, visgraatjasje – maar het is niet daardoor dat je meteen een beeld van hem hebt. Het zit hem natuurlijk in die botsing en dat niet híj zijn excuses maakt, maar juist degene tegen wie hij oploopt. Eén zo’n detail geeft meteen een beeld van Vincents leven. Maar het werkelijk briljante van deze introductie zit hem in wat er vlak voor staat: ‘kon het sprekender’, een gedachte van Paul. Want het is nog maar de vraag in hoeverre het beeld van Vincent klopt. En dat is het behendige van deze omschrijving. Het is niet Vincent die we hier leren kennen, maar zijn vroegere vriend Paul.

Het gebeurt op een heerlijk subtiele manier – ik denk niet dat het me de eerste keer opviel. Het zal namelijk geen toeval zijn dat de schrijver deze manier heeft gekozen het ene personage te kenschetsen via het beeld dat hij heeft van de ander. Het is een eerste vingerwijzing naar waar het in de roman om draait.

De Moskstraumen tussen Værøy, Mosken en Moskenesøy. Foto: Hopfenpflücker

Lofoten

De vakantie 20 jaar eerder op de Lofoten was een beslissend moment in de levens van de vier vrienden. Vlak voor het weerzien denken Paul, Vincent en Martin terug aan die vakantie. Wat dachten de vrienden eigenlijk van elkaar? Alle drie de – inmiddels – mannen hebben hun eigen kijk op wat er destijds gebeurd is. De verschillende delen waaruit Grip bestaat worden verteld vanuit steeds een van de mannen. Deel voor deel kom je als lezer meer te weten over hun vakantie destijds. Maar niet alles: Lotte is bijvoorbeeld de grote afwezige in de roman.

Prachtig beschrijft Stephan Enter de verhoudingen binnen de groep. Vincent en Lotte kenden elkaar al van school. Met eenzelfde sociale achtergrond paste Paul moeiteloos bij het klimmers­groepje. Wat dat betreft is Martin een aparte binnen de groep. Anders dan de anderen is hij de eerste uit zijn familie die ging studeren. En hij voelt gêne over het feit dat zijn vader ‘slechts’ automonteur was. En hoewel Paul zich ergert aan de slechte tafelmanieren van Martin, maakt hij er geen grap over. Niet zozeer omdat Vincent en Lotte de rest van de vakantie grappen zouden maken over zijn gevoeligheid hierover, maar omdat hij weet dat het voor Martin geen onschuldig grapje is maar het hem werkelijk zou kwetsen. Tegelijk is het dezelfde Paul die een potje Nikwax achterhoudt en Martin een vakantie lang met natte schoenen laat lopen.

Door puur toeval kwam Martin bij het klimmersgroepje. Na een klimvakantie vergat Vincent zijn rugzak met stijgijzers in de bus. Martin rende hem achterna om hem zijn spullen terug te geven, herinnert Paul zich. Maar over deze gebeurtenis lees je in het deel van Martin net iets anders. Het waren niet zijn stijgijzers die hij vergat in de bus, maar zijn ijsbijl. De Noorse vertaalster van Grip viel deze discrepantie ook op en vroeg de schrijver of het een vergissing was. Uiteraard niet. Het zijn juist deze kleine details waarin weer de thematiek van de roman zichtbaar wordt.

Onsterfelijkheid

De krant waarin Vincent aan het begin van de roman zo verdiept is dat hij tegen iemand opbotst, bevat een artikel dat verkondigt dat over niet al te lange tijd onsterfelijkheid binnen het bereik van de mens ligt. Kennelijk is er geen urgenter nieuws die dag. Het nieuwsartikel biedt gespreksstof voor Vincent en Paul tijdens de treinreis. Opvallend hoe weinig die twee over elkaars persoonlijk leven vragen na elkaar zo lang niet gezien te hebben.

Stephan Enter wilde in eerste instantie een ideeënroman schrijven over de vraag of je het eeuwige leven zou willen. Maar dat plan heeft hij laten varen en is Grip een ander boek geworden. Gelukkig maar. ‘Ik kwam er al gauw achter dat je personages nodig hebt die je het verhaal in trekken,’ vertelde Enter in een interview met Trouw. Natuurlijk, de vraag die in de roman gesteld wordt, is moeilijk te negeren als lezer. Maar het vormt niet meer het centrale thema. Eerder wordt deze kwestie gebruikt om de personages te karakteriseren.

Herstelbaar

Paul weet het wel: als het echt mogelijk wordt onsterfelijk te zijn, dan zou hij er zo voor kiezen. Hij ziet er de voordelen wel van in: nog van alles kunnen doen, van alles kunnen meemaken. Voor altijd voort kunnen. Een levensovertuiging die geen verbazing opwekt: uitgerekend Paul is degene voor wie de tijd voorbij gaat zonder dat het iets met hem lijkt te doen. Hij draagt – weer zo’n detail – al twintig jaar een horloge dat kapot is. Kan het iemand anders dan Paul zijn die tijdens de treinreis de beweging en het voorbijschietende landschap signaleert?

Een schok, en felgekleurde reclameborden en stoffige perronlampen schoven uit beeld. En daar was de verblindende zon, die achter huizen­blokken en kantoren glipte en even vaak te voorschijn sprong en in de bochten wegdraaide en gloeiende linten door het rijtuig wierp – alsof hij zich bewust was van de mensheid, aandacht trok.

Vergelijk deze waarneming eens met die van Vincent: ‘Wat was dit, wat wilde het – dit vreemde roestkleurige licht dat alles fixeerde; nooit eerder zag hij zoiets.’ Beweging versus fixatie, gelijk de verschillen in karakter tussen de twee mannen. Want terwijl Paul onbekommerd verder lijkt te leven sinds hun studententijd, beseft Vincent dat hij dáár en toen op de Lofoten gelukkiger was dan ooit daarna. En het is naar dat moment dat hij terug probeert te grijpen. Van het eeuwige leven verwacht hij dan ook geen geluk. ‘Het haalt de essentie uit het voorbijgaan van de dingen wanneer het meeste dat je doet herhaalbaar en herstelbaar is,’ zegt hij in discussie met Paul.

Stephan Enter
Stephan Enter: ‘Ik kwam er al gauw achter dat je personages nodig hebt die je het verhaal in trekken’. Foto: Alessandro Cani

Onbezonnen

Terwijl Vincent en Paul naar Swansea reizen, komt Martin hen ophalen met zijn dochtertje Fiona. Voor ze naar zijn huis gaan, stelt hij voor nog een strandwandeling te maken. Een leuk idee, dat Vincent echter nogal kribbig maakt, omdat hij zijn koffer nog altijd bij zich heeft; erg mak­kelijk rolt die niet over het zand. En daarbij: anders dan Paul leeft Vincent al twintig jaar met het idee dat hij een fout gemaakt heeft op die vakantie op de Lofoten. De reünie is voor hem een gelegenheid, hoopt hij, zijn fout te herstellen.

Op het strand realiseert hij zich echter dat het een dwaas idee was te denken dat hij als het ware terug kan in de tijd. In zijn frustratie zondert hij zich af en als hij weer terugkomt, merkt hij dat het vloed is geworden. De koffer die hij achter had gelaten drijft in zee. Een prachtig beeld weer van Enter – denk ook even terug aan die eerste alinea en hoe hij zijn koffer voorttrok. Omdat de baai is afgesloten door het hoge water, besluit Vincent tegen de klif op te klimmen. Deze actie is even onbezonnen als Lotte’s roekeloze afdaling twintig jaar eerder waarbij ze haar arm brak. En net als Lotte toen, begaat Vincent deze actie op het moment dat hij de grip op zijn geluk heeft verloren.

Een-Twee-Drie-Plof

Wanneer Lotte haar arm gebroken heeft, moet ze snel weer terug naar Nederland. Ze zal niet mee terug in de auto gaan, maar het vliegtuig nemen. Vraag is: wie van de jongens vergezelt haar? Elk van de drie heeft een reden om met haar mee terug te reizen en om het gesteggel te beëindigen besluiten ze erom te ploffen. Het is een curieuze scène eigenlijk, allesbepalend, maar waar ik gek genoeg nergens iets over gelezen of gehoord heb.

En toen stonden ze in de doucheruimte, legden […] de handen plat op elkaar en Paul sprak plechtig het Een-Twee-Drie-Plof – en ergens tussen Twee en Drie voelde hij aan de spanning in de hand boven op de zijne, die van Vincent, dat die zich zou draaien en besefte in een ondeelbaar moment dat hij dan ook zijn hand moest draaien. Na ‘Plof’ hield Martin als enige zijn handpalm met de rug omhoog voor zich.

Waarom schiet het door Paul heen dat hij ook zijn hand om moet draaien? Als hij zijn hand net als Vincent omdraait, kan alleen Martin overblijven met de rug van zijn hand naar boven, zoals gebeurt, óf het eindigt gelijk als Martin zijn hand ook omdraait. Wil Paul dat Martin met Lotte meegaat? Wil hij vooral voorkomen dat Vincent met Lotte terug reist? En hijzelf dan? Door zijn hand met Vincent mee om te draaien, gaat hij sowieso niet met Lotte mee. En trouwens: had Lotte zelf nog een mening in dezen? Ik ben ook wel benieuwd naar haar reactie op de mededeling dat Martin met haar meegaat.

Zo gelukkig

Ploffen dus. Behalve een curieuze scène is het volgens mij ook zowat de belangrijkste uit Grip. Zo ontzettend veelzeggend. Geen van de jongens weet wat er op dat moment allemaal speelt. Geen van hen kan op dat moment nog bevroeden hoe het vanaf dan verder loopt. Niet veel eerder had Lotte nog gezegd: ‘Zo gelukkig worden we nooit meer.’ En het lot beslist daar dus over. Tekenend voor hoe glibberig het is, hoe weinig grip je erop kunt krijgen.

Waaruit bestaat geluk eigenlijk ? Leiden de keuzes die je maakt tot het geluk of juist niet? En in hoeverre maak je die eigenlijk zelf? Rond deze vragen schreef Stephan Enter zijn roman Grip. Hij voert je mee in de gedachten en misleidende herinneringen van zijn personages. In de jaren na deze vakantie menen ze sommige situaties scherper te zien dan toen het gebeurde. En omdat niet iedereen erbij was op de cruciale momenten, heeft geen van allen werkelijk een idee waarom de dingen gebeurden.

Alles in de roman, van de kleinste details tot het gekozen vertelperspectief, draagt ertoe bij dat Enter zijn verhaal zo overtui­gend kan vertellen. Die kleine details die duidelijk maken dat de jongens zich de gebeurtenissen anders herinneren. De manier waarop Stephan Enter zijn personages tot leven laat komen. De gekozen manier van vertellen: in Grip wordt ontzettend veel beschreven in de vrije indirecte rede.

Hierdoor vervalt de afstand tussen de verteller en personages en zit je als lezer helemaal in het hoofd van Paul, Martin en Vincent. Het stelt Enter ook in staat om op een geheel natuurlijke manier te wisselen tussen de reis naar de reünie en herinneringen aan de vakantie. Ook als je bij een eerste lezing niet meteen ziet hoe het allemaal gebeurt – of bij tweede; er valt vast nog genoeg te ontdekken – dan voel je het op zijn minst. Vanaf de eerste pagina. Vanaf de eerste alinea.

Stephan Enter - Grip | harde kaft, 192p. | 1e dr. Van Oorschot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *