‘Schrijft u over mij maar niks’

Over Nescio. Leven en werk van J.H.F. Grönloh van Lieneke Frerichs

Biografie Nescio Lieneke Frerichs‘Saai’ bestaat niet, zei criticus Arjen Fortuin eens. Daar zit veel in. Wat voor de een saai is, is voor een ander juist razend interessant. En toch is ‘saai’ het woord dat bij me opkomt bij het lezen van de biografie Nescio. Leven en werk van J.H.F. Grönloh, geschreven door Lieneke Frerichs. En ik kan toch niet zeggen dat het onderwerp me niet interesseert. Ik vrees dat ik tegen deze biografie hetzelfde bezwaar heb als tegen sommige andere, zoals die van Willem Frederik Hermans.

Dat ik de biografie van Nescio zou gaan lezen stond buiten kijf. Mijn lezen begon met Nescio. Niet dat ‘Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik het zelf.’ mijn eerste woorden waren in groep 3, maar ‘Titaantjes’ was wel het eerste verhaal dat me liet zien wat literatuur vermag. Dit verhaal, en Nescio’s andere, zijn me altijd bijgebleven met regelmatige herlezing. In de loop van de jaren hebben zowat alle boeken over Nescio een weg naar mijn boekenkast gevonden. Na de vorig jaar verschenen ‘amuse’ Buitenland is geen land nu dus ook de biografie van Nescio.

Nescio

Lange tijd bleef Nescio onbekend. Aanvankelijk wist men echt niet dat Jan Hendrik Frederik Grönloh achter het pseudoniem schuilging. Ook nadat hij zich wel bekend had gemaakt – om recht te zetten dat híj en niet ene Nico Eisenloeffel Nescio was – bleef hij als schrijver vrijwel onbekend. Pas na vijftien jaar, in 1933, verscheen een tweede druk (eerste druk: 500 exemplaren) van zijn verhalenbundel Dichterje. De Uitvreter. Titaantjes. En veel meer publiceerde hij ook niet. In 1947 verschenen nog wat korte verhalen onder de titel Mene tekel en in 1961, vlak voor Nescio’s dood, verscheen bij Van Oorschot nog de bundel Boven het dal. Wat Nescio bij leven publiceerde komt neer op zo’n 250 pagina’s totaal.

Dat kleine oeuvre gaat over opgroeien, verlangen en vrijheid. Maar wie Necio’s verhalen kent, weet dat het er vaak niet van komt. Uitvreter Japie legt het af tegen het leven en stapte van de Waalbrug af (‘springen kon je het niet noemen’), Bavink werd mal en anderen, onder wie Nescio’s alter ego Koekebakker zat maar op kantoor. Net als zijn schepper Nescio, of beter gezegd: Grönloh. Hij werkte op verschillende handelskantoren in Twente en Duitsland, maar kwam uiteindelijk terecht bij de Holland-Bombay Trading Company waar hij het tot directeur schopte.

Niets nieuws

Het zal duidelijk zijn dat Nesico’s leven en schrijven zich niet leent voor uitgebreide beschrijvingen van het ontstaan van zijn werk en de ontvangst daarvan. Daarvoor schreef hij eenvoudigweg te weinig. Ook maakte hij nauwelijks deel uit van het literaire leven. In de biografie van Lieneke Frerichs is er des te meer aandacht voor het persoonlijke leven van Grönloh. En misschien vind ik de biografie daarom wel een beetje saai. Ik ben vooral in het leven van een schrijver geïnteresseerd voor zover het me iets zegt over het geschreven werk. Uitweidingen over het wel en wee van de dochters kunnen me wat minder boeien. En wanneer Grönloh op zakenreis naar Brits Indië gaat, hoef ik ook niet per se te weten in welke hotels hij allemaal verbleef. Anders gezegd: moest deze biografie nu echt 650 pagina’s zijn?

Over het werk van Nescio leren we eigenlijk niets nieuws. Een van de vondsten van Frerichs is dat uit de vele bewaarde brieven blijkt hoe dicht Nescio in zijn verhalen bij zijn eigen leven bleef. In het tweede hoofdstuk van ‘Dichtertje’ bijvoorbeeld beschrijft Nescio hoe het Dichtertje zijn vrouw kreeg en precies zo ging het ook bij de jonge Grönloh en Agathe Tiket.

Negentien jaar was i. Hij schreef haar een briefje datti twee dagen in Amsterdam was en datti haar graag wilde spreken Ze kenden elkaars namen, Amsterdam is tenslotte ook maar een dorp. Ze hattem die honderd dagen erg gemist en ze kwam.

Van dit geval wisten we het niet, maar erg verbazen doet het ook niet. Wie Nescio’s werk leest en een beetje wat weet van zijn leven, weet dat er parallellen zijn.

Autorit met de uitgever

Als biograaf kun je er natuurlijk niets aan doen dat een leven niet erg opzienbarend is. Wel is het natuurlijk de keuze van in dit geval Frerichs om uitgebreid uit alle persoonlijke brieven te citeren die met het schijven literaire werk weinig te maken hebben. Dat ik niet meer dan gematigd geïnteresseerd raak in het persoonlijke leven van de schrijver, komt door de stijl. Frerichs schrijft tamelijk flets en af en toe ook wat houterig met zinnen als: ‘Het wordt tijd Geert van Oorschot op het toneel te laten verschijnen.’

Over Van Oorschot gesproken: wanneer je zijn biografie naast die van Nescio legt, zie je de stilistische verschillen.

Van Oorschot heeft de invalide Grönloh en zijn vrouw één of twee keer meegenomen voor een autoritje. Aan Chris van Geel schreef hij: ‘Ging rijden met Nescio. Het was heel treurig.’ Grönloh zat zwijgend naast hem , maar bij het uitwijken voor een tractor zei hij onverwachts: ‘imbeciel op ijzer.’

Vergelijk deze beschrijving van Frerichs eens met hoe de eerder genoemde Arjen Fortuin deze zelfde anekdote beschrijft in zijn biografie van Van Oorschot:

Onder een heldere julilucht reed in de zomer van 1959 een grote automobiel door de polder ten zuiden van Amsterdam. Achter het stuur zat een forse, vijftigjarige man met een sigaar, naast hem een veel breekbaarder ogende oude heer van een eind in de zeventig. ‘Het was heel treurig,’ zou de jongste man later zeggen. De oudere man zweeg vooral; hij was nog steeds herstellende van trombose die zich een paar jaar eerder in zijn hersenen had geopenbaard. Toen aan de stille kant van de Amstel, tussen Amsterdam en Ouderkerk, een boer op een reusachtige tractor hun de doorgang belemmerde, deed de oude man dan toch zijn mond open: ‘Imbeciel op ijzer,’ mompelde hij.

Iets minder

Ter gelegenheid van Grönlohs vijfenzeventigste verjaardag verscheen er in de Haagse Post een artikel van Simon Vinkenoog. Hierin staan ook fragmenten uit een interview dat Vinkenoog met de schrijver hield. Vinkenoog vermeldt onder andere dat er in het leven van Grönloh nooit iets gebeurde. ‘Het is dus niet zijn leven, dat, misschien rijk aan innerlijke gebeurtenissen die wij niet kennen, van belang is’. Het artikel besluit met een reactie van Grönloh op zijn onlangs ontvangen biografische kaart van het Letterkundig Museum:

‘Ja, die meneer Borgers, ik zie hem daar nog zitten, een dikke man die me alles vroeg, wat voor ondergoed ik droeg en op wat voor school mijn grootouders geweest waren.’ Hij is een beetje ontsteld als hij hoort dat die biografie in ieders handen kan vallen en zegt: ‘Schrijft u over mij maar niks.’

Ik zou niet willen zeggen, zoals Simon Vinkenoog deed, dat Grönlohs leven er niet toe deed. Frerichs haalt hier en daar namelijk ook moois naar boven. Bijvoorbeeld wanneer ze beschrijft hoe Grönloh de natuur ervaarde: ‘Hij keek weliswaar als een romantische schilder, maar hij was een schrijver (…) Hij zocht eenvoud, harmonie en stilte, een wereld zonder lawaai, zonder auto’s, zonder de “wrede” autowegen en zonder al die akelige mensen.’ Het zou zonde zijn om helemaal ‘niks’ te schrijven over Nescio. Maar iets minder had wat mij betreft wel gekund.

Lieneke Frerichs – Nescio. Leven en werk van J.H.F. Grönloh | gebonden, 656p. | 1e dr. Van Oorschot

Lieneke Frerichs  – Buitenland is geen land. Nescio in Frankrijk | paperback met flappen, 56p. | 1e dr. Van Oorschot

4 gedachten over “‘Schrijft u over mij maar niks’”

  1. Wat een fraaie recensie. En wat een beknopt, goed onderbouwd antwoord op
    de vrijwel algemene jubel, die deze biografie ten deel viel. Ik moet er nog aan beginnen. Maar
    aarzel….

      1. Hahaha! Laat ik bij Nescio zelf juist altijd close reading hebben toegepast!
        (Compliment voor justread trouwens! Je bent vast De/Een Bezige Bij maar ik zou je beslist vaker willen lezen op deze plaats).

        1. Dank, Bob. Ik ben niet ‘De’ (gelukkig), maar wel erg druk inderdaad. Ooit begon ik deze site met elke twee weken iets. Nu is het eerder elke paar maanden iets. Als beginnend docent die daarnaast zijn opleiding doet, houd ik weinig tijd over. Dat zal hopelijk een keer anders worden, maar tot die tijd valt er in het archief wellicht nog een mooi stuk te vinden. Groet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *