Gewichtige Ideeënroman

Roundhay tuinscèneAls het over de vroege film gaat, kent iedereen de gebroeders Lumiere. En Thomas Alva Edison natuurlijk. Van Louis Le Prince hebben minder mensen gehoord, terwijl ook hij echt een van de pioniers was van de vroege film. In 1888 maakte hij een filmpje genaamd Roundhay tuinscène. Het is zelfs de oudst bewaard gebleven film uit de geschiedenis, maar de maker ervan komt eigenlijk geen eer toe. Mysterieus genoeg verdween Louis Le Prince tijdens zijn leven, toen hij met de trein uit Dijon vertrok. Sindsdien niets meer van hem vernomen. Over dit gegeven heeft Marente de Moor nu naar eigen zeggen een ideeënroman geschreven. Voor de lezer is het dan hopen dat het ook interessante ideeën zijn.

Ideeën

‘Op 16 september 1890 nam een man de trein van Dijon naar Parijs, daarna is niets meer van hem vernomen.’ De man die verdwijnt heet weliswaar Valéry Barre maar is wel degelijk de fictieve variant van Louis Le Prince. Wat volgt is een roman over het vastleggen van het verleden, de vraag wat echt is en de nieuwe techniek in de moderne tijd. Dat deze kwesties ook nu nog actueel zijn laat Marente de Moor niet na te benadrukken door haar personages regelmatig op hun zakhorloge te laten kijken, zoals men nu zijn telefoon erbij pakt.

Juist door haar personage Valéry Barre te noemen en niet gewoon Louis Le Prince legt Marente de Moor zijn leven ook niet vast.

En behalve dat constante bellen, mailen, berichtjes sturen, spelletjes spelen met je telefoon, zie je mensen ook om de haverklap een foto of filmpje maken. Soms volgen mensen de werkelijkheid alleen nog maar door het schermpje van hun telefoon, wanneer ze een concert willen opnemen of in een museum alleen maar een foto willen maken van een kunstwerk om het thuis nog eens echt goed te bekijken. Ideeën hierover worden ook geventileerd in de roman – zij het niet bijster originele ideeën:

‘Want wanneer is iets levensecht? U zei zelf al dat de bewegende beelden teleurstellend van kwaliteit zijn. Zal het beter zijn als we er geluid bij maken? Opnemen en afspelen, het is al mogelijk. Zijn we er dan? Of moeten we geur en kleur toevoegen? Warmte? Moet het tastbaar worden, driedimensionaal? Ik zeg u: het lukt ze nooit. Wat ze ook verzinnen, het zal een liefdeloze persiflage zijn op onze lieve goede oude schepping. Een opwindpop die steeds hetzelfde doet.’

Het gaat hier natuurlijk over foto en film, maar de roman wordt buiten beschouwing gelaten. Je zou je kunnen afvragen of die beter in staat is om de tijd vast te leggen. Foto en film kunnen tonen, terwijl een roman slechts kan omschrijven. Deze laatste heeft echter weer het voordeel dat het gedachten en gevoelens, het innerlijk, kan beschrijven, waar foto en film het alleen met het uiterlijk moeten doen. Hoe dan ook vangt Roundhay tuinscène het leven van de toch al zo anonieme Le Prince niet. Juist door haar personage Valéry Barre te noemen en niet gewoon Louis Le Prince legt Marente de Moor zijn leven ook niet vast.

Traag proza

Wel doet De Moor een poging om de tijd waarin het verhaal speelt, het fin de siècle, te vangen in haar proza. In het verhaal duiken her en der advertenties op voor niet-bestaande uitvindingen die de sfeer van de tijd moeten parodiëren. Ook leven haar personages in het trage tempo van voor de moderniteit:

Nu leek hij gewoon op de zoveelste treinpassagier met snelheidsangst, zo’n nagelbijter die duizelig wordt van de rails en begint te snikken als hij het conducteursfluitje hoort. Omdat tachofobie nogal besmettelijk schijnt te zijn, negeerden ze hem en stortten ze zich op het in- en uitklappen van de tijd.

De Moor neemt de lezer mee in dit tempo met een trage stijl met veel overpeinzingen, die een handeling ophouden. Zo zitten er drie pagina’s tussen het moment dat Barre zijn hotelkamer wil bekijken en het moment dat hij dat ook uiteindelijk doet.

Het trage verteltempo en de eindeloze overpeinzingen doen de roman lijken op een karikatuur van Gewichtige Literatuur: een boek waarin gedachten uitgebreid beschreven worden, met Grote Ideeën en traag proza waar moeilijk door te komen is. Keer op keer komt het Grote Thema van het vastleggen van de wereld ook weer terug; het zal de lezer niet mogen ontgaan:

de moderne mens vergaapt zich nog aan zijn eigen stront, zolang het maar wordt uitvergroot. Als hij een boom in het veld ziet, denkt hij niet aan zijn eigen ervaringen, maar aan een vertoning ervan. Als geen kunstenaar of fotograaf het heeft afgebeeld, loopt men er straal aan voorbij. Als er niet de een of andere malloot een kaartje tussen stopt met tekst en uitleg, weten ze niet wat ze zien. Welke kant gaat dat op?

De Moor lijkt dus een grootse roman te willen schrijven en heeft daarvoor net zo veel tijd nodig als Louis Daguerre om een haas te fotograferen:

Opeens bleef hij zitten, ademend met zijn hele lijf, terwijl één oog, zo wijd open als zijn halve kop breed was, in de lens staarde. De lens staarde terug. Zeker een minuut duurde dat staren, en nog was het voor Daguerre niet genoeg.

Het vervelende is dat De Moor niet lijkt te beseffen dat we inmiddels meer dan honderd jaar verder zijn en de meeste mensen echt geen last meer hebben van tachofobie. Dat maakt Roundhay tuinscène behalve tamelijk oninteressant ook een buitengewoon vervelend boek om te lezen.

Nou ja, snel door naar een ander boek.

Marente de Moor – Roundhay tuinscène
paperback, 336p.
1e en 2e druk, Querido

 

Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *