Verdwenen woorden

Over Een woord voor van Eva Meijer

omslag van Een woord voor van Eva MeijerZoals elke taal steeds nieuwe woorden krijgt, verdwijnen er ook woorden. Andertieren, lijden, zuimel. Nooit van gehoord, van een enkel kun je nog iets van een betekenis herkennen. Zo betekent het eerste ‘van een andere soort’. ‘Lijden’ bestaat nog, maar niet in de betekenis van ‘voorbijgaan’ – al is die nog wel te herkennen in de constructie van ‘twee jaar geleden’. Misschien is ‘zuimel’ daarom wel mijn lievelings van deze drie: ik zou de betekenis nooit geraden hebben, maar ik vind het een mooi woord voor ‘nalatig’. De woorden zijn verdwenen en we hebben er een ander woord voor in de plaats. Zo gaat het ook in de roman Een woord voor van Eva Meijer. Met dit verschil: het verdwijnen gebeurt niet geleidelijk. In steeds rapper tempo verdwijnen woorden ineens uit het collectieve geheugen én uit boeken waar ze tot kort daarvoor nog stonden.

‘Achteloos verdwijnt achteloos. Het wordt pas veel later gemist.’ Dat is het eerste woord, gevolgd door ‘archaïsch’ (er zijn maar drie mensen die na de verdwijning naar het juiste woord zoeken) en ekster. Het nieuwe woord voor deze vogel wordt ‘zwart-wit kraaitje’. Het verdwijnen van deze woorden zorgt nog niet voor groot misbaar onder de bevolking. Dat gebeurt pas wanneer de kleur ‘geel’ verdwijnt. Er barst een nationale discussie los over een vervangend woord. Zon-zeggers komen tegenover kaas-zeggers te staan, al zijn er ook mensen die ‘stro’ prefereren. Met het verdwijnen van de woorden in het verhaal, verdwijnen ze ook uit de roman en gebruikt Meijer de alternatieven of vertalingen.

Taalswitch

In Een woord voor volgen we hoe een aantal personages met de verdwijning van woorden omgaat. Dichteres Uma en de non-binaire houtbewerker Mik vinden elkaar in het begin van de roman, maar kunnen al snel niet meer in woorden uitdrukken wat ze voor elkaar voelen. Samen met een taalkundige en enkele anderen richten ze een verzetsgroepje op dat de Nederlandse woorden probeert te behouden. De regering probeert ondertussen een antwoord te vinden en neemt haar toevlucht tot een even pragmatische als – voor de taal – nefaste oplossing: de nieuwe voertaal wordt Engels. Om zelf het goede voorbeeld te geven moeten de ministers zelf ook overgaan op het Engels, maar vallen strijk-en-zet terug op het Nederlands. Of wat daarvan over is, want ook de woorden ‘taal’, ‘verdwijnen’, ‘mens’, ‘vertalen’ vallen bijvoorbeeld weg.

Gedogen, denkt de minister van Binnenlandse Zaken, die zelf ook niet meer weet in welke language ze moet denken en ook even niet meer weet wat het Engelse woord is voor gedogen. Ze zoekt het op. Tolerate. We need a tolarate policy, schrijft ze aan de minister-president, omdat ze niet weet of ze hem nog wel in het Nederlands kan aanspreken. Ze vindt overigens dat de people niet moeten overdrijven, op de scholen leerden de kinderen al een tijdlang niet goed in het Nederlands lezen, dus dat ze nu een andere language niet goed leren lezen kan toch niet een heel groot probleem zijn.

Moidapooht

Mensen ondergaan het verdwijnen van hun taal niet zozeer lankmoedig – dat zou veronderstellen dat Nederlanders het echt erg zouden vinden – als wel gelaten. Slechts een klein groepje organiseert een aandoenlijk protest. Natuurlijk is de situatie in de roman wat overdreven, maar zoals bij goede satire (denk: Koot en Bie) is het slechts een minimale overdrijving van de werkelijkheid. De gretigheid waarmee het Nederlands terzijde wordt geschoven is er ook buiten de roman. Ik vermoed dat men in Nederland, minder dan in omringende landen, weinig liefde voelt voor de eigen taal.

