Als je het eenmaal met God aan de stok krijgt…

Over: Marlene van Niekerk – Het oog van de meester

Van Niekerk - Het oog van de meesterAfgelopen zomer vond ik bij een antiquariaat een opvallend boekje: klein, oblong en mooi uitgegeven. Het oog van de meester heet het, van Marlene Van Niekerk. Het is een nieuwjaarsgeschenk geweest van de uitgeverijen Querido en Athenaeum – Polak & Van Gennep voor de jaarwisseling 2007-2008. Niet in de handel gekomen, maar antiquarisch is het ruim voorradig. Kennelijk willen mensen er alweer vanaf. Onbegrijpelijk, want het is een mooi boekje.

Van Niekerk heeft voor dit kerstverhaal (zoals ze het zelf noemt) het Bijbelverhaal van Bileam als uitgangspunt genomen, Numeri 22-24. In het kort komt het erop neer dat Balak de waarzegger Bileam had ontboden om de Israëlieten te vervloeken. In eerste instantie weigert Bileam dit, omdat God het hem verbiedt. De gezanten van Balak komen een tweede keer terug met nog groter geschenken. Dit keer zegt God tegen Bileam dat hij met hen mee kan gaan, maar dat hij niets anders kan zeggen dan de woorden die God hem in de mond legt. In plaats van de Israëlieten te vervloeken zegent hij het volk tot driemaal toe. Zonder beloning keer Bileam huiswaarts.

Geveleugelde ezeltjes

Het Bijbelverhaal is nogal kort en bevat weinig detail. En hiermee is Van Niekerk aan de slag gegaan. Nadat Bileam op reis kan gaan, verandert God toch nog even van gedachten – wispelturig als het Opperwezen soms kan zijn. Hij zendt namelijk een engel om Bileam en zijn ezelin, Rebekka heet zij bij Van Niekerk, tegen te houden. Rebekka ziet de engel en stopt. Bileam ziet niets en geeft haar een pak rammel om haar door te laten lopen. Dan grijpt God in: hij laat Rebekka uitleggen dat een engel de weg verspert. Ook opent hij de ogen van Bileam, maar deze kan door het felle licht om de engel heen niets zien. Uiteindelijk mogen ze verder op pad, maar deze gebeurtenis vervult Bileam met grote jaloezie. Hij, de waarzegger, heeft God niet gezien, maar de ezelin wel! En Rebekka kon nog spreken ook. Hij wil van Rebekka horen hoe dit kon en hoe een engel er toch uitziet.

Nadat Bileam en Rebekka weer zijn thuis gekomen, zet hij alles op alles om haar aan het praten te krijgen. In plaats van haar over te laten aan de stalknecht verwent Bileam haar zelf met de lekkerste spijzen: het oog van de meester maakt het paard vet; of in dit geval de ezelin. Maar de verleidingen helpen niet: Rebekka zegt niets. Als laatste list verzint hij het volgende: hij zal zich aan haar voordoen als engel en haar opdragen haar geheim met Bileam te delen.

Het stelt Bileam wel voor een probleem: hoe ziet een engel er in vredesnaam uit? Dit is nu juist wat hij te weten wilde komen. Het wordt een gewaad met vleugels – zo veel weet hij nog. Maar verder? Het leidt tot een mooie voorstelling over hoe het er in de lucht aan toegaat:

Onder op de zoom en rond de mouwen moest een fijn gestileerd ontwerp van dubbele rijen gevleugelde ezeltjes worden geborduurd. Dat was, zoals hij aan omstanders uitlegde, een soort paspoort of embleem voor de vliegende mens, zijnde een tussenwezen, tussen de ezel en een engel. Het moest functioneren als een soort kenteken zodat de  vogels van de hemel en elke losvliegende engel hem tijdelijk voorrang in het luchtruim zouden bieden en hij zijn onwennige wiekslag tot grootst mogelijke voordeel zou kunnen aanwenden.

Dorpsgek

Het leuke is dat Van Niekerk met dit soort grappige passages en commentaren op het Bijbelverhaal sympathie heeft voor Bileam; in de Bijbel lezen we niets dan goeds over hem. ‘Voor historici betekent sympathie hebben voor specifieke individuen een beroepsrisico,’ schrijft Van Niekerk in het begin van het verhaal. ‘De kwestie wordt nog ingewikkelder als het gaat om een heilsgeschiedenis. Want medegevoel leidt tot vereenzelviging en beide berusten op verbeelding.’ Het gevaar van heiligschennis ligt op de loer. En dat ‘kan een mens namelijk zijn ziel en zaligheid kosten.’

Zou het de verbeelding over de engelenwereld zijn die Bileam zijn zaligheid kost? Want God keert zich tegen hem. En omdat we inmiddels meevoelen met de arme Bileam krijgt dit kerstverhaal de noodlottige wending die een dergelijk verhaal nu eenmaal toebehoort. En ja, ook de dood komt erbij. Bileams verkleedpartij haalt namelijk niets uit: Rebekka zegt niets. Het drijft hem tot waanzin en razernij en hij steekt het dier dood.

Voor deze geschiedenis was Bileam al niet rijk. Naar de beloning van Balak kon hij fluiten en nu eindigt hij als ‘dorpsgek’. Gedurende enkele dagen zal hij in de huid van Rebekka op handen en voeten lopen. Nu was zijn engel-imitatie al niet erg overtuigend, maar dit is helemaal hopeloos. Zijn vermogen tot waarzeggen is hij kwijtgeraakt, maar voor het eerst sinds de engel op zijn pad kwam, legt hij zich neer bij zijn beperkte gezichtsvermogen.

Zijn huis is inmiddels een bouwval, mensen verstoppen hun ezels als hij in de buurt komt en ‘kippen kon hij ook niet meer in handen krijgen’.

In ieder geval durfde niemand meer met hem over Rebekka te praten. Want al was de reden daarvoor op dit moment onduidelijk, één ding was zeker: als je het eenmaal met God aan de stok kreeg, keerde zelfs je ezel zich tegen je. En daar kwam nooit een eind aan. Want dát ligt buiten het verhaal en zelfs buiten de Bijbel – in het menselijk hart vol opstandigheid, medegevoel en verlangen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *