De weg het woud uit

Over Hutten bouwen van Sonja Schulte

Sonja-Schulte-Hutten-bouwen‘Nel mezzo del cammin di nostra vita,’ begint Dante zijn Commedia, ‘mi ritrovai per una selva oscura.’ Of in vertaling van Ike Cialona en Peter Verstegen: ‘Op ‘t midden van ons levenspad gekomen,/ kwam ik bij zinnen in een donker woud.’ Het bos om jezelf te hervinden, maar het is bij uitstek ook een plek om te verdwalen. In Hutten bouwen, het debuut van schrijver en beeldend kunstenaar Sonja Schulte (1982), vervult het bos beide functies. ‘Het bos lijkt een enorme wereld, maar een veilige: ik ben op een eiland, ik kan hier niet verdwalen. Het is onmogelijk om echt te verdwijnen en ik kan dus zo ver verdwijnen als ik wil.’

In Hutten bouwen neemt Schulte haar lezers mee op vier vakantiereizen. Naar Vlieland, het Zuid-Engelse Dartmoor, Český ráj in Tsjechië en naar de Eifel. Het zijn ook vier reizen steeds verder terug in de tijd: van alleen kamperen op Vlieland in 2016 tot een gezinsvakantie in 1994. In deze reisherinneringen – want daaruit bestaat deze ‘roman’ – gaat het niet alleen om de reis. Schulte wisselt de beschrijving van de reis soepel af met overdenkingen over hoe ze zich tot haar omgeving of tot anderen verhoudt.

Enge douches

Die verhouding tot haar omgeving en anderen is niet geheel vrij van zorgen, blijkt al uit de eerst beschreven reis naar Vlieland. De ik-persoon (in wie een jongere versie van de auteur te herkennen is) heeft besloten om een paar dagen alleen te gaan kamperen op het Waddeneiland. Maar tegelijk lijkt ze hiervoor een angst te hebben: ‘Ik denk nog steeds, regelmatig: nu is alles verloren. En: zie je wel. Zelfs bij mijn haar denk ik dat, dat het wel verpest zal zijn. Zelfs de douches vind ik eng, terwijl ze toch in feite ook van mij zijn, zich bevinden in een gebouw waar ik binnen mag gaan.’

Sonja Schulte maakt je moeiteloos deelgenoot met haar mooie, zintuiglijke beschrijvingen

De tweede reis, naar Dartmoor, beschrijft een wandeling aldaar en het bijbehorende bezoek aan vriendin Jane en haar gezin. Tegelijk ontleedt Schulte facetten van de vriendschap. Jane en zij leerden elkaar kennen tijdens een studiejaar in Florence. Mooi analyseert Schulte hoe verwachtingen van wat de ander wil een gezamenlijk dagje uit kunnen bepalen. Of hoe er in het ontstaan van een vriendschap bepaalde momenten zijn, waarop de rol die je naar een goede kennis speelt wegvalt en die kennis een vriend wordt.

Groot zwart gat

Net als bij de eerste twee reizen maakt Sonja Schulte je ook op de derde reis moeiteloos deelgenoot met haar mooie, zintuiglijke beschrijvingen. Een boswandeling in Český ráj, ze beschrijft het bos met de eiken, berken en dennen:

En beuken, geen rooie, alleen echte natuurlijke, wilde, dus met lichtgroen blad dat altijd bibbert bij het minste zuchtje wind. Misschien moet je je daar dan nog de geur van zonnebrand bij voorstellen. Die had ik opgesmeerd, die rook ik op dat moment ook. En het gevoel als je het zoute zweet op je gezicht voelt drogen, je haren die de hele dag nat voelen op je voorhoofd en dan later, aan het eind van de dag, dat trekken van je huid.

Gustave Doré: „Nel mezzo del cammin di nostra vita / mi ritrovai per una selva oscura”

In de beschrijving van deze reis krijgt de lezer – onverwacht, wat extra indruk maakt – een glimp van de reden waarom de ik-figuur zoekend is naar houvast. Er is sprake van een groot zwart gat, waarin de ik de toenmalige geliefde van deze vakantie, vrienden, werk en haar ouders is kwijtgeraakt – zeg maar: alle vaste grond onder de voeten. Het verklaart waarom Schulte in deze reisherinneringen ook steeds zoekend is naar of de herinnering wel klopt. De oorzaak hiervan, een groot verlies, wordt duidelijk in het laatste hoofdstuk waarin Schulte een gezins­vakantie uit haar jeugd beschrijft.

In een interview zei Schulte dat ze deze vier reis­herin­neringen na het schrijven een tijd had laten liggen uit angst dat het te veel een particulier therapeutisch relaas zou zijn. Haar uitgever overtuigde haar van niet – gelukkig maar. Hutten bouwen is persoonlijk, zeker, en overtuigt juist omdat het doorleefd proza is. Met mooie beschrijvingen en overpeinzingen tilt ze deze vier verhalen boven het particuliere uit. Ze zijn namelijk niet alleen te lezen als reisherinnering, maar ook in metaforische zin voor het leven. Na een lange dwaaltocht door een Tsjechisch bos hervinden de ik-figuur en haar geliefde de weg weer terug naar de camping. Net zoals Dante ook weer de rechte weg vindt, waarmee hij het donkere woud achter zich kan laten, een nieuw begin kan maken.

Deze recensie verscheen eerder op Boekenkrant.com.

Sonja Schulte – Hutten bouwen | paperback met flappen, 200 p. | 1e dr. Uitgeverij Passage

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blijf op de hoogte