Dichtung en Wahrheit

Over Huis voor het hiernamaals van Guido Snel

Huis voor het hiernamaals Guido SnelHoe goed kun je een ander kennen? Waar houdt de geschiedschrijving op en begint de verbeelding? In de bundel Huis voor het hiernamaals brengt Guido Snel de levensverhalen bijeen van zijn dierbaren, van bewonderde schrijvers tot zijn eigen familie. In vijftien verhalen beschrijft hij hun levens en reflecteert hij op het vermogen om ze te kúnnen beschrijven. Snel ontziet zichzelf daarbij niet: ‘Zo raak ik de pijn niet. Het scalpel moet dieper, in mijn eigen vlees, in dat van mijn ouders. Maar hoe doe je dat, snijden in je eigen vlees?’

Behalve schrijver is Guido Snel docent Europese letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, met specifieke aandacht voor de literatuur uit Centraal en Oost-Europa en de Balkan. Zijn literaire interesse blijkt uit de eerste twee afdelingen van Huis voor het hiernamaals waarin hij een biografische schets geeft van zijn geliefde auteurs en terugblikt op zijn studententijd op het Slavisch Seminarium.

Grafmonument

Meer dan over de beschreven levens zelf gaan de verhalen van Snel over de vraag hoe je het leven kunt beschrijven, wat de bundel ook interessant maakt voor wie geen slavist is. Het eerste verhaal ‘Tausk aan zee’ gaat over het leven van Victor Tausk, een leerling van Freud die nadat hij eerst zijn naam gevestigd had, vergeten wilde worden na zijn dood. Het volgende verhaal opent als volgt:

‘Hoewel merendeels fictief, kan de voorgaande vertelling niet geheel als verzinsel worden afgedaan. De briljante, gekwelde Victor Tausk heeft bestaan.’

Wat volgt zijn ‘de feiten’ over Tausk, de correspondentie van Snel met anderen die over Tausk schreven en gesprekken met nabestaanden van Tausk. Hoewel het eerste verhaal grotendeels verzonnen was, was het tegelijk de enige manier om Tausks leven te vangen. Zo vormt dit ‘Dossier Tausk’ een grafmonument voor de man die zelf wilde verdwijnen in de vergetelheid.

Eigen belevenissen

Maar niet alles kan door middel van verbeelding begrepen worden. In het verhaal ‘Srebrenica’ bijvoorbeeld vertelt Snel hoe hij als vertaler bijna naar Bosnië zou zijn uitgezonden.

‘De meeste mensen kennen de beelden wel van de Nederlandse overste die door generaal Mladić wordt uitgekafferd. Telkens als ik deze beelden zie, zoek ik vergeefs naar een plaats voor mezelf in deze geschiedenis, want dit is het moment waarvoor ik in training was geweest, deze scène was mijn bestemming als ik naar Bosnië was gegaan. Maar telkens als ik me deze scène voorstel, verliest deze hele geschiedenis zijn samenhang. De vorm vervaagt, de inhoud stroomt over, tientallen, honderden verhalen, die ieder evenveel recht hebben verteld te worden, worden tot een groot stuwmeer waarin mijn lullige belevenissen meteen verzuipen.’

Van de eerste zeven verhalen uit Huis voor het hiernamaals is het decor vaak de Balkan. Via via is Snels eigen leven steeds verweven met de levens die hij beschrijft. Als een ‘detective-biograaf’ reist hij overal heen om schrijvers en vrienden te spreken die de ‘laatste Joegoslavische schrijver’ Danilo Kiš hebben gekend. Op het omslag van Huis voor het hiernamaals staat ‘verhalen’, maar eerder is dit een bundel geschreven documentaires te noemen.

Toch weer de verbeelding

De laatste verhalen zijn merkbaar veel persoonlijker, wat ze ook tot de beste uit Huis voor het hiernamaals maakt

In de laatste vijf verhalen richt Snel zijn blik op zijn eigen familiegeschiedenis met zijn geestelijk gehandicapte zus Annemarie als centrale figuur. Hij beschrijft hoe zijn zus ieder weekend opgehaald werd uit het tehuis, hoe zijn vader haar verzorgde. Hij weet de pijn voelbaar te maken van het levenslange zelfverwijt van zijn moeder, alsof zij schuld had aan het lot van haar dochter.

In de eerste verhalen voel je de fascinatie van Snel voor zijn helden, maar de laatste verhalen zijn merkbaar veel persoonlijker, wat ze ook tot de beste uit Huis voor het hiernamaals maakt. Snel beschrijft mooi hoe de verschillende gezinsleden omgingen met Annemarie. En ook al was het de bedoeling om haar  te beschrijven zoals ze was, ook nu ontkomt Snel niet aan zijn eigen projectie. ‘Ik die de onnavolgbare lijnen wilde schetsen die ze met haar vingers trekt, heb onbedoeld toch weer mijn eigen geschiedenis om haar heen gesponnen. En die heeft weinig of niets te maken met het wezen dat zich in het hart van mijn web niet eens gevangen weet.’

Guido Snel – Huis voor het hiernamaals
paperback, 220p.
1e dr. De Arbeiderspers

Deze recensie is geschreven voor Recensieweb en ook aldaar te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *