De speelruimten voor een noodzakelijk debat

Over Opperduitsland van Alexander Schimmelbusch

Alexander Schimmelbusch - OpperduitslandEr zijn twee zekerheden in het leven: je gaat dood en je moet belasting betalen. Dat is natuurlijk gefundenes Fressen voor idealistische journalisten op een conferentie in Davos, maar dat een partner bij een Duitse zakenbank deze opvatting huldigt, mag toch verrassend heten. De 39-jarige investment banker Victor komt tot het inzicht dat zijn rijkdom niet meer te rechtvaardigen is en werkt op basis hiervan een idee uit voor de hoe de Duitse samen­leving eruit moet komen te zien. Naar verluidt heeft Angela Merkel Alexander Schimmelbusch’ vierde roman Opperduitsland gelezen en passages eruit aangestreept.

Stockholmsyndroom

Aan het begin van Opperduitsland scheurt Victor in zijn elektrische Porsche Shere Khan naar de Birken Bank waar hij zich als partner bezighoudt met M&A, fusies en overnames. Hij had de Porsche bedongen bij zijn aanstelling, gewoon omdat het kon. Zo’n man is Victor, type Master of the Universe, die met een cynische blik de wereld om hem heen bekijkt. Op vermakelijke wijze merkt hij op dat zijn Shere Khan eigenlijk ‘een tot Porsche omgeturnde Audi was, die op zijn beurt in wezen niet meer dan een getunede Volkswagen was’.

Alexander Schimmelbusch, geboren in 1975 Frankfurt, groeide op in New York. Hij studeerde Duitse taal en literatuur, en economie in Washington. Vijf jaar werkte hij bij een investerings­bank in Londen. Genoeg ervaring deed hij ermee op om een fraaie satire op die wereld te schrijven:

‘Niemand was gedwongen bij de Birken Bank te werken, en toch besloot zelfs na de schok van de eerste fase maar zelden iemand zijn ontslag in te dienen. […] Volgens Julia was de merk­waardige kadaverdiscipline een variant van het stockholm­syndroom: de getraumatiseerde kampbewoners projec­teer­den positieve en zelfs bewonderens­waardige eigen­schappen op hun folteraars om hun instemming en maximale controleverlies voor zich­zelf te kunnen recht­vaardigen en het willekeurige reglement als legitiem te kunnen accepteren.’

Vermogensmaximum

De humor in Opperduitsland is tegelijk ook bijtend. En de scherpe blik van Alexander Schimmelbusch en zijn personage Victor ontleedt niet alleen de bankierswereld, maar ook het westerse kapitalistische systeem in het algemeen. Wanneer Victor een opdracht binnenhaalt van het Ministerie van Financiën, en hij zijn hono­rarium­­overeen­­komst mag sturen, bedenkt hij dat ‘krijgen wat je verdient’ welbe­schouwd een bespottelijke gedachte is. Zijn levenspad naar de positie van topbankier is eigenlijk een aaneenschakeling van toeval en geluk. Zijn privileges, en het daarbij behorende salaris, zijn volstrekt niet te rechtvaardigen.

Om zijn gedachten te ordenen, besluit hij, onder het genot van een fles wijn – een Richebourg van € 2400, dat dan weer wel – een pamflet te schrijven. Hij analyseert de huidige situatie, de onrechtvaardigheid daarvan, en komt ook tot een alternatief. Dat bestaat onder andere uit het instellen van een vermogensmaximum van € 25 miljoen. Niemand met zo veel geld hoeft zich ook maar iets te ontzeggen en meer privébezit is volgens Victor niet meer te rechtvaardigen op basis van individuele prestaties.

Corporate identity

Het geld dat met het bezitsmaximum wordt opgehaald komt ten goede aan de gemeen­schap. Niet alleen kan daarmee goed onderwijs betaald worden, en een minimum­inkomen, maar Victor ziet ook een investerings­fonds voor zich waarmee Duitsland concurrerend kan blijven ten opzichte van bijvoorbeeld De VS of China. De bescherming voor de onderklasse koppelt hij aan beperkingen voor immigratie.

Stilistisch heeft de roman veel te bieden en de ideeën zijn interessant genoeg om de roman te dragen

Victors pamflet combineert een vooruit­strevendheid met een hang naar traditionele waarden uit voorbije tijden. Zijn ideeën zijn niet gemakkelijk op het traditionele politieke spectrum te plaatsen. Ook omdat Victor de ironie niet schuwt valt lastig uit te maken waar hij precies staat. Het levert evenwel een prikkelend essay op. Schimmelbusch daagt zijn lezers uit tot meedenken, instemmen en tegenspreken.

Wanneer Victor het heeft over kansrijke immigratie, bijvoorbeeld, gaat het niet om hoe goed een immigrant bij de volksaard past, maar bij de Duitse ‘corporate identity’. Nog ongrijp­baarder wordt het als Victor zich later afvraagt hoe het eigenlijk zit met die Duitswording. Waarmee moet een immigrant zich identificeren? ‘Kleinhartig­heid, karakterloos­heid, weerspannigheid, pedanterie, afgunst, zelfgenoegzaamheid, gierigheid, gehoorzaamheid, grootheidswaan – dat kun je niet bepaald een aantrekkelijke combinatie noemen. Om voor één keer eens niet de volkerenmoord te noemen.’

Politieke revolutie

Het pamflet van Victor wordt door diens vriend Ali Osman opgepikt. Osman is politicus van De Groenen. Hij wil een nieuwe partij beginnen met het pamflet als verkiezings­manifest. Niets minder dan een revolutie in de politiek is zijn ambitie. De verkiezingen en de gevolgen daarvan beslaan het laatste deel van Opperduitsland. Hier verliest de roman aan kracht. Het is een wat tamme beschrijving die de stilistische scherpte mist van de roman tot dan toe.

Toch voelt dat niet eens als een heel groot bezwaar. Je leest Opperduitsland niet primair voor de plot. Stilistisch heeft de roman veel te bieden en de ideeën zijn interessant genoeg om de roman te dragen. Daarmee doet Opperduitsland precies wat het al aankondigde met het motto, ontleend aan het mission statement van McKinsey & Company: ‘Het is onze wens een feitenbasis en een inter­pretatie­kader voor noodzakelijke debatten te leveren. Het gaat ons daarbij niet om een afgewerkt recept of een bepaald streefdoel te bieden, maar wel om speelruimten te schetsen.’

Alexander Schimmelbusch – Opperduitsland | vert. Kris Lauweys en Isabelle Schoepen | paperback, 224p | 1e dr. Prometheus

Deze recensie is geschreven voor De Leesclub van Alles en ook aldaar te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *