Een jonge vrouw keert vanuit Rotterdam terug naar haar ouderlijk huis in Frankrijk. In dat huis bij de pastorie – haar vader is predikant – wonen ook twee grootouders en haar broer. Deze broer Nicolaas staat op het punt om predikant te worden – als derde generatie binnen de familie, want ook grootvader was dit van beroep. Maar feestelijk is het niet echt: grootvader lijdt aan alzheimer, vader heeft een burn-out en haar broer twijfelt op het laatste moment aan zijn roeping. ‘In het Nederlands zijn ze de weg kwijt. In het Frans verliezen ze het hoofd. Ils perdent la tête,’ staat ergens in dit uit het Frans vertaalde debuut Mensen van de dag van Emma Doude van Troostwijk.
Emma Doude van Troostwijk is van oorsprong Nederlands, maar groeide op in de Elzas. Ze beheerst het Nederlands, maar schreef haar roman in het Frans: Ceux qui appartiennent au jour. De roman won maar liefst drie literaire prijzen: de Prix Françoise Sagan, de Prix Robert Walser en de Prix du métro Goncourt. Bijzonder voor een debutante van destijds 24 jaar oud. En met die Nederlandse achtergrond wil het wel met de pr hier te lande. Dus ook ik was benieuwd naar deze roman die zich, zo lees ik op de achterflap, afspeelt in de Elzas.
Impressies
De verhaallijn is niet het belangrijkste van Mensen van de dag. Kort samengevat: de dochter keert terug naar het ouderlijk huis en treft de drie mannen aldaar in crisis. De grootste vraag is hoe Nicolaas omgaat met zijn twijfel vlak voordat hij als predikant bevestigd zal worden. Deze korte roman – 178 kleine pagina’s met ook veel wit – moet het vooral hebben van de manier waarop Doude van Troostwijk haar verhaal vertelt. In korte hoofdstukken, soms maar een alinea lang, worden de impressies weergegeven van de jonge vrouw. Ze registreert veelal, af en toe doet ze wat met haar opa of met haar broer. Eerder dan naar een foto had ik het idee naar een heel kort filmfragment te kijken.De familie woont bij elkaar, maar is eigenlijk uit elkaar gevallen. Het is alsof de jonge vrouw zich geruisloos tussen iedereen door beweegt en iets probeert vast te houden van wat er niet meer lijkt te zijn. Het is geen toeval, denk ik, dat ze oude familievideo’s terugkijkt. Van verleden naar het heden waarin ze een moment met haar broer zit, iets met haar opa doet. Het is liefdevol en pijnlijk tegelijk.
Mijn grootvader zit in zijn oude schommelstoel. Zijn voeten, lekker ingepakt in niet bij elkaar passende sokken, raken nét de vloerbedekking van de salon. De thermostaat staat op vijfentwintig graden. Opa’s ogen zwiepen van links naar rechts, van boven naar beneden. Ze proberen zich ergens aan vast te klampen. Als ik zijn zijn blikveld kom, vestigt hij zijn ogen op mij. Hij steekt zijn hand uit en zegt, aangenaam kennis te maken, mevrouw, ik zat op u te wachten.
Geheugengaten
Het levert mooie passages op – zeker – maar de enorme lof voor Mensen van de dag deel ik niet helemaal. Voor een deel zit het hem hierin, denk ik. De jonge vrouw, de vertelster van deze roman, blijft zelf een beetje te veel buiten beeld. Op zich logisch, voor iemand die observeert, maar ik mis een indruk van wat er in háár omgaat. Hoe ervaart zij deze situatie in haar ouderlijk huis? Het maakt dat de impressies waaruit deze roman bestaat, gek genoeg misschien, niet écht indruk maken. Dat maakt de roman niet slecht, maar in mijn ogen ook niet héél goed.Voor een ander deel ligt het misschien aan de vertaling. Liesbeth van Nes maakt vertaalkeuzes die niet echt mooi zijn. Een ‘inktpatroon’ voor wat we gewoonlijk een ‘vulling’ noemen, is wat al te letterlijk vertaald, net als ‘fluitje’ voor ‘flûte’ als het om een champagneglas gaat. Misschien is dit gezeur over wat ik niet fraai vind, recensent Frans Willem Verbaas merkt een andere miskleun op: ‘Dat een dominee spreekt over parochianen in plaats van over gemeenteleden, zal een vertaalfout zijn.’
Juist in deze roman waarin de taal zo belangrijk is, en met name het verschil tussen Frans en Nederlands is dat wat pijnlijk. Doude van Troostwijk heeft in het Frans allerlei Nederlandse zinnetjes en woorden gezet. ‘Trous de mémoires, noemt Emma Doude van Troostwijk die. Geheugengaten. De Franse lezer stuit al lezend op gaten in de tekst. De vorm volgt de vergeetachtigheid van de personages en benadrukt hun onderlinge band, hun taal, die buitenstaanders niet begrijpen. Voor de Nederlandse vertaling is ervoor gekozen zinnetjes in het Frans te laten staan,’ lees ik in een interview met de schrijfster in NRC. Doude van Troostwijk doet ook een promotie-onderzoek naar vertalen. ‘Een vertaling is eigenlijk een recreatie. Met een bestaande tekst kun je niet doen wat je wil, maar toch voeg je je eigen gedachten, je herinneringen, je smaak en interpretatie toe. Ik wil weten hoe vertalers werken, hoe ze een taal hebben geleerd, wat ze doen als ze een woord niet kennen.’
Elzas
De vertelster van het verhaal heeft een scherpe blik. ‘Door de deuropening zie ik mijn grootouders elkaars hand vasthouden. Oma’s gevlekte huid streelt Opa’s vingerkoortjes. Het vlees van haar vinger vormt bolletjes rond de trouwring aan de ringvinger van haar rechterhand.’ Zo precies als de mensen om haar beschreven worden en de pastoriewoning, zo weinig komen we te weten over de omgeving waar het verhaal zich afspeelt. Alleen in het eerste hoofdstuk, aan het strand bij Rotterdam, wordt de omgeving opgeroepen – een beeld dat volgens de Rotterdamse Michelle van Dijk aan de verbeelding is ontsproten.Het viel me op dat de streek waar dit verhaal zich zou af spelen nergens wordt verbeeld. De verklaring vond ik afgelopen zomer in de mooie Straatsburgse boekhandel Quai des Brumes, waar ik de Franse achterflap las:
Le temps d’un séjour de quelques semaines dans sa maison d’enfance, la narratrice raconte ses retrouvailles avec sa famille, où, depuis trois générations, hommes et femmes ont choisi le métier de pasteur. Mais quand elle arrive, quelque chose de cet ordre ancien s’est profondément déréglé. De ses proches, elle raconte les rires, les chutes, les chants. De toutes ses forces, elle les soutient, quand leur vie ne semble plus tenir qu’à un fil.
Ja, de Elzas kent een grote protestantse minderheid en ja, de schrijfster is daar opgegroeid. Maar Mensen van de dag speelt zich kennelijk helemaal niet noodzakelijkerwijs af in deze streek. Het is de Nederlandse uitgever die dit erbij verzint. Opvallend hoe deze roman voor Nederland een autobiografische inslag moet krijgen die er niet is. Maar zoals de schrijfster al opmerkte in het eerder genoemde interview:
Wordt intellectueel-zijn in Frankrijk meer gewaardeerd dan in Nederland?
Volmondig: ‘Ja. Ik wist het niet, ik heb echt door het boek ontdekt dat het verschil enórm is. In de Nederlandse vertaling stond op de laatste pagina zoiets als: “Heb je genoten van het boek. Laat dan daar en daar een review achter.” Dat zul je in Frankrijk nooit in een boek aantreffen. Je merkt het ook aan de vraagstelling van lezers. Fransen leggen misschien sneller de link met andere literatuur die ze hebben gelezen, ze willen een tekst doorgronden. Nederlanders stellen meer biografische vragen. Wie ben jij? Is het waar wat je schrijft?’
Emma Doude van Troostwijk – Mensen van de dag | vert. Liesbeth van Nes | harde kaft, 178p. | 7e dr. Meulenhoff