Dolende zielen

Over Het objectief van Martien van Agtmaal

Martien-van-Agtmaal-Het-objectiefEen dikke twee jaar geleden kwam Het objectief van Martien van Agtmaal uit en toen las ik het niet. Er verscheen destijds een recensie in De Groene en die was niet bepaald lovend (en bij mijn weten verschenen er ook geen andere recensies). Maar laatst tipte een vriendin me, het zou wel eens iets voor mij kunnen zijn. En gelijk had ze! Met enige vertraging heb ik nu weer een schrijver ontdekt naar wiens volgende werk ik alweer uitkijk.

Het objectief beschrijft een dag uit het leven van een vijftal dertigers: de drie vrienden David, Reaux en Brecht, zijn ex Jessica en Alexia. Behalve tropenarts Jessica die zich in een ver buitenland bevindt maken ze zich op voor Nachtrust, een hoofdstedelijk feest in de laatste nacht van februari dat qua sfeer en verwachtingen alles weg heeft van een Koningsnacht en oud en nieuw. Op deze dag kruisen de levens van deze vier elkaar – ieder op zoek naar iets.

Een beetje op elkaar passen

Martien van Agtmaal is sterk in het beschrijven van de vriendschap tussen Reaux, Brecht en David. Inmiddels zijn ze midden dertig, ze kennen elkaar sinds hun studietijd. Ik kreeg de indruk dat deze drie eerder krampachtig bleven vasthouden aan een gezamenlijk verleden, dan dat er nog echt sprake is van een hechte band. Mooi laat Van Agtmaal merken dat David er net wat minder bij hoort – fijne ironie dat juist zijn naam ‘vriend’ betekent. De andere twee laten hem de rekening van het restaurant betalen, laten hem alleen naar de supermarkt gaan om nog wat drank te kopen, terwijl zij alvast doorgaan naar een andere vriend. In de roman wordt de vraag gesteld: ‘was dat niet wat vriendschap inhield, een beetje op elkaar passen?’ Reaux en Brecht zijn er op momenten voor elkaar geweest, deze avond laten ze na ook een beetje op David te passen.

Brecht en Reaux lijken wel een hechte band te hebben. David denkt dat ze wel een stel lijken en dat het hem niet zou verbazen als ze zonder hem hand in hand over straat zouden gaan. Tegelijk hebben de vrienden wat afzeikerige opmerkingen naar elkaar. Hiermee weet Van Agtmaal de mannenvriendschap – of dan toch op zijn minst sommige mannen­vriend­schappen – mooi te vangen. Brecht biedt Reaux een slaapplek aan omdat hij uit zijn huis gezet is, maar kan het niet laten om hem, wanneer ze in een hip hotpot­restaurant zitten, een beetje te kleineren:

‘Neem Reaux bijvoorbeeld.’ Brecht wees hem met zijn stokjes aan. ‘Iemand die hem niet kent zal hem er als een kakker uit vinden zien. Zo’n gast die is opgegroeid met de armoe van net iets te veel geld. Maar wat hééft Reaux nu werkelijk? Hij leeft uit een tas.’
David zag hoe Reaux’s meelachen veranderde in een serieus zwijgen.

Op zoek

Alle personages in Het objectief zijn op zoek, al weten ze zelf ook niet helemaal naar wat. Exemplarisch hiervoor is hoe iedereen deze dag van hot naar her fietst – je kunt hun gangen op een kaart van Amsterdam natekeken. David, Reaux, Brecht en ook Alexia zitten in een levensfase waarin ze hun leven vorm proberen te geven, maar daar nog niet naar tevredenheid in slagen. Allen zijn ze hoogopgeleid, maar werk waar ze echte voldoening uit halen hebben ze niet. Reaux zit achter de kassa in een kringloopwinkel, Alexia is een niet zo heel goede vertaalster van Duitse poëzie. David wil een groot fotograaf zijn, heeft in plaats daarvan een baantje op de universiteit, maar krijgt deze dag zijn ontslag. Brecht werkt bij een bedrijf dat deelstepjes verhuurt via een app. Hij is echter geen hippe programmeur, maar degene die neergekwakte stepjes moet ophalen om ze ergens anders te stallen. Ook hierin nemen ze elkaar flink de maat.

Brecht keek glimlachend van David naar Reaux. ‘“Niet op zoek naar geluk”, zegt de man die huisraad van dode mensen probeert te slijten aan uitkeringstrekkers. Nee, jij hebt het echt fantastisch voor elkaar.’
‘Wat ik bedoel is,’ zei Reaux, ‘je zou jezelf eens wat beters moeten gunnen, dan als een vuilnisman de stepjes ophalen die toeristen overal neerflikkeren. Het lijkt alsof je het al opgegeven hebt, het zoeken naar iets beters. Terwijl je kunt krijgen wat je wilt, man. Werkgevers staan voor je in de rij, als ze zouden weten dat je bestaat. Wat je allemaal kunt met je wiskundeknobbel. That’s it.’

Allen alleen

Je zou hierin een kritiek kunnen lezen op de onzekerheid waar deze oudere jongeren mee te maken hebben. Van Agtmaal schetst hun precaire situatie met treffende details, maar volgens mij is het hem niet daarom te doen in Het objectief. Veel meer lijkt zijn aandacht uit te gaan naar de dynamiek tussen de verschillende personages en het gebrek aan werkelijke verbinding met elkaar. Davids dateleven bestaat uit oppervlakkige contacten en bij het idee dat een vrouw iets serieus met hem zou willen, is hij meteen op zijn hoede. ‘Als ze verliefd werd, of beweerde te zijn, was het uit met de pret, dan mocht hij zich weer in allerlei bochten wringen om uit te leggen dat fysieke aantrekkingskracht niet het belangrijkste voor hem was, dat gelijkwaardigheid het eerste en laatste principe moest zijn, en dat hij er continu van overtuigd was geweest dat ze er hetzelfde in stonden.’

Het zijn niet alleen de drie mannen die geen werkelijke verbinding met elkaar aangaan. Ook Alexia is, hoewel een deel van de nacht op stap met vriendin Noor, welbeschouwd alleen. Haar pad kruist dat van Reaux, maar de eerst herkent hij haar niet. Maanden eerder hadden ze een weinig geslaagde onenight­stand gehad. Alexia koestert een fascinatie voor hem, maar ook dit keer komt het niet werkelijk tot contact. Zo blijven alle personages in eenzaamheid dolende zielen.

Schrijfplezier

Ik was er tijdens het het schrijven natuurlijk niet bij, maar ik vermoed dat Van Agtmaal er plezier aan moet hebben beleefd. Hij neemt bijvoorbeeld alle ruimte om te beschrijven hoe cafégangers met parasols en een terras­warmer in de weer gaan om een poes in de vrieskou te verwarmen – een scène die niet echt bijdraagt aan de plot, maar wel leuk is. Grappig ook hoe vaak Van Agtmaal Brecht een antwoord laat beginnen met ‘ja nee’ of ‘ja nee precies’. Ook vermoed ik dat hij met enig sardonisch genoegen de afwijzingse-mail heeft bedacht die Alexia krijgt van een literair agent die de door haar vertaalde gedichten niet wil uitgeven:

Toen je me een jaar geleden vertelde waar je mee bezig was, was ik inderdaad enthousiast, maar dat was in de hoedanigheid van hoe we daar zaten: als oude studiegenoten. We hebben geen afspraken gemaakt over eventuele vertegenwoordiging, over verwachtingen, de manier van samenwerken of vergoedingen. Ik vermoed dat het niet bij je is opgekomen dat een literair agent de oorspronkelijke maker vertegenwoordigt, en niet, achter diens rug om, zijn of haar vertaler.
Maar goed, voor de zekerheid – en omdat ik meende dat je een uitstekende smaak hebt – las ik je vertaling. Ik begrijp nu waarom deze dichter hier volstrekt onbekend gebleven is., want haar poëzie is naar mijn mening niet van het niveau dat publicatie rechtvaardigt. De gedichten willen te veel zeggen en zeggen daardoor niks. Ze komen op mij over als het product van iemand die zo ontzettend graag wil, maar, laat ik het zo verwoorden, zich zo weinig aan de conventies houdt van wat poëzie precies is, dat ik vrees dat ze alle Nederlandse poëzielezers van zich zal vervreemden. En dat zijn er al zo weinig.

Wat Het objectief zo’n sterke roman maakt, naast het vermoedelijke schrijfplezier, is Van Agtmaals gave om goed te kijken. Zo  is er een poes ‘gefocust op raadselen binnen sprongafstand’. Een treffender beschrijving van poezen­gedrag ben ik volgens mij niet eerder tegen­gekomen. Dit soort zinnen wil ik vaker lezen. Bij een volgende roman van Martien van Agtmaal wacht ik niet twee jaar.

Martien van Agtmaal – Het objectief | paperback, 336p | 1e dr. Van Oorschot

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blijf op de hoogte