Dat in de trein niet alleen in het Nederlands wordt omgeroepen, maar ook in het Engels is één. Het zal met toegankelijkheid te maken hebben. Maar dat Nederlandse namen daarbij op een krukkige Engelse manier worden uitgesproken, getuigt wel van erg weinig affectie voor het Nederlands. Next stop is Moidahpooht. En laten we wel wezen: er verdwijnen ook gewoon woorden uit het Nederlands. Niet zoals het in Een woord voor gebeurt, maar toch. ‘Dwingen’ bijvoorbeeld – jongeren hebben het ingewisseld voor ‘forceren’. ‘Om mee te nemen’ maakt plaats ten faveure van het Engelse equivalent. Laatst gehoord: ‘die twee koffie zijn to go.’ En het woord ‘zomer­uitverkoop’ is al helemaal in onbruik geraakt.

Helderheid

De grote vraag die Een woord voor stelt is natuurlijk of het erg is. Dat taal verandert. Dat er woorden verdwijnen. Dat we er nieuwe woorden voor verzinnen. Zo is het immers altijd met de taal gegaan. In Meijers roman is het voor de meesten geen probleem. De zelf­over­schatting zomaar even op een andere taal over te stappen is misschien ook wel erg Nederlands. Slechts enkelen kunnen verwoorden waar het probleem in schuilt. Taalkundige Agnes verwoordt het zo:

Het is een misverstand dat versimpeling tot toegankelijkheid leidt. In Nederland moet alles steeds maar makkelijker en eenduidiger, maar het leven is niet makkelijk en eenduidig. Als je geen woorden hebt voor de complexiteit verlies je het vermogen om daarover te praten. Bovendien is het antwoord op de onbegrijpelijkheid van bureau­cratische taal niet simpele lelijke taal, maar helderheid.

Echt vernieuwend is dit inzicht niet. Wel bijzonder is hoe Meijer het verlies van woorden op steeds grotere schaal doorvoert in haar roman, wat een – uiteraard bedoeld – vervreemdend effect heeft. Daarmee maakt Meijer iets voelbaar wat nog niet direct opvalt bij de geleidelijke verandering die we buiten de roman kennen. En tegelijk is er niet alleen verlies. Het kan bijna niet anders dan dat Meijer veel plezier heeft gehad tijdens het schrijven met alle creatieve vondsten, vertalingen en het heel consequent doorvoeren van het verlies. Wanneer alle verklein­woorden verdwijnen, gaat ook het personage Aukje verder als Auk – bij mij leverde het een glimlach op.

En zo zitten er meer grapjes en vondsten in deze roman:

Het woord potsierlijk raakt verloren. Een haast perfect woord omdat het uitbeeldt wat het betekent. Het is een absurde combinatie van pot, een mal en hoekig woord, en sierlijk, zo elegant en fijntjes.
Daarop volgt het woord mits, maar dat werd toch al weinig gebruikt en dan ook nog vaak verkeerd.

Het maakt Een woord voor een roman die ik met veel plezier heb gelezen. En natuurlijk zijn woorden niet de enige manier om iets uit te zeggen. Houtbewerker Mik kan iets uitdrukken in hout. Of met een aanraking. Voor dichter Uma is het moeilijker: ‘Woorden zijn niet de enige manier,’ zegt Uma. ‘Maar wel een bijzondere manier. Juist omdat je elkaar niet hoeft aan te raken’.

Eva Meijer – Een woord voor | paperback, 320p. | 3e dr. Cossee

Eén gedachte over “Verdwenen woorden”

  1. Dank voor deze bespreking! Misschien kan dit boek mij wel helpen om beter om te gaan met het feit dat ik in mijn werk steeds vaker in het Engels moet communiceren, om beter te snappen welke emoties ik daarbij allemaal ervaar en hoe verschillende mensen hierop reageren. De ene zegt: ‘ik ben in Nederland en wil gewoon Nederlands praten’, terwijl de ander zegt ‘De wereld verandert, wen er maar aan’.
    Nog een voorbeeld: ik vind het zo jammer dat er nu geen studenten wiskunde meer zijn die leren hoe je wiskundige bewijzen in het Nederlands formuleert, omdat de universitaire opleidingen wiskunde allemaal Engelstalig zijn geworden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blijf op de hoogte