Heel erg oké

Over Het gore lef van Sarah Arnolds

Sarah-Arnolds-Het-gore-lefEen collega kocht het van haar kerst­boeken­bon. Een vriendin drukte me het in de hand – wat ik ervan ging vinden. Het gore lef van Sarah Arnolds (1992) werd in de pers alom geprezen en zowel NRC als de Volkskrant bombarderen deze schrijfster tot talent van 2026. De achterflap barst van de quotes uit recensies en vriendelijke woorden van collega-schrijvers. De marketing­machine van uitgeverij Das Mag heeft weer goede zaken gedaan, zie ik. Je zou er haast achterdochtig van worden, van zulk luid tromgeroffel.

De bundel bevat zes korte verhalen en een langere. Centraal staan verschillende vormen van liegen en (zelf)bedrog. Zo is er een vrouw die getrouwd is met een mimespeler, en op een dag de verkeerde, want: een andere, man mee naar huis neemt. In een ander verhaal is er een vrouw die voorwendt Russisch te studeren om te veinzen dat haar leven een richting heeft.

‘Je zou gemakkelijk kunnen denken dat deze verhalen goed zijn,’ schrijft Saskia Pieterse in Trouw. En blijkens de recensies doen velen dat inderdaad. Oud-Paroolcriticus Arie Storm schreef ooit eens iets vergelijkbaars over een roman, maar voegde daar schouder­ophalend aan toe: maar waarom zou je? En dat is ook wat ik bij deze verhalen dacht. Arnolds schrijft met hier en daar een mooi beeld, zoals in het verhaal ‘Hoe ik leerde liegen’. Een dochter probeert haar moeder te beschermen tegen geluiden, neemt dus de telefoon op en doet alsof ze een boodschap zal doorgeven:

Ik schrijf niets op. Dit vind ik het prettigste moment, echt waar – de beller giet zijn nummer door de telefoon en heeft geen idee dat ik er aan de andere kant geen glas onder hou om het op te vangen.

Bizar gegeven

Het punt is alleen dat Arnolds’ verhalen steeds een uitwerking zijn van een bizar gegeven en het daar een beetje bij blijft. De verhalen zijn stuk voor stuk wat onderkoeld komisch, maar voor literatuur vind ik dat een beetje weinig. Personages blijven vlak; ik mis het echt menselijke.

Dat merk je nadrukkelijk in het openingsverhaal ‘Je vriendin koopt een vis op de markt’. Daarin gebeurt precies dat: een vrouw koopt een vis op de markt. ‘Ze is tevreden met haar keus en glimlacht. De man van de vis lacht terug, maar hij heeft werkelijk geen idee.’ De lezer op dat moment ook nog niet, maar een halve bladzijde later weten we het: deze vrouw, lezen we, is maanden gelezen begonnen met het slaan van de hoofdpersoon.

Dit had een verhaal kunnen worden over huiselijk geweld. Dit had een verhaal kunnen worden over niet geloofd worden (een man wordt toch niet geslagen door zijn vriendin!?). Hier had Arnolds een blik kunnen werpen op wat doorgaans verborgen blijft. Maar dat doet ze niet. Het gaat om de dramatische ironie waarin wij lezers al weten waartoe die vis dient, maar pas vijf pagina’s later de hoop van de hoofdpersoon wordt verwoord dat de vis alleen voor het avondeten is.

Echt slecht zijn deze verhalen niet, ze zijn heel erg ‘oké’. Niets minder maar toch ook echt niets méér.

Sarah Arnolds – Het gore lef | paperback, 168p. | 3e dr., Das Mag

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Blijf op de hoogte