De boeken van 2021

Ik kijk in de kast: wat heb ik dit jaar gelezen? Zowat niks, dacht ik. Bij het zien van de ruggen echter komen langzaam vage herinneringen terug. Ik kijk op de eerste pagina: ja, aankoopdatum van dit jaar – die dus ook. Langzaam wordt het lijstje langer, ietsjes langer. Weinig blijft het. En vooral: weinig beklijft het. Ik was drukker dan ooit en dat kostte niet alleen veel tijd die anders zou lezen, maar ook aandacht.  Nu ik terugkijk op dit boekenjaar valt me vooral op dat ik best wat tegenvallende boeken heb gelezen.

Vallen is als vliegen bijvoorbeeld: bij verschijnen alom bejubeld, gedoodverfde Libriswinnaar (maar won niet), vorig jaar op alle eindejaarslijstjes… Slecht zou ik het niet willen noemen, maar zó goed?  Op aarde schitteren we even van Ocean Vuong: ook al zo’n alom bejubeld boek. Ik kwam niet heel ver, legde het weg, en pakte het nooit meer op. Klont van Maxim Februari had van mij beter een essay kunnen zijn dan roman.

Ook boeken waar ik echt naar uitkeek vielen me tegen. De biografie van Nescio was er zo een. Te dik, en biograaf Frerichs is niet de stilist die mijn aandacht echt vast wist te houden. Deze zomer las ik ook nog Willem die Madoc maakte van Nico Dros. Begin dit jaar laaide mijn liefde voor middeleeuwse literatuur weer helemaal op, dus ik was benieuwd naar deze historische roman over de schrijver van de satire Van den vos Reynaerde. Ook hier een teleurstelling: Willem trekt van hot naar her, is bij alles betrokken, maar Dros weet hier geen geweldige roman van te maken. Een prima dik boek voor een zomervakantie, maar je hoeft er ook niet voor naar de winkel te rennen.

De boekenlijst

De grote reden dat ik zo weinig tijd had om te lezen, is dat ik begin dit jaar ben begonnen als leraar Nederlands op een middelbare school. Wanneer je alles voor de eerste keer moet doen, kost het veel tijd. Heel veel tijd. En ondertussen doe ik er nu een opleiding bij om mijn lesbevoegdheid te halen. Zo blijven er weinig vrije uren in een dag over. De reistijd benut ik om te lezen, of nog beter: te luisteren. Het luisterboek is echt een ontdekking geweest, en heeft er voor gezorgd dat ik toch nog eens aan een boek toekwam.

Beginnen op een middelbare school betekende ook dat ik wat meer ging lezen wat leerlingen veel lezen.  Dat zijn niet bepaald titels die ik zelf ook zou lezen. Van Herman Koch las ik eerder eens Geachte heer M en dat maakte niet dat ik meteen zijn succesroman Het diner ook wilde lezen. Maar leerlingen doen dat en masse en ik begrijp dat wel. Ik vind het niet echt een goed boek: de schrijversmaniertjes zijn me te opzichtig, maar ik kan me levendig voorstellen dat de vijftienjarige daar geen last van heeft en dan blijft er een vaardig verteld verhaal over. Ook van Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen zie ik waarom het het goed doet bij leerlingen.

Maar sommige boeken die ik las of luisterde naar aanleiding van boekenlijsten vond ik echt ontdekkingen. Aan Birk van Jaap Robben was ik nooit toegekomen en nu was er een mooie aanleiding. Ik vond het een goed en reuze ongemakkelijk verhaal over een moeder die de dood van haar man niet kan accepteren en in haar zoon een plaatsvervanger begint te zien.

Omdat een andere leerling Confrontaties van Simone Attangana Bekono las, luisterde ik het. Wat een heerlijk boek moet dat zijn als puber! Hoofdpersoon Salomé zit in een jeugd­detentie­centrum na geweldpleging en het boek is een verslag vol woede van haar verblijf daar – woede niet in de laatste plaats vanwege haar racistische behandelaar. Nadat ik er iets lovends over gezegd had in de klas, verscheen het op een heel aantal andere boekenlijsten. Zoiets doet mij deugd, zeker omdat de leerlingen uit de keurige gemeente waar ik lesgeef best eens over een andere kant van Nederland mogen lezen. Net als ik.

Wat ik goed vond

Las ik uit eigen beweging ook nog iets goeds? Zeker. In hertaling van Ingrid Biesheuvel las ik de middeleeuwse Roman van Walewein: wat een heerlijk avonturenboek is dat zeg. De wonderlijkste dingen gebeuren er: een schaakbord zweeft weg, er zijn magische zwaarden en een pratende vos – in de Arthurroman kon het allemaal. En daarmee vormt het genre niets minder dan de geboorte van de Nederlandse fictie.

Ook was ik erg enthousiast over Het internet is stuk van Marleen Stikker. Eerder schreef ik daar al over en ik vind dat verplichte lectuur voor eenieder die nu leeft. Momenteel ben ik bezig in het thematisch aanverwante Frictie van Miriam Rasch. Ook al een erg goed boek (voor zover ik nu kan beoordelen). Rasch paart een scherpe geest aan een even scherpe pen en zegt daarmee zeer zinnige dingen over onze neiging om in digitalisering de oplossing van alles te zien.

Tot slot lees ik nu ook Poëzie als alternatief van Jeroen Dera. Het is een zeer aanstekelijk boek over moderne poëzie waarin hij afrekent met het clichébeeld van poëzie als genre waarin tamelijk wereldvreemde lieden hun diepste zielenroerselen prijsgaven aan een select publiek. Een select publiek heeft poëzie, maar Dera laat mooi zien hoe moderne dichters midden in de maatschappij staan en met hun gedichten kritiek hebben op bijvoorbeeld het kapitalisme of onze levensstijl die verwoestende schade aan de wereld. Hij sluit af met hoe het Nederlandse poëzieonderwijs beter kan. U begrijpt: ik lees met interesse!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Blijf op de hoogte