De grandeur van alledaagse gebeurtenissen

Over Uit het leven van een hond van Sander Kollaard

sander kollaard uit het leven van een hond‘Het hart klopt.’ Henk wordt wakker en dit is zijn eerste gedachte. In zijn nieuwe roman Uit het leven van een hond beschrijft Sander Kollaard de dag van Henk die volgt op deze gedachte. Deze dag uit het leven van een hond is net zo goed als een dag uit het leven van Henk. Kollaard volgt zijn personage op deze ogenschijnlijk doodgewone zaterdag. En terwijl hij dat doet, richt hij zijn blik ook soms achteruit naar Henks verleden, en naar het leven dat nog voor hem ligt. Het levert een intiem portret op van alledaagse gebeurtenissen, die onderdeel blijken te zijn van een grootser verhaal.

Levenslust

Henk van Doorn: veel gewoner worden personages niet. Ook qua naam niet – of ze moeten Erik van Duijn heten, zoals de hoofdpersoon uit Kollaards debuut Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde. Henk is 56 jaar, IC-verpleegkundige en hij woont in Weesp. Sinds een aantal jaar gescheiden. Kollaard omschrijft hem als iemand die ‘maar een paar passen voorloopt op het moeras van een depressie’. Maar ondanks dat is hij géén cynicus, vol wrok over het bestaan, kankerend op het leven. Hij heeft zijn levenslust weten te behouden.

Wat deze korte roman zo sterk maakt is de stijl van Sander Kollaard

Dat maakt de alledaagsheid van Henk wat minder gewoontjes dan je zou denken. En dat maakt ook dat deze dag net wat anders loopt dan anders. Om te beginnen blijkt het niet goed te gaan met Henks hondje Schurk. Het is een bloedhete dag in juli en bij het uitlaten rent hij niet even enthousiast achter Henk aan als anders. Later constateert de dierenarts hartfalen. Met medicijnen kan de hond nog een paar maanden blijven leven, maar over toch niet al te lange tijd zal Henk hem moeten laten inslapen.

Daarmee lijkt Uit het leven van een hond een deprimerend boek te worden, maar dat is het allerminst. Dat komt ook doordat deze dag Henk wat bijzonders brengt. Het is bijvoorbeeld de verjaardag van zijn nichtje Rosa dat zeventien jaar wordt. Hij heeft een bijzondere band met haar die niet alleen familiaal is, maar ook een beginnende vriendschap in zich draagt. Op het feest drinkt Henk stevig wat hem veel losser en ongeremder maakt dan gebruikelijk. Dat zou veel gênante momenten kunnen opleveren, maar het gaat allemaal net goed – en het brengt hem onverwachte ontmoeting.

Zure, stuurse gezichten

Een onverwachte ontmoeting, zeker, maar dat – in het algemeen eigenlijk: de plot – is niet wat Uit het leven van een hond bijzonder maakt. Wat deze korte roman zo sterk maakt is onder andere de stijl van Sander Kollaard. Hij volgt zijn personage nauwgezet, maakt mooie observaties en weet ze te vangen in prachtige beelden, zoals: ‘Met die eerste gedachte dienen zich nieuwe gegevens aan. […] Van harte gaat het niet. De nieuwe gegevens komen aansjokken als pubers die net wakker zijn en met zure, stuurse gezichten aan de ontbijttafel gaan zitten.’

Kollaard schetst een mooi portret van Henk. Soms komt hij heel dichtbij, op andere momenten beziet hij hem van een afstandje. En in de afstand tot Henk ontstaat ruimte voor Kollaards subtiele humor.

Inmiddels slaapt Henk heel rustig […] Zijn mond is opengevallen. Er loopt een sliertje speeksel  vanuit zijn mondhoek langs zijn wangen. Hij heeft zich niet geschoren zodat op de wangen een grauwsluier is ontstaan, en daar zoekt het sliertje speeksel zich een bedding, als in een woestijn waar na lange droogte het eerste water weer vloeit, aarzelend nog, als voorbode van de moesson, of hoe dat in een woestijn ook heet.
Nog eens: het is werkelijk een zegen dat Henk zichzelf nooit zo zal zien.

Hart

De gedachte waarmee Henks dag begint – het hart klopt – is een overblijfsel van een discussie die hij de dag ervoor met een jonge collega voerde. Volgens deze collega is het hart slechts een pomp – het klopt en verder niets. Een kille kijk, vindt Henk. Want lichaamsdelen zijn meer dan slechts dát, ze lenen zich goed voor beeldspraak om onze gevoelens te verwoorden. Het hart mag een pomp zijn, maar wanneer we verliefd zijn ‘loopt het over’ bijvoorbeeld. Henk is het met zijn collega eens dat hij ook maar van spul gemaakt is, maar na zijn dood komt het wellicht weer samen in iets anders. Het is onderdeel van een groots verhaal, vindt hij.

Hiermee tilt Kollaard zijn verhaal over een dag uit het leven van een hond en zijn baas uit boven het beschrijvende. Op een subtiele manier gaat de roman ook over het vertellen van verhalen, waarmee Kollaard langs dezelfde thematiek scheert als van zijn vorige verhalenbundel Levensberichten. Verhalen zijn, laat hij zijn personage zeggen, de basale vorm van ons begrip. We hebben ze nodig voor coherentie, zonder verhalen zijn er alleen maar betekenisloze onderdelen. Net zo betekenisloos als de organen en lichaamsdelen waaruit we bestaan. Want, ja: spul zijn we. Maar ‘poëtisch spul’.

Deze recensie is geschreven voor Literair Nederland en ook aldaar te lezen.

Sander Kollaard - Uit het leven van een hond | paperback, 192p. | 1e dr. Van Oorschot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *