Geschreven zelfportret

Compositieportret - Nicolaas MatsierEen voorwerp of een herinnering, meer heeft Nicolaas Matsier niet nodig om zijn gedachten in werking te stellen. In Compositieportret schetst hij een beeld van zichzelf in zestig korte hoofdstukken, elk niet langer dan een paar pagina’s. ‘Zo onthult dit mozaïek in stukjes en beetjes wie Nicolaas Matsier is, wat hem heeft gevormd en wat hem intrigeert,’ zoals de achterflap uitlegt. Deze stukjes en beetjes hebben een columnachtig karakter – sommige stukken verschenen ook op de achterpagina van het NRC. Matsier vindt zijn onderwerpen in het alledaagse en beschrijft zijn observaties mooi, maar te vaak hebben zijn stukken niet veel meer om het lijf dan een voortreffelijke stijl. Wat mist is een beschrijving die het bekende op een nieuwe manier laat zien.

De hoofdstukken in Compositieportret zijn niet thematisch geordend maar alfabetisch op titel, van ‘Aforisme’ tot ‘Zij’. Soms zijn de onderwerpen wat luchtiger, dan weer is Matsier serieus. In het hoofdstuk ‘Bijbel’ gaat hij in op zijn christelijke opvoeding en de gebrekkige kennis van de christelijke cultuur van velen nu. Dat gaat verder dan alleen de Bijbel niet meer kennen. Ook de Europese geschiedenis en veel kunst zijn daardoor moeilijk te begrijpen en dat vindt Matsier zorgelijk. Het is hem ernst, maar hij kan zijn ferme mening relativeren, zoals in meer hoofdstukken waar hij al te stellig dreigt worden. Hierdoor voorkomt hij over te komen als een zeurende, oude man.

‘Toen ik nasloeg waar die verzen vandaan kwamen en of het klopte, dat citaat, moest ik vaststellen dat ik twee verschillende passages uit het boek van de profeet Jesaja aaneengeklonken had. Wat mij meteen effectief de mond snoert. Ik wilde gaan beweren: zulke dingen konden kinderen toen!’

Voor een deel, lees ik met een glimlach van herkenning, hebben Matsier en ik dezelfde dingen gewild.

Sommige onderwerpen komen meerdere keren terug, maar dan wel met tussenpozen. Uit verschillende hoofdstukken komt een beeld naar voren van een leergierige jongen op het gymnasium met een grote liefde voor klassieke talen, wat Matsier daarna ook een aantal jaar heeft gestudeerd. Het ene moment denkt hij terug aan zijn leraar Grieks van de middelbare school, het andere moment overdenkt hij, naar aanleiding van de Latijnse uitdrukking nolens-volens (nillens-willens in het Nederlands) wat hij allemaal ooit heeft willen doen, maar nu niet meer. Voor een deel, lees ik met een glimlach van herkenning, hebben Matsier en ik dezelfde dingen gewild.

Merg

In ‘Grieks’ gaat hij op zoek in Homeros’ Ilias naar de vindplaats van het woord muelos, merg. Daar is de classicus weer, zeker, maar dit keer is de aanleiding de ziekte van zijn vrouw, een ander terugkerend thema in Compositieportret. Zij kreeg acute myeloïde leukemie – ‘myeloïde, dat woord is onderweg naar het geheugen blijven steken als een graat in de keel’. Hij vindt de merg in de passage waar Achilles Deucalion doodt.

‘De geneeskunde was in de tijd van haar eerste wetenschappelijkheid nog geheel in handen van geleerden die een gymnasium hadden bezocht. En nu kwamen ze weer voor even in mij samen, het gymnasium en de nog machteloze geneeskunde.’

Vaak wanneer hij over de ziekte van zijn vrouw schrijft en de behandelingen die zij ondergaat, doet Matsier dat indirect, via een omweg van een ander onderwerp, of met humor waarin de pijn het sterkst naar voren komt:

‘De diagnose is gesteld. In grote lijnen weten we waar we aan toe zijn, mijn vrouw en ik. Als er niks gedaan wordt gaat ze dood. Want aan de opeenhoping van onvoldragen witte bloedlichaampjes zal niet zomaar een eind komen. Alhoewel – het is maar hoe je het bekijkt. Tenslotte graaft elke kanker ook zijn eigen graf. Wat in dit geval neer zou komen op misschien een maand of twee.’

Spiegel

Hoofdstukken als deze zorgen voor lichtheid in deze bundel, maar zouden op zichzelf wat te weinig inhoud hebben.

Ziekte, geloof en klassieke talen: Compositieportret lijkt misschien zware kost, maar dat valt reuze mee. Genoeg andere, lichtere onderwerpen komen aan bod. Met nostalgie denkt Matsier bijvoorbeeld terug aan zijn spaarpot (‘zo verouderd en achterhaald, zo aandoenlijk en bespottelijk geworden’); elders schrijft hij over de vermeende voorspellende gave van het niezen: ‘In mijn geval voorspelt een nies meestal alleen maar dat er nog een paar aankomen’. Hoofdstukken als deze zorgen voor lichtheid in deze bundel, maar zouden op zichzelf wat te weinig inhoud hebben.

Niet iedereen zal alle stukjes even zeer kunnen waarderen – een onvermijdelijkheid bij zo’n verscheidenheid. Maar met al deze stukken samen vormt de lezer zich een beeld van de auteur, waarbij sommige delen wat duidelijker zijn ingevuld dan andere. Als ik naar het mozaïek van dit geschreven zelfportret kijk, zie ik dat het niet alleen gemaakt is met gekleurde steentjes, maar ook met scherfjes van een spiegel waarin ik stukjes van mijzelf herken.

Nicolaas Matsier – Compositieportret
paperback, 256p.
1e dr. De Bezige Bij

Deze recensie is geschreven voor Recensieweb en ook aldaar te lezen.

2 gedachten over “Geschreven zelfportret”

    1. De overeenkomsten zijn vooral wat oppervlakkig van aard, hoor. Categorie: ik nies ook vaak. Of: ik ben wel eens met een skiff naar Ouderkerk gevaren, zoals Matsier ook ooit heeft gewild. Het zijn aardige stukjes en lenen mag zeker, maar er liggen nog betere boeken op je te wachten, geloof ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *