Van Oorschot Terloops: aan de wandel

Over de reeks Terloops van Van Oorschot

Van Oorschot Terloops De grote ronde Thomas RosenboomWat een ontzettend leuke serie boekjes is dat toch, Terloops van Van Oorschot. Een tikje woordspelerig misschien, de naam, want we hebben het hier over wandelboekjes. Het is natuurlijk ook een knipoog naar J.J. Voskuils boek Terloops over zijn wandelingen in Frankrijk. Maar deze nieuwe Terloops-boekjes zijn volgens mij veel beter. Voskuil is vooral beschrijvend, categorie toen-en-toen liep ik daar-en-daar. Even iets drinken op het terras. Geen echte overdenkingen en ook niet uitgebreid beschrijvend wat er daar-en-daar toen-en-toen te zien viel. Marjoleine de Vos, Bregje Hofstede, Thomas Rosenboom en Gerbrand Bakker, van wie er nu deeltjes verschenen zijn, zijn wat dat betreft veel interessanter.

Bergje

Nou ja, uitgezonderd Hofstede misschien, wier Bergje met afstand het minste deel in de serie is. Elk van de auteurs in de serie is gevraagd een wandeling te beschrijven. Hofstede gaat daarvoor naar de Dolomieten alwaar ze de beklimming van de Sass Songher beschrijft, een wandeling die ze al vaker in haar jeugd heeft gemaakt. Ditmaal gaat ze alleen, al denkt ze veelvuldig terug aan een paar weken daarvoor toen ze met haar geliefde, aangeduid als ‘de jongen’, dezelfde wandeling maakte om hem haar jeugd te doen leren kennen.

Van Oorschot Terloops Bregje Hofstede BergjeOnder het lopen denkt Hofstede wat na, bijvoorbeeld over dat ze vooral géén symbiotische relatie met de jongen wil hebben. Of over, zo lees je op de achterflap ‘toerisme en natuurbehoud, betovering en realisme, moederschap en zelfontplooiing, klein geluk en groots leven.’ Tja, strikt genomen waar, maar Bregje Hofstedes gedachten raken de onderwerpen zoals een steentje het wateroppervlak als je het onder de juiste hoek gooit om het door te laten stuiteren. Net als het interessant zou kunnen worden, houdt ze op met denken.

De wens om je geliefde deelgenoot te maken van je verleden is alleszins begrijpelijk, maar erg veel diepzinnigs daarover komen we ook niet te weten. Ik vroeg me af wat nu eigenlijk de functie was van de aanwezigheid van de jongen. Natuurlijk, hij was een keertje mee naar de Sass Songher, maar voor schrijven geldt Reve’s adagium nog altijd: waargebeurd is geen excuus.

De grote ronde

Van de bergen naar de stad: Thomas Rosenboom beschrijft de ‘grote ronde’ die hij elke dag in Amsterdam loopt. Vanaf zijn huis op de Nieuwezijds Achterburgwal over de wallen naar het IJ om de weidsheid van het water te zien. Dan langs het water naar het begin van de Prinsengracht om die tot de Amstel af te lopen. Via het Rokin weer naar huis. Mooie ronde en voor de Amsterdammer ontzettend herkenbaar. Ondertussen ziet hij zwanen die op de grachten in de stad nooit kunnen opstijgen: ze klimmen niet snel genoeg om over de volgende brug heen te kunnen, schrijft Rosenboom.

Vlak nadat hij het spoor onderdoor is – het IJ is al in zicht – herinnert hij zich de fietsenmaker die daar ooit zat, die tot een mooie gedachte leidt.

Tijdens de middagpauze waren de fietsenmakers altijd aan het voetballen op het pleintje voor hun zaak, heel technisch en vredig, zonder te tellen of te knallen, boterham in de hand – het ging erom de bal zo mooi mogelijk naar een ander te spelen, met een boogje, via de hak, of de borst of het bovenbeen. Het was een genereus spel, een rustige rondo zonder lummel in het midden, waarbij je de bal snel moest afleggen maar die even snel ook weer terugkreeg, en wanneer ik dat op het middaguur zo zag moest ik me altijd inhouden om niet te vragen: ‘Mag ik meedoen?’ dat was een vraag van lang geleden, uit mijn kindertijd, maar welbeschouwd blijf je die vraag je hele leven impliciet stellen, bij sollicitaties, altijd als je ergens lid van wilt worden, een dansvloer betreedt of je in een gesprek mengt, hoe oud je ook bent, en elke keer dat je het in gemoede vraagt voel je je weer even klein en afwijsbaar als toen op dat schoolplein: ‘Mag ik meedoen?’

De 3 bestaat niet

Leuk, want net weer wat anders dan de andere is De 3 bestaat niet van Gerbrand Bakker. Hij woont in de Eifel en kent de wandelingen uit de buurt. Het ergerde hem dat ‘de 1’ erg slecht aangegeven was en zodoende meldde hij zich als vrijwilliger bij de Eifelverein om de route opnieuw uit te zetten. In zijn boekje doet hij verslag van die hele onderneming: het regelen van de Schildchen, Aufkleber en kleefpasta (spijkers zijn uit den boze).

Van Oorschot Terloops De 3 bestaat niet Gerbrand BakkerBakker loopt en plakt. Eerst één kant op, en dan de andere – de 1 is een rondwandeling die je natuurlijk twee kanten op kunt wandelen. Zo er al eens iets tegenzit, is het overkomelijk. Zoals het aanvankelijke tekort aan Schildchen. Eerst moest Bakker spaarzaam markeren, maar wanneer een buur een extra voorraad blijkt te hebben (hij is degene die een aantal jaar eerder de wandeling had gemarkeerd) leeft Bakker zich uit. Met name op Bestätigungszeichen: niet alleen bij afslagen moet er een markering zijn, maar ook zo nu en dan tussendoor, gewoon om de wandelaar niet te laten twijfelen of hij wel goed loopt.

‘Wanneer het te lang duurt voor er zo’n bevestigingsteken komt, begin je je onbewust toch zorgen te maken. We hebben net toch een peil gezien? Waarom zien we nu dan geen teken meer? Je kunt dan wel denken: bij twijfel rechtdoor, maar klopt dat wel?’ Terechte vraag – althans, ik heb haar vaak genoeg gesteld tijdens het lopen. Bakker denkt aan de wandelaars, maar, een ‘kilometer verder, nu in het bos,’ schrijft hij, ‘merk ik dat ik zelf een beetje verzot ben op bevestigingstekens.’ Zo’n opmerking ontlokt me niet alleen een glimlach, maar ook de zin om die perfect gemarkeerde wandeling eens te maken.

Je keek te ver

Net als Thomas Rosenboom loopt Marjoleine de Vos elke dag hetzelfde rondje. Maar anders dan voor Rosenboom is het dagelijkse rondje De Vos nooit hetzelfde. ‘Het kan lang duren voor je weet wat je ziet. Het kan zelfs lang duren voor je weet dat er iets te zien ís. Het is mogelijk jarenlang door de stad te fietsen, over de Veluwe te lopenlangs stranden, weilanden of over de hei, en bij het zien van een vogel niet meer te denken dan: hé vogel.’ Ik vermoed dat Thomas Rosenboom zo wandelt. Ik wéét dat ik die wandelaar ben. Vogel. Vooruit, soms zie ik een eend, zwaan, of meeuw, maar van de meeste vogels weet ik niet hoe ze heten. Marjoleine de Vos wel, en kent haar rondje zo goed dat ze het landschap leest en de veranderingen ziet.

Van Oorschot Terloops Je keek te ver Marjoleine de VosVan alle wandelaars uit deze Terloops-serie denkt Marjoleine de Vos het meest na tijdens het wandelen. Misschien dat haar boekje mij daarom het liefst is. Ze kent het landschap, kijkt en mijmert. Iets dat veranderd is, iets dat weg is, stuurt haar gedachten naar een zin van Elisabeth Bishop: ‘The art of losing isn’t hard to master’. Je verliest dagelijks ietsen en iemanden, geen kunst aan. Ironie natuurlijk. Want om dat verlies te drágen… ‘Gemis is niet dat er niemand is tegen wie je iets kunt zeggen, maar dat je niet langer door een specifieke ene begrepen kunt worden zoals je het liefste begrepen wilt worden,’ schrijft De Vos dan ergens.

Erg waar natuurlijk, die laatste opmerking. En tekenend voor hoe Marjoleine de Vos wandelt. Ze kijkt en denkt, herinnert zich dan weer iets. Citeert hier en daar een gedicht. Het is niet zo eenvoudig om te omschrijven wat Je keek te ver voor soort boekje is – met ‘wandelboekje’ doe je het echt tekort. Maar misschien moet je dat ook niet willen. Misschien moet je wel gewoon naar Noord-Groningen en gaan lopen. En dan kijken wat er te zien is. Ik zal goed op de vogels proberen te letten. Misschien ken ik er van eentje wel zijn naam.

Tot nu toe verschenen in de reeks Van Oorschot Terloops:
Gerbrand Bakker – De 3 bestaat niet | paperback, 80p. | 1e dr. Van Oorschot
Bregje Hofstede – Bergje | paperback, 80p. | 1e dr. Van Oorschot
Thomas Rosenboom – De grote ronde | paperback, 80p. | 1e dr. Van Oorschot
Marjoleine de Vos – Je keek te ver | paperback, 72p. | 1e dr. Van Oorschot

Eén gedachte over “Van Oorschot Terloops: aan de wandel”

  1. Ik zag gisteren ooievaars, die ik wel herkende maar ik was er pas zeker van toen ik er een foto van in het boekje van het Trekvogelpad zag staan 😉 maar toch is het heerlijk om vogels te zien rondvliegen.

    Het boekje van Marjoleine de Vos vond ik ook erg mooi. Daarna ben ik benieuwd naar Bergje, jammer dat dat je tegenviel. Ik vond ‘Drift’ van Bregje Hofstede prachtig, dus heb dit boekje toch vast gereserveerd bij de bieb, want nu wil ik het ook zelf kunnen beoordelen.

    Amsterdam is enorm oververtegenwoordigd in de Nederlandse literatuur. Daardoor heb ik de neiging extra kritisch te zijn voordat ik wéér een boek over die stad lees, ook al heeft het wel wat om te lezen over bekende plekken. Gerbrand Bakker trekt me meer en de Eifel staat ergens bovenaan mijn verlanglijstje van een volgende vakantie, omdat je daar zo prachtig kunt wandelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *