Korte verhalen van J.M.A. Biesheuvel

Over: J.M.A. Biesheuvel – Eva’s keus

j.m.a. biesheuvel - eva's keusHet korte verhaal heeft het moeilijk. Mensen lezen (en kopen dus) liever een roman. Een vingeroefening zou het zijn, de opmaat naar een roman – het echte werk. Dat verhalenbundels slecht verkopen, wil ik geloven, maar het valt me op dat ik vaker de tegenwerping (het korte verhaal is veel méér dan een oefening) dan de originele stelling hoor of lees. Niettemin zijn verhalenbundels sinds een paar jaar uitgesloten van de grote literaire prijzen in Nederland, zodat ik een aparte prijs voor de beste bundel van harte steun. Die prijs is de J.M.A. Biesheuvelprijs en werd vrijdagavond uitgereikt aan Marente de Moor voor haar bundel Gezellige verhalen.

Maar ondanks mijn sympathie voor het genre, lees ikzelf ook veel minder korte verhalen dan romans. Tel ik op mijn blog wat ik allemaal gelezen heb aan verhalen, dan is dat inderdaad niet veel. Hoe dat komt? Veel korte verhalen vind ik eerlijk gezegd niet heel erg goed. Het is in mijn ogen dan ook geen vingeroefening maar een meesterproef. Je moet als schrijver heel wat kunnen, stilistisch en inhoudelijk, om met het korte verhaal uit de voeten te kunnen. Niet veel schrijvers kunnen dat, maar als het ze lukt, dan blijf je ook verbluft en vol bewondering achter als lezer.

Gekkenhuis

De uitreiking van de J.M.A. Biesheuvelprijs leek me een goede aanleiding om ook eens met ‘s mans werk kennis te maken. De kloeke bloemlezing die ik van hem heb heet Eva’s keus (Eva, dat is de vrouw van Maarten Biesheuvel) en bevat ongeveer een derde van zijn oeuvre. En laat ik maar meteen zeggen: wat een aangename kennismaking is dit!

Herkenning, eenvoud en helderheid kenmerken de verhalen van Biesheuvel, maar tegelijk zitten die verhalen vol krankzinnige verbeelding, absurditeit en romantiek. Herinneringen aan zijn tijd op zee, waarbij hij als gymnasiast toch altijd een buitenstaander bleef tussen de andere zeelui, worden afgewisseld met fantastische verhalen als ‘Van de man die zelf een wolk was’ dat als volgt begint: ‘Ik wilde zelf ook een wolk zijn, dat was mijn wens en hup, daar ging ik al. Tussen de anderen zweefde ik mee.’

Autobiografie speelt niet alleen een rol in zijn zeeverhalen, maar ook wanneer hij schrijft over gekkenhuizen, zoals Biesheuvel ze zelf noemt, waarin hijzelf ook opgenomen is geweest. In het verhaal ‘Paviljoen E’ wordt hij door Eva en haar ouders weggebracht:

Als het even stil is werpen de laatsten een meewarige blik op hun dochter. Ze spreken hun gedachten niet uit: ‘Arm kind, wat ben je toch begonnen? Het was een aardige jongen, gevoelig, sympathiek, muzikaal, niet onintelligent, het is nog een aardige jongen, we stoten hem niet uit, maar nu is hij gek en misschien is het de vraag of hij ooit weer normaal wordt.’

Eva komt vaker voor in Biesheuvels verhalen, maar hier, ook al staat het er haast achteloos in een verhaal dat verder gaat over een jongen die zich de Messias waant, voel je de pijn van een leven dat een andere wending neemt.

Vrijdag zaten ze samen vooraan op de eerste rij, Maarten en Eva. Vooraf aan de uitreiking van de prijs was er ook applaus voor de meester van het korte verhaal; de schrijver stak een juichende arm omhoog. Volkomen terecht, dacht ik.

J.M.A. Biesheuvel – Eva’s keus
harde kaft, 720p.
1e dr. Meulenhoff

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *