Crisis? What crisis?

Over Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk

Joris Luyendijk - Dit kan niet waar zijnBijna tien jaar na het begin van de financiële crisis. Politici buitelen over elkaar om het economische herstel te verkondigen, alles is weer in orde. Toch? We gaan weer over tot de orde van de dag alsof er niets gebeurd is. Om te begrijpen hoe zo’n grote crisis ooit heeft kunnen plaatsvinden, sprak Joris Luyendijk met bankiers. Het verslag daarvan heeft de omineuze titel Dit kan niet waar zijn en daarin schetst hij inderdaad een angstaanjagend beeld.

De basis voor dit boek vormde de serie die Luyendijk voor The Guardian maakte over zijn ‘onderzoek’ naar de financiële crisis. Om te begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren ging hij bankiers interviewen: konden zij hem, als leek, uitleggen hoe de wereld van haute finance werkte? Als een antropoloog die een onbekende stam onderzocht trok hij de Londense city in. Hij gaat voorbij aan de makkelijke typeringen (graaiers! bonuscultuur!) en legt zo beetje bij beetje bloot wat er mis is: niet de mensen, maar het systeem zelf. En daar is niets fundamenteel aan veranderd.

Amoreel

Luyendijk geeft een aantal oorzaken van wat er mis is in het financiële systeem. Met ieder interview – uiteraard geanonimiseerd, wie praat moet vrezen voor zijn baan – leert hij de wereld van bankiers beter te doorgronden. Op een prettige manier brengt hij ook zijn eigen leerproces in beeld. Regelmatig vertelt hij hoe hij zijn gedachten tot dan toe moet bijstellen. Dat het toch anders zit. Het veelal erger is dan hij dacht.

Een van de oorzaken is dat de financiële wereld een amorele wereld is. Noties als goed, fout, gewenst of ongewenst doen er niet toe. Het enige wat telt is of het juridisch mag – en of er geld mee te verdienen valt natuurlijk. Zo ja, dan moet je het vooral doen. Het is deze amoraliteit die heeft geleid tot het construeren van financiële producten die veel schade kunnen aanrichten. Het is dezelfde amoraliteit die denk ik de grootste kloof vormt tussen de financiële wereld en de ‘echte’ wereld waarin ethiek wel een rol speelt.

Spelbedervers

Noties als goed, fout, gewenst of ongewenst doen er niet toe in de financiële wereld

Maar amoraliteit is niet het enige waardoor zo veel bedrijven in de problemen zijn gekomen. Zijn particuliere beleggers nog redelijk beschermd, voor professionele spelers geldt dit niet. Zij worden geacht deskundig genoeg te zijn om te weten wat ze doen – caveat emptor, heet dit: een koper of belegger wordt verondersteld te weten wat de gevolgen van een koop zijn. Inmiddels weten we dat dit niet het geval bleek: velen hebben zich met financiële producten ingelaten zonder te weten wat het eigenlijk was. Ze hebben de risico’s niet goed kunnen inschatten.

Dom, zeker. Maar daar moet tegelijk bij vermeld worden dat niet alleen andere partijen de dupe zijn geworden van volstrekt onbegrijpelijke financiële producten. De banken zelf net zo hard. Want de interne toezichthouder had ook niet goed genoeg in de gaten welke risico’s de producten en beleggingen met zich meebrachten… Mooi beschrijft Luyendijk de gesprekken met verschillende personen die hij voerde. Diegenen die voor het interne toezicht werkten voelden zich nogal eens machteloos. Anderen, zij die het grote geld konden verdienen, vonden de interne toezichthouders maar spelbedervers van wie het allemaal niet mocht.

Casino

Het financiële systeem dat Luyendijk beschrijft wordt nog wel eens casinokapitalisme genoemd. Het is een term die lekker bekt natuurlijk en het debat over de financiële wereld goed framet. Maar uit Dit kan niet waar zijn wordt pijnlijk duidelijk hoe misleidend die term is. Bankiers gedragen zich helemaal niet als spelers in een casino. In een casino zijn de kansen namelijk bekend. Wie bij roulette inzet op rood, weet dat de winstkans iets kleiner dan de helft is. In de economie is dit niet het geval: wie bijvoorbeeld speculeert op stijgende olieprijzen, kan totaal niet overzien met hoeveel de prijzen gaan dalen of stijgen. Dit kan tot enorme winsten leiden, maar wanneer het fout gaat, kunnen de gevolgen oneindig veel groter zijn dan gedacht.

Zie het als opgooien van een euro: bij kop win ik, bij munt verlies jij

En daarbij komt: wie in het casino speelt, mag zelf de winst opstrijken, maar neemt ook zelf het verlies. Er zullen niet veel mensen zijn die al hun geld op één nummer inzetten op de roulettetafel. En daarin zit ook nog een groot verschil met de grote banken. Vroeger waren deze ingericht volgens een partnerstructuur: binnen de bank was de partner zelf verantwoordelijk voor winst én verlies. Daarin zat een natuurlijke rem op het te nemen risico. Een partner die zelf verantwoordelijk is voor het verlies, zal scherp de risico’s in de gaten houden.

Hoe anders is het nu. De banken zijn beursgenoteerd waardoor de aandeelhouders eigenaar zijn. Zij willen winst zien. Daarmee is de aandeelhouderswaarde, of shareholder value, het enige criterium van de bank. Niet alleen is dit veelal gericht op snelle winst op korte termijn, het heeft ook nog een ander gevolg. De bankier is namelijk niet meer verantwoordelijk voor het verlies. Bij winst verdien je een mooie bonus, maar het verlies is voor rekening van de aandeelhouders. Zie het als opgooien van een euro: bij kop win ik, bij munt verlies jij. Waarom zou je het risico niet nemen, als je speelt met andermans geld?

It’s the system, stupid!

Het is goed te bedenken dat Joris Luyendijk schrijft over de bankiers in de City. De situatie aan de Zuidas is net wat anders. Zo heeft een Nederlandse bankier, in tegenstelling tot zijn collega in Londen wel ontslagbescherming. Ook gelden er in Nederland restricties voor accountants: een kantoor mag niet én de controle doen én advieswerk leveren, eenvoudig gezegd.

Maar ondanks de verschillen zijn er grote overeenkomsten: de achterliggende principes werken bij Nederlandse banken net zo goed als elders. Wie dit overziet kan met enig gezond verstand niet verbaasd zijn dat het zo mis heeft kunnen gaan. Luyendijk laat zien dat het niet de schuld is van mensen met een slecht karakter of verkeerde drijfveren. Wie je er ook zou neerzetten, precies hetzelfde zou gebeuren. En daarom is de conclusie nog wel het bitterst. Want wat is er sinds de crisis veranderd? Hoegenaamd niets! Het zou zo weer kunnen gebeuren.

Inderdaad, dit kan niet waar zijn. En toch is het zo. Niet alleen komt dat door een sterke bankenlobby op de politiek. Ook hier zit het dieper: politici zitten gevangen in dezelfde economische denksystemen als bankiers. Ze zien de huidige situatie als een natuurlijk gegeven, in plaats van een politiek gegeven. Tekenend is hoe politici een tweede carrière in de financiële wereld beginnen: van Gerrit Zalm tot Wouter Bos. De hoogste tijd dus voor en nieuwe generatie die vanzelfsprekendheden durft los te laten.

Joris Luyendijk – Dit kan niet waar zijn
voorgelezen door Chris Kijne
luisterboek, 5 cd’s
Rubinstein

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *