HhhH: geschiedvervalsing of levende historie?

Een van de naarste boeken die ik ooit gelezen heb is Laurent Binet - HhhHHhhH, Laurent Binets roman over de aanslag op nazi-kopstuk Reinhard Heydrich. Naar omdat Binet je weer eens met je neus op de geschiedenis van het Derde Rijk duwt: rassenwetten, Kristallnacht, vervolging, Einzatsgruppen…het verhaal is bekend. Of: grotendeels bekend. Binet dook namelijk in deze geschiedenis en komt met een verbluffende hoeveelheid details naar boven. Zo is het boek, dat een moment is voor de verzetshelden Jan Kubiš en Jozef Gabčík, ook een boek geworden over Heydrich. Binet heeft verschrikkelijk veel onderzoek gedaan, om geen onjuistheden op te schrijven; het boek leest dan ook haast als een geschiedenisboek. Maar…het is een roman. Toch?

De beul van Praag. het blonde beest – gruwelijk om te lezen hoe hij deze epitheta eer aandoet

Binet vertelt het verhaal van een jonge Heydrich, hoe hij door klasgenootjes voor jood wordt uitgemaakt. Later volgen kort nog zijn mislukte carrière bij de marine en zijn werk voor de nazi’s; langzaam zien we hem opklimmen tot Protector van Bohemen en Moravië, waar hij de bijnaam ‘de beul van Praag’ krijgt. Andere bijnaam: het blonde beest – gruwelijk om te lezen hoe hij deze epitheta eer aandoet. Overigens is de titel HhhH ook ontleend aan dit soort Namenwitze: Himmlers hersens heten Heydrich.

Deze verhaallijn wordt afgewisseld met fragmenten over de twee verzetshelden en de voorbereidingen voor operatie Anthropoid, zoals hun missie om Heydrich te doden, heet. En hoewel de afloop bekend is, is het een razend spannend boek. De spanning die Binet weet te creëren heeft dan ook niet te maken met de vraag ‘hoe loopt het af?’ Eerder is het eenzelfde soort spanning die je ook vindt in In cold blood. Je weet wie de daders zijn, maar je wilt weten wat eraan vooraf ging, de details en wat er daarna gebeurde. En Binet beschrijft dit erg goed.

Geloofwaardig en totaal verzonnen

De historische roman is natuurlijk een oud en bekend genre. Via veelal gefingeerde personages word je als lezer meegenomen naar een historische periode die vervolgens wel accuraat wordt beschreven. De geschiedenis komt zo weer tot leven. De schrijver verzint een personage om een groot probleem uit de weg te gaan: van sommige bestaande personen weet je gewoonweg te weinig en het historisch kloppend te maken. Want om nu zomaar iets te verzinnen over bestaande figuren… Laurent Binet kiest voor bestaande figuren en wil dus ook zo veel mogelijk de fictie vermijden:

Al lange tijd wilde ik [Gabčík] hulde brengen. Al lange tijd zie ik hem voor me in dat kamertje, waar de blinden gesloten zijn en het raam openstaat waar hij ligt te luisteren naar het knersen van de tram die bij de Botanische tuin stopt (in welke richting hij gaat weet ik niet). Maar als ik dat beeld op papier zet, wat ik nu ongemerkt aan het doen ben, weet ik niet zeker of ik hem daarmee hulde breng. Ik verlaag die man tot de rang van gewoon personage en zijn daden tot literatuur, het is alchemie en onterend, maar wat kan ik eraan doen?

Het verhaal over Kubiš en Gabčík en Heydrich wordt veel onderbroken door bespiegelingen over de mogelijkheden van het vertellen en zijn steeds verdergaande obsessie met zijn onderwerp. Waar houden zekerheden op en begint de waarschijnlijkheid? Maar hoe groot zijn aversie tegen waarschijnlijkheid (de fictie) ook is, hij ontkomt er niet aan:

Het is een volkomen geloofwaardige en totaal verzonnen scène, net als de vorige. Wat een onbeschaamdheid om een man die allang dood is en zich totaal niet kan verdedigen, te bespelen als een marionet! Om hem thee te laten drinken, terwijl het best kan zijn dat hij alleen van koffie hield. Hem twee jassen aan te laten trekken, terwijl hij er misschien maar één had. Hem de bus te laten nemen, terwijl hij de trein kon pakken. Te besluiten dat hij op een avond vertrok en niet in de ochtend. Ik schaam me.

De Opel van Blobel

De Mercedes van Heydrich na de aanlslag
Donkergroen of zwart? De Mercedes van Heydrich na de aanlslag

In zijn streven naar historisch juiste beschrijvingen, gaat Binet ver – heel ver. Bijvoorbeeld over de kleur van de Mercedes van Heydrich. Was deze nu zwart of donkergroen? Zelf denkt hij het een, maar leest dan weer iets anders. Hij twijfelt, vraagt zijn vriendin of die het nog weet; de zwart-witfoto geeft ook al geen uitsluitsel. Elke keer als de auto ter sprake komt, komt ook deze kwestie weer naar boven en het wordt een soort running gag in het boek: door het verhaal heen wisselt de kleur van de auto een paar keer van donkergroen naar zwart.

Hoe hoog dit soort kwesties bij Binet zit, blijkt wel als hij over Jonathan Littell en zijn roman De welwillenden komt te spreken. Deze roman verscheen in 2006 terwijl Binet aan HhhH werkte. Littells roman vertelt de geschiedenis van een SS-officier en komt qua onderwerp dus dicht bij HhhH. Binet ziet zijn eigen boek-in-wording in gevaar komen en voegt een commentaar op De welwillenden toe aan zijn eigen verhaal. Het meeste daarvan heeft de uiteindelijke roman niet gehaald (strenge redactie) maar The missing pages werden later wel gepubliceerd op website The Millions:

But what interests me about the SS — if I wish to understand something about that troubled era, if I wish to extract something from all of that which can help me understand man and the world — is what they did, not what Jonathan Littell thinks they might have done.

The problem with this type of historical novel is that it shamelessly mixes the true with the plausible. That’s fine if I know about the episode in question. But if I don’t, I am left in limbo: perhaps this is true, or perhaps it’s not.

I wonder how Jonathan Littell knows that Blobel, the alcoholic head of Sonderkommando 4a of Einsatzgruppe C in Ukraine, had an Opel. And I wonder whether Lanzmann, before deciding that The Kindly Ones did not contain “a single error, a single flaw,” checked this detail. If Blobel really drove an Opel, then I bow before Littell’s superior research. But if it’s a bluff, it weakens the whole book. Of course it does! It’s true that the Nazis were supplied in bulk by Opel, and so it’s perfectly plausible that Blobel possessed, or used, a vehicle of that make. But plausible is not the same as known. I’m talking rot, aren’t I? When I tell people that, they think I’m mental. They don’t see the problem.

Verstrikt in zijn eigen fictie?

Of heeft Binet zelf niet in de gaten dat hij méér gebruik maakt van fictie dan hij aangeeft?

Maar natuurlijk ontkomt Binet ook niet aan zijn eigen verbeelding. En het is dan sympathiek dat hij regelmatig de fictionaliteit van een bepaalde passage erkent, zoals eerder hierboven geciteerd. Punt is alleen dat Binet dat lang niet altijd doet – gelukkig ook maar, want het zou HhhH onleesbaar hebben gemaakt, vrees ik. Maar het werpt wel de vraag op wat Binet nu in zijn roman doet. Speelt hij een spel tussen auteur, verteller en personages? Hoe serieus moeten we de hierboven geciteerde verontschuldiging ‘Ik schaam me’ nemen, als Binet vlak daarvoor nog beweert onbeschaamd (maar misschien ligt dit ook aan de Nederlandse vertaling) te werk te zijn gegaan? Binet in een interview met The Guardian:

The author’s struggle to write the novel is foregrounded in the text. But I could never be certain that Laurent Binet in the book was identical to you…
He is absolutely identical. When I was a student I was always annoyed by the teachers telling me you have to make the distinction between the author and the narrator.

Veronderstelt Binet dat als hij regelmatig op de fictionaliteit wijst, de lezer de andere keren zelf ook wel ziet? Of heeft Binet zelf niet in de gaten dat hij méér gebruik maakt van fictie dan hij aangeeft? James Wood denkt het laatste in zijn mooie stuk in The New Yorker.

Curiously, although Binet performs like a postmodernist, he acts like a nineteenth-century positivist, with an almost religious respect for “reality” and the unsullied purity of “how things really happened.” He is suspicious of fiction, but not suspicious enough of the fictionality of the historical record.
[…]
A proper skepticism about the truthfulness of fiction has no need of becoming a despair about the possibility of fiction. Laurent Binet does indeed revitalize history—by fictionalizing it. He cannot see this, or not all of it, and so he is not the master of the contradictions he ingeniously treats in his book but is still helplessly enmeshed in them.

Grote vraag na lezing van HhhH blijft voor mij toch waarom Laurent Binet ervoor gekozen heeft om een roman te schrijven in plaats van een historisch werk. Heeft hij nu zijn verzetshelden minder eer bewezen door toch – hij kon immers niet anders – ook de fictie toe te laten? Zijn Jan Kubiš en Jozef Gabčík romanpersonages geworden? Voor mij niet. Ik wéét dat niet alles wat Binet schrijft precies zo gegaan is. Hij kan ook niet alles weten. Maar ik deel Binets opvatting niet dat je daarmee historische figuren te kort doet. Integendeel misschien wel. Juist doordat Binet zich (al dan niet bewust) vrijheden gepermitteerd heeft, is het een aangrijpende roman geworden. Een geschiedenisboek, een historisch verslag van operatie Anthropoid, had ik vast niet gelezen. En bovendien heeft James Wood gelijk: met HhhH brengt Laurent Binet de geschiedenis tot leven, juist door het te fictionaliseren. En dát maakt het een roman.

Laurent Binet – HhhH
harde kaft, 347p.
15e dr. Meulenhoff

Lees ook:

Eén gedachte over “HhhH: geschiedvervalsing of levende historie?”

  1. Wederom een prachtig artikel..Just.

    Ze vroegen Elke Wiesel ooit of men eigenlijk wel een roman over Auschwitz MOCHT schrijven. “jazeker” zei hij,”dat mag, als je maar niet denkt dat dan ook over Auschwitz gaat…”

    Je zou dus kunnen zeggen: romans beschrijven de oorlog, maar geven hem niet weer. Of andersom. Het was mijn dilemma bij het lezen van Les Bienveillantes: doe je de slachtoffers geen onrecht of geweld aan, bij een roman… Volgens Wiesel niet als je maar bedenkt dat het fictie is, of je moet Primo Levi heten…dan wordt het werkelijkheid.

    Nou ja van die dingen. Dat je er überhaupt, misschien geen juist woord in dit Duitse verband, tijd voor hebt in de archipel.

    Ciao,

    Bert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *