Lezer zoekt goede discussie

snijplank‘Afgelopen maandag kreeg Tommy Wieringa de Libris Literatuurprijs 2013 – weer geen vrouw. De laatste tijd las ik hier en daar weer eens wat over vrouwen en mannen en literatuur. Of beter gezegd: over vrouwen en mannen en erkenning. Want vaak gaat het uiteindelijk niet zozeer om de boeken die geschreven worden, maar de waardering die die boeken krijgen. Vrouwen krijgen altijd minder. En aan wie ligt dat? Juist. Ik word daar wel een beetje moe van.’ Dit schreef ik vorig jaar na de uitreiking van de Libris Literatuurprijs. Ik hoef alleen maar Tommy Wieringa in Ilja Leonard Pfeiffer te veranderen en het klopt nog steeds. De Librisprijs blijkt een goede aanleiding om eens even te beginnen over de achterblijvende erkenning voor vrouwen in de literatuur.

Ditmaal is het Jolien Janzing die in het NRC van 15 mei van zich doet horen. Zoals ik vorig jaar al schreef ben ik erg voor een goede discussie over dit onderwerp, maar de bijdrage van Janzing voegt werkelijk niets toe. ‘Aparte prijs voor schrijfsters doorbreekt mannenbolwerk’ is de kop boven haar opiniestuk. Uit het vervolg blijkt dat dat nu net niet het geval is: er bestaan namelijk een Opzij Literatuurprijs en een Anna Bijnsprijs, beide alleen voor schrijfsters van het vrouwelijk geslacht, maar die doorbreken het ‘mannenbolwerk’ juist níet; anders had ze het stuk niet hoeven schrijven.

Vrouwonvriendelijke prijzen

Literatuur wordt in hoge mate geproduceerd en geconsumeerd door vrouwen, maar vrouwen krijgen veel minder vaak recensies in belangrijke literaire bijlagen, en maken veel minder kans op een belangrijke literaire prijs’ – aldus de conclusie van een Australisch onderzoek. In Nederland en Vlaanderen is de situatie nagenoeg identiek.

Vrouwen maken minder kans op een literaire prijs in Nederland en Vlaanderen: een stelling die enige overdenking behoeft. Wat is kans maken op een prijs? Bij mijn weten moeten uitgeverijen boeken inzenden voor een prijs. Al deze inzendingen vormen de zogeheten groslijst voor een prijs en al deze boeken maken dus kans. Dit jaar waren 80 van de 199 (40,2%) boeken op de groslijst van de Libris Literatuurprijs geschreven door vrouwen (ik hoop dat ik goed geteld heb. Hierbij zij ook aangetekend dat achter het pseudoniem Van Sambeek twee vrouwen schuilgaan). Als vrouwen minder kans maken op een prijs, betekent dat eenvoudigweg dat uitgeverijen minder boeken insturen van vrouwen. Het is nu jammer dat Janzing niet preciezer wordt dan dat literatuur ‘in hoge mate’ geproduceerd wordt door vrouwen om iets meer betekenis te geven aan deze cijfers. Ik vind het in ieder geval niet een percentage waarvan je kunt zeggen dat vrouwen kansloos zijn.

fileermes‘Deze week kreeg Ilja Pfeijffer de Librisprijs, waarvoor slechts een van de zes genomineerden vrouw was. Alle vijf genomineerden voor de Gouden Boekenuil – de belangrijkste Vlaamse literaire prijs – waren mannen. Als je de geschiedenis van de Gouden Boekenuil en zijn voorganger de Gouden Uil bekijkt, zie je meteen dat je als vrouwelijke schrijver geen kans op de prijs maakt. Negentien jaar lang werd hij enkel aan mannelijke schrijvers uitgereikt. In de negentien jaar dat de Librisprijs wordt uitgereikt, wonnen er maar twee vrouwen. De AKO Literatuurprijs is een tikje minder vrouwonvriendelijk, met in de afgelopen 27 jaar zes winnaressen.’ Zo vervolgt Janzing haar stuk.

Hier kun je toch een kanttekening bij plaatsen. Ik begin bij de stelling dat een vrouwelijke schrijver geen kans maakt op de Gouden Boekenuil. De Gouden Uil werd tot 2000 uitgereikt voor fictie, non-fictie en kinder- en jeugdliteratuur. Sinds 2000 is er geen prijs meer voor non-fictie, maar is er een publieksprijs bijgekomen. Tussen alle winnaars tel ik 15 vrouwelijke laureaten (soms als een van de schrijvers naast een man). Veelal zijn het prijzen voor een kinder- of jeugdboek, twee keer gaat het om de publieksprijs. Inderdaad, de jury voor volwassenenliteratuur wees nog nooit een winnares aan, en er zijn inderdaad meer mannelijke winnaars, maar om nu de vrouwelijke winnaars buiten beschouwing te laten… erg opmerkelijk in een betoog waarin wordt geclaimd dat een vrouw ‘veel harder [moet] knokken voor erkenning.’ Met zulke bondgenoten in de strijd voor erkenning heb je geen misogyne juryleden en recensenten meer nodig.

Janzing gaat verder:

En dat terwijl pakweg de helft van de juryleden vrouwen zijn die hun sporen verdiend hebben in de literaire wereld, soms als schrijfster, maar meestal als recensent, redacteur of journalist. Een voormalig jurylid van de Gouden Boekenuil schreef me het volgende: „Ik zat vorig jaar in de vakjury van de Gouden Boekenuil, en die heeft zeer gewetensvol de prijs toegekend aan wie het beste boek geschreven had. Dat was een man.”

Dit is een interessante opmerking. Want: pakweg de helft van de juryleden is vrouw. Aan mannen die alleen boeken van mannen bekronen ligt het dus niet. Vrouwen hebben hier pakweg net zo’n groot aandeel in. En in het licht van de eerste constatering van Janzings stuk, dat vrouwen literatuur in hoge mate produceren én consumeren, vraag ik mij af wat dan het ‘mannenbolwerk’ is waar zij van sprak.

Feiten en cijfers

Het is een gemis dat Janzing niet ingaat op deze relativering

Het volgende deel van de alinea is helaas erg zwak: ‘Als het niet aan de juryleden ligt, zou je tot de conclusie kunnen komen dat vrouwen niet kunnen schrijven of hun best niet doen. Maar dan ga je ervan uit dat we in een meritocratie leven en dat is niet zo. Hoe goed een vrouw ook schrijft toch moet ze veel harder knokken voor erkenning.’ Dit is natuurlijk een heel rare redenering. Het omgekeerde kan namelijk ook waar zijn: we leven wél in een meritocratie. Vrouwen krijgen minder erkenning dan mannen, maar die verdienen ze ook helemaal niet. Kijk maar naar hoeveel prijzen ze krijgen. Het is nu juist aan Janzing om te laten zien waarom het onterecht is dat vrouwen minder waardering krijgen.

Janzing weer: ‘Hoewel vrouwen minstens evenveel boeken produceren als mannen, zijn hun boeken doorgaans iets dunner – maar hoe zou dat komen? Mannelijke schrijvers krijgen meer recensies, aldus een onderzoek van het maandblad Opzij. Ik heb er de literaire bijlagen op nagekeken en het klopt.’ Dit is te makkelijk: wat is er geteld en hoe? Ik ken cijfers die het onderzoek van Opzij relativeren. Het is een gemis dat Janzing niet ingaat op deze relativering.

‘Minder recensies en geen literaire prijs staan dus voor minder geld en minder geld betekent voor een schrijver minder tijd.’ Ik dacht altijd dat je langer deed over het lezen van dikke boeken, en dat de tijd om een boek te schrijven per schrijver erg kan verschillen. Wie overigens uitgaat van de bekende uitspraak ‘schrijven is schrappen’, zou juist zeggen dat vrouwen dan meer tijd hebben voor hun boeken, maar voor Janzing staat vast dat dunne boeken sneller af zijn dan dikke. Laatst las ik het verhaal Black Box van Jennifer Egan. Een paar tweets waren het die slechts enkele pagina’s vulden in The New Yorker; had ze twee jaar aan gewerkt. Dit alles overigens nog los van de vraag wat de lengte van een boek eigenlijk te maken heeft met de kwaliteit ervan.

‘Moeten we nog zoeken naar de reden waarom vrouwelijke schrijvers vaker een voltijdse of deeltijdse baan aanhouden?’ Is dat zo? Vaker dan wie? Of tegenwoordig vaker dan vroeger? Wanneer dan? Ook hier is enige onderbouwing gewenst. En verdienen vrouwen minder met literatuur? Feiten en cijfers alsjeblieft, want tegenover de beweringen van Janzing kan ik ook een andere zetten die het tegendeel suggereren. Deze week bijvoorbeeld (week 20) waren van de top tien uit de Bestseller 60 er zes boeken geschreven door een vrouw, en ook nog een door het schrijversechtpaar Nicci French.

Vernieuwing en verandering

‘Dan wordt het argument gebezigd dat vrouwen niet vernieuwend schrijven.’ Door wie dan, Jolien? ‘Maar wat is vernieuwend? Er wordt nog vaak uitgegaan van het idee dat korte zinnen, stoer doen over emoties, show, don’t tell en een soort calvinistisch uitpuren vernieuwend zijn.’ Wie gaat hier dan van uit? Mag ik dit met citaten onderbouwd zien? En wat moet ik mij überhaupt voorstellen bij een ‘soort calvinistisch uitpuren’? ‘Dat was zo in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw met Hemingway als de meest viriele aller schrijvers, maar de stijl begint er wat slap bij te hangen.’ En van wie is dit oordeel nu weer? Toch niet van dezelfde als die het één zin geleden nog vernieuwend vond? Of wel? En schrijven vrouwen nu juist wel of niet op deze niet-vernieuwende manier? ‘Vrouwelijke auteurs kiezen ook vaak voor de genres van de historische roman en de thriller en die minder naar waarde worden geschat in de Nederlanden dan in Groot-Brittannië.’ Maar wat heeft dit nu weer te maken met het al dan niet vernieuwende karakter van de schrijfstijl?

Jolien Janzing had er goed aan gedaan om een duidelijk en overtuigend opiniestuk te schrijven

‘Vrouwelijke schrijvers worden niet aangespoord om aan de Grote Nederlandse of Vlaamse Roman te beginnen en als ze hem geschreven hebben, is er in de literaire wereld weinig aandacht voor.’ Worden mannen wel aangespoord om de Grote Nederlandse of Vlaamse Roman te schrijven? Door wie dan? En moet je aangespoord worden om die roman te schrijven? Misschien had Janzing deze bewering ook iets concreter kunnen maken door eens een paar Grote Nederlandse of Vlaamse Romans te noemen. Dan weten we tenminste waar we het over hebben.

Ik kan begrip opbrengen voor schrijfsters die niet voor zichzelf op durven te komen. Zelfs als je erg succesvol bent, blijf je hunkeren naar de erkenning van ‘wie er toe doet’. Je geeft geen kritiek op een literaire prijs, in de hoop dat je hem zelf – als er een wonder gebeurt – toch zou kunnen winnen. Vrouwen zitten in de jury van literaire prijzen die vrouwen discrimineren en stemmen ook meer voor mannen. Ze applaudisseren als een prijs weer aan een mannelijke schrijver wordt uitgereikt. Dat allemaal omdat ze one of the guys willen zijn om op die manier erkenning te krijgen. Begrijpelijk, maar we zullen toch wat stouter moeten worden als we willen dat er verandering komt.

Willen vrouwen nu ‘one of the guys’ zijn of willen ze nu dat er verandering komt. Wie zijn die ‘we’ trouwens? Wederom poneert Janzing een stelling zonder enig bewijs. Dat schept dan vooral weer onduidelijkheid, terwijl ze er goed aan had gedaan om een duidelijk en overtuigend opiniestuk te schrijven. En wat een vreemde stelling trouwens dat vrouwelijke juryleden vrouwelijke schrijvers discrimineren, omdat ze erbij willen horen. Alsof vrouwen boeken van mannen niet goed mogen vinden. En ook hierbij geen onderbouwing.

Geen steek opgeschoten

‘Moet er een belangrijke literaire prijs voor vrouwen komen? Ja, ik ben een voorstander. We hebben een vrouwenprijs nodig, want we hebben de spotlights op onze boeken nodig én het geld. Het ziet er niet naar uit dat “Vadertje Literatuur” ons die zaken binnenkort zal geven, dus moeten we voor onszelf zorgen.’ Nu zijn we terug bij het begin:  vrouwenprijzen zijn er al en kennelijk leveren die nog steeds niet de spotlights en geld op. Waarom dan een heel betoog voor nóg een vrouwenprijs? Of zijn de bestaande prijzen niet belangrijk? Zou kunnen, maar wat maakt een prijs tot een belangrijke prijs? Geld, zeker. Schrijf dan het tijdschrift Opzij aan met de vraag om het prijzengeld te verhogen. Traditie, ook belangrijk. Grote namen die de prijs eerder wonnen. Maar dan zijn we geen steek opgeschoten in de discussie, want die ging om het gebrek aan erkenning en kennelijk geeft een literaire prijs waar alleen vrouwen kans op maken die niet.

Het stuk van Janzing blinkt uit in vaagheden, niet-onderbouwde aannames en een zeer verongelijkte toon – altijd maar weer die mannen…

Goed schrijven is niet voorbehouden aan mannen; vrouwen kunnen het ook. Het is alleen jammer dat Jolien Janzing, schrijfster nota bene, daar in dit stuk geen blijk van geeft. Vorig jaar schreef ik dat een discussie over het onderwerp ‘vrouwen en mannen en literatuur’ zeer interessant kan zijn. Nu kan ik weer afsluiten met dezelfde verzuchting als toen: alsjeblieft, niet op de toon van een door rancune kromgetrokken querulant.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *