Portet van zijn grootvader

Hertmans - Oorlog en terpentijn‘Exegi monumentum aere perennius,’ dichtte Horatius, ‘regalique situ pyramidum altius/ quod non imber edax, non Aquilo impotens/ possit diruere aut innumerabilis/ annorum series et fuga temporum.’ In vertaling: ‘Ik heb een monument voltooid, duurzamer dan brons, grootser dan de koninklijke piramiden. Het kan niet vernield worden door de bijtende regen, de razende wind, door een ontelbaar aantal jaar, zelfs niet door de snelvoorbijgaande tijd.’ Ook Stefan Hertmans heeft met Oorlog en terpentijn een monument opgericht, voor zijn grootvader.

Hertmans kreeg de aantekenboeken van zijn grootvader Urbain Martien waarin deze zijn herinneringen aan zijn leven en met name zijn herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog had opgeschreven. Al lange tijd liep Hertmans ermee rond en nu, vlak voor het honderdste herdenkingsjaar van de oorlog heeft hij er een boek van gemaakt, waarin het verhaal van zijn opa, een kleine held, de geschiedenis van Europa toont.

Documentaire

Oorlog en terpentijn leest als een documentaire waarin Hertmans op basis van de cahiers van zijn grootvader, foto’s en een zoektocht langs de plaatsen waar hij is geweest diens leven reconstrueert. Hertmans begint uitgebreid over de jeugd van Urbain. Hij groeide op in het Gent van voor 1900 als zoon van een frescoschilder in kerken. Als jongetje ging hij vaak met zijn vader mee en keek uren naar het schilderwerk – later zou ook Urbain gaan schilderen. Met de uitvoerige beschrijving van de jeugd van Urbain zet Hertmans een stevig contrast neer met de periode daarna. Niet alleen met de gruwelijkheden van de oorlog, maar ook met de latere levensjaren van Urbain en met moderne leven. Urbain is een man van de oude stempel en zal dat blijven. Het komt ook tot uiting in de schilderijen van Hertmans’ grootvader: hij is een niet onverdienstelijk kopiist van oude meesters. Voor moderne schilders heeft hij weinig ontzag: ze beheersen de elementaire vaardigheden van het schilderen niet meer, ‘klakpotters’ zijn het.

Hertmans laat ook andere contrasten duidelijk uitkomen, om niet te zeggen dat hij het effect bepaald niet schuwt:

Dat de oude Beethoven zo geobsedeerd aan zijn negende symfonie werkte omdat hij doof was, wist ik al, maar daar kwam op een dag de ontstellende informatie bij dat hij zelfs de moeite niet nam om behoorlijk de wc op te zoeken wanneer hij aan het werk was, en dus maar ‘zijn gevoeg deed naast zijn piano’, waardoor – ik citeer – ‘hij dat schoon lied over alle mensen die broeders worden, zat te componeren naast een hoopmest’. […] Pas vele jaren later heb ik beseft dat hijzelf ongeveer anderhalf jaar daadwerkelijk naast een hoop mest had geleefd – in de ellendige loopgraven, waar je, zodra je je hoofd boven de rand uitstak om elders je gevoeg te doen, werd afgestraft met een kogel door je kop.

Het is een vooruitblik op de beschrijving van de oorlog die later zal komen, in het tweede deel. In dit tweede deel slaagt Hertmans er knap in om die oorlog dichtbij te laten komen. Knap, omdat ik vaak bij voorbaat al een beetje moet wordt van ‘weer een boek over de oorlog’ – hier niets daarvan dus. De Grote Oorlog begint voor Urbain met lange dagmarsen naar het front, naar de verdedigingswerken bij Luik. Voor hijzelf in gevecht hoeft te komen, zijn de Belgische troepen al verslagen: de granaten van de Duitsers zijn van zo’n kaliber dat het gewone beton van de forten niets meer voorstelt. Hertmans omschrijft ze mooi als de ‘laatste overblijfselen uit een argeloze tijd’.

Later zal Urbain het vechten van nabij meemaken en meerdere malen gewond raken. Hij verricht enige heldendaden, krijgt daarvoor onderscheidingen, maar als Vlaming moet hij keer op keer de vernederingen van zijn Waalse meerderen ondergaan. Zijn ontberingen, honger, kou, verwondingen, de vunzigheid in de loopgraven, het aangezicht van stervende strijdmakkers – alles doorstond Urbain, plichtsgetrouw als hij was, maar die vernederingen… verbitterd keerde hij terug uit de oorlog.

Na de oorlog

‘Mensen uit de tijd van de grote catastrofes in Europa, wat begrijpen wij nog van hen?’ vraagt Hertmans zich af. Oorlog en terpentijn is het antwoord. Wat de oorlog met Urbain gedaan heeft, blijkt uit een latere herinnering:

Die aandoenlijke ouderwetsheid had mijn grootvader nooit verlaten, ze was er te diep ingehamerd; maar zijn plots opduikende wantrouwen in later jaren, zijn achtervolgingswaan in de jaren vijftig, zijn buien van drift en woede tegen niemand in het bijzonder, zonder zichtbare aanleiding – misschien nog het meest tegen zijn eigen verloren argeloosheid gericht – het sprak stille, zwijgzame, bittere boekdelen voor ons die met hem leefden.

Mooi zoals een schilderij van oude meesters mooi zijn – zelf houd ik alleen meer van het werk van klakpotters.

De oorlog is niet de enige ramp in het leven van Urbain. Zijn grote liefde Maria (lang kennen ze elkaar niet eens) sterft. De vader van het meisje biedt later zijn andere, zwijgzame dochter Gabrielle aan; Urbain accepteert het aanbod, plichtsgetrouw als hij is, maar een gelukkig huwelijk wordt het niet. Beiden weten dat Gabrielle Maria niet is.

Na de oorlog begint Urbain ook te schilderen – net als zijn vader. Maar hij maakt geen fresco’s, hij kopieert oude meesters. In het schilderen vindt hij de rust en voldoening, die hij in zijn leven gemist heeft. Een tragisch leven was het. Stefan Hertmans geeft met Oorlog en terpentijn een mooi, afgerond portret van zijn grootvader, vaardig verteld en met oog voor de contrasten tussen donker en licht. Mooi zoals een schilderij van oude meesters mooi zijn – zelf houd ik alleen meer van het werk van klakpotters.

Roman

Onlangs schreef Arnon Grunberg een interessant stuk over dit boek. Hij werpt de gedachte op dat het namelijk geen documentaire is, zoals ik het noemde, maar een roman. Dat staat immers groot op de kaft!

Ik wil niets afdoen aan de betrouwbaarheid van Hertmans’ uitspraken buiten de context van dit boek, maar ik kan niet vergeten dat het woord ‘roman’ op de kaft staat en ik neem Hertmans als literator te serieus om Oorlog en terpentijn uitsluitend als een document humain te beschouwen.

De aantekenboeken van Urbain Martien, zijn die echt, of hebben we te maken met een vervalsing? Grunberg vindt, behalve op het omslag dus, ook in de tekst aanwijzingen hiervoor: is het niet verdacht dat grootvader meesterwerken namaakte? Ook zou het boek pas interessant worden als Hertmans inderdaad een vervalsing heeft gemaakt:

Pas als vervalsing komt Oorlog en terpentijn echt tot leven, omdat het dan een roman wordt over de vraag hoe de verboden plek af te beelden die je nooit hebt betreden en die je ook niet wilt betreden.

Als wij de loopgraaf beschouwen als een verboden plek waar de obsceniteit ongekende vormen aannam, dan zegt Hertmans door middel van zijn vervalsing feitelijk dat die obscene plek alleen genaderd kan worden door te doen alsóf de schrijver een ooggetuige is, beter gezegd door te doen alsof hij het geschrift van een ooggetuige kopieert.

Zeker weten doet Grunberg het niet, of het een vervalsing is of niet. Ik ook niet, maar ik vind het een interessante gedachte, waar ik zelf niet bij had stilgestaan. (Op het ongecorrigeerde leesexemplaar in pdf dat ik kreeg toegezonden staat er nergens groot ‘roman’ op een titelpagina; wel, een stuk kleiner, NUR 301).

Cahier
Het cahier van Urban Martien

Evenwel vraag ik me af of het er toe doet. Er is namelijk ook één essentieel verschil, waar Grunberg aan voorbij gaat. Een kopie is geen vervalsing; het wordt pas een vervalsing als de maker pretendeert dat het een ‘echt’ is en niet een kopie. Nergens blijkt dat Urbain dat deed en met de namen van grote schilders signeerde. Daarbij: hij kopieerde meesterwerken – het echte werk was er al. Als de cahiers die Hertmans onder andere op televisie toont níet van zijn grootvader zijn (of in ieder geval niet de basis voor dit boek vormden), dan is Hertmans een vervalser: hij zegt namelijk dat ze van zijn grootvader zijn. Als die cahiers wél van zijn grootvader zijn geweest, is hij een kopiist. In dat geval kopieert Hertmans de cahiers, zoals Urbain schilderijen kopieerde.

Stefan Hertmans – Oorlog en terpentijn
pdf, 334p.
ongecorrigeerde drukproef, De Bezige Bij

Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *