In tweeën gedeeld

Over Serotonine van Michel Houellebecq

Michel Houellebecq - Serotonine‘Het is een wit, ovaal, deelbaar tabletje.’ Met deze mededeling begint Serotonine, de vorig jaar verschenen roman van Michel Houellebecq. Het is de beschrijving van het anti­depres­sivum dat de hoofdpersoon slikt. Natuurlijk is ook deze figuur een man en van middelbare leeftijd – hoe kan het anders in een roman van Houellebecq. Ook de laatste zinnen van het eerste hoofdstuk zijn typerend: ‘De meest voor­komen­de nadelige bijwerkingen van Captorix waren misse­lijk­heid, verdwijning van libido en impotentie. Van misse­lijk­heid heb ik nooit last gehad.’

Gelukshormoon

Aan het begin van Serotonine emmert de hoofdpersoon wat over zijn naam. Er is van alles mis met zijn voornaam: Florent-Claude. Over zijn achternaam heeft hij het niet, maar die is veelzeggend genoeg om ook even bij stil te staan. Zo’n naam die je van de straatnaambordjes wel kent, maar ik moest even opzoeken wat hij ook weer precies gedaan had. Labrouste – dat wil zeggen: de Henri van de straatnamen – was als architect van onder andere de prachtige Bibliothèque Sainte-Geneviève in Parijs aanhanger van de rationalistische visie. Rationalisme dus, en een roman die Serotonine heet, genoemd naar de neurotransmitter die ook wel het ‘gelukshormoon’ wordt genoemd. Van meet af aan is duidelijk dat het niet goed zit met het gevoelsleven van Houellebecqs personage.

Florent-Claude is geen vreemde in Houellebecqs literaire universum. Geen van diens hoofd­personen is gelukkig. Zie bijvoorbeeld wat de hoofdpersoon in Onderworpen opmerkt – nota bene in de eerste alinea al:

Meteen de volgende ochtend (of misschien dezelfde avond nog, dat kan ik niet met zekerheid zeggen, de avond van mijn promotie was eenzaam en erg alcoholisch) begreep ik dat een deel van mijn leven ten einde was, en waarschijnlijk het beste deel.

In ieder werk van Houellebecq kun je zijn personages iets vergelijkbaars horen zeggen. Het zijn alle protagonisten die zich bedienen van de moderne gemakken: van magnetronmaaltijden tot internetporno. Maar alle gemakken en vrijheden maken hen niet gelukkig. In ieder geval niet voor langere tijd. Aan de periode van geluk van Michel in Platform komt bruut een einde wanneer hij zijn geliefde verliest bij een terroristische aanslag.

Leemte

Het lezen van Houellebecq doet me regelmatig denken aan Frans Kellendonk. In het bijzonder aan de volgende zin uit het essay ‘Beeld en gelijkenis’ uit De veren van de zwaan: ‘Ik heb in het hart van de schepping een leemte ontdekt waar God, als Hij bestaat, mooi in zou passen.’ Houellebecqs literaire program wordt vaak samengevat met de zinnen: ‘Elke samenleving heeft haar zwakke punten, haar wonden. Leg je vinger op de wond, en druk goed hard.’ Gezien zijn kritiek op de moderne Westerse maatschappij is dat inderdaad geen vreemde samen­vatting. Maar wel een wat beperkte; volgens mij doen Houellebecqs romans meer. Ik lees zijn boeken ook als onderzoek naar genoemde leemte en wat daar in zou passen.

Houellebecqs vorige roman Onderworpen kun je lezen als een vraag of een god, in casu Allah, die leemte inderdaad kan opvullen. In eerdere romans kijkt Houelle­becq voor antwoorden in de richting van seksuele vrijheid, schier ongebreidelde consumptie­mogelijk­heden, onsterfe­lijk­heid, of bijvoorbeeld all-inclusive vakanties waarop – het zal ook niet – ook voor seksueel genot wordt gezorgd. Een van de serieuzer te overwegen mogelijk­heden die Houellebecq in zijn romans onderzoekt, is liefde.

Tekort aan serotonine

In de romans van Houelle­becq zijn sporen van Schopenhauers denken zichtbaar. Het hoeft dus ook niet te verbazen dat seks, samen met liefde volgens Schopenhauer zo ongeveer onze belangrijkste drijfveren in het leven, zo’n grote rol speelt in Houellebecqs boeken. Ook in Serotonine, zij het door de afwezigheid ervan. Florent-Claude houdt niet meer van zijn geliefde en verlaat haar in het begin van de roman. Hij heeft zijn libido verloren en hij is depressief. Wat rest hem nog in het leven?

Hij wil het liefst verdwijnen en daartoe neemt hij zijn intrek in een tamelijk anoniem hotel in Parijs, een van de weinige waar hij nog kan roken. De rest van de roman denkt hij terug aan zijn voormalige geliefden. Met een enkele spreekt hij nog een keer af – wat uiteraard een ontluis­teren­de ontmoeting oplevert. Met weemoed denkt hij terug aan zijn grote liefde Camille en hij bedenkt dat hij met haar echt gelukkig was.

Maar zouden liefde en seks echt voor een duurzaam geluk zorgen? Dat zou een wat al te simpele lezing van Serotonine zijn. Op het niveau van neuro­trans­mitters bekeken wordt Florent-Claudes depressie veroorzaakt door een tekort aan serotonine. Natuurlijk kun je de twee niet zomaar gelijkstellen, maar in het licht van de titel is het toch aardig om even te vermelden dat een seroto­nine­­tekort ook juist optreedt in staat van verliefd­heid. Alsof Houelle­becq met deze titel wil benadrukken dat in deze roman de liefde niet de oplossing gaat bieden.

De wereld als markt en strijd

Waar zou de oorzaak van depressie kunnen liggen? In zijn boek Intimiteit werpt hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse Paul Verhaege de vraag op of de bevrijding die we sinds de jaren zestig kennen (bevrijding van religie, seksuele vrijheid) wel echt een bevrijding is. Misschien hebben die domeinen simpelweg aan belang ingeboet ten faveure van een ander: de markt. Zowat alles is tegen­woordig aan markt­wer­king onderhevig en ieder mens wordt continu beoordeeld en beconcurreerd. De stress die dat geeft is in zijn ogen goeddeels veroorzaker van angst en depressie.

Deze zienswijze klinkt geenszins vreemd voor wie het werk van Houelle­becq kent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Verhaege de titel van Houelle­becqs eerste roman in dit verband aanhaalt: De wereld als markt en strijd. En het gevolg daarvan, een depressie, zal tegen 2030 de belangrijkste ziekte van de mens zijn volgens de WHO. Florent-Claude mag ook zijn persoonlijke redenen hebben voor zijn depressie, Verhaege ziet in de moderne samenleving ook een belangrijke oorzaak.

Wanneer Florent-Claude zijn oude studievriend Aymeric opzoekt, ziet hij hem ten ondergaan aan de wetten van de markt. Aymeric komt uit een oud adellijk geslacht met veel land in Normandië, maar als melkboer heeft hij het moeilijk. Hij houdt een Normandisch ras dat goede kwaliteit melk geeft, maar wel minder opbrengt dan andere rassen. Voor het voer gebruikt hij geen genetisch gemodificeerde mais.

‘Nee, ik houd me aan de bioregels, en bovendien wil ik zo min mogelijk maïs gebruiken, een koe eet in principe gras. Nou ja, ik probeer het allemaal correct te doen, het is hier geen intensief veeteelt­bedrijf, je hebt het zelf kunnen zien de koeien hebben de ruimte, en ze gaan elke dag wel even naar buiten, zelfs in de winter. Maar hoe meer ik probeer alles correct te doen, hoe minder ik erin slaag het hoofd boven water te houden.’

Het harde werken heeft hem zijn huwelijk gekost. Ieder jaar moet hij stukken land verkopen om zijn verliezen goed te maken. De verhuur van bungalows die hij op zijn land heeft gezet brengt niet genoeg extra inkomsten binnen. Ook de andere boeren uit de streek kunnen niet op tegen de producten die goedkoper van elders worden ingevoerd. De wereld als markt en strijd.

Gele hesjes

Houellebecqs romans worden nog wel eens voorspellende kwaliteiten toegedicht. Terroristische aanslagen in het verleden, nu de protesten van de gilets jaunes. In Serotonine leidt de onvrede van de Normandische boeren tot een gewelddadig protest dat inderdaad doet denken aan dat van de gele hesjes. En in Nederland hebben we inmiddels kennis gemaakt met het tuig van de Farmers Defence Force dat met trekkers provinciehuizen bestormde. Toen ik vorig jaar Serotonine voor het eerst las, vond ik Houelle­becq een beetje overdrijven met de beschrijving van het protest. Inmiddels moet ik toegeven dat de werke­lijk­heid erg zijn best doet om er niet voor onder te doen.

Maar had Houelle­becq dit echt voorspeld? Dat vind ik toch wat overdreven, al hij zit de tijd zonder meer dicht op de huid. De onvrede van diegenen die op het platteland wonen is al enkele jaren voelbaar. Niet alleen in Frankrijk. Op veel meer plekken is er een groot onbehagen bij hen buiten de grote steden. Ze delen niet in de winsten van de geglobaliseerde wereld. Sterker nog: er is geen gemeenschap die zich om hen bekommert; als arbeid elders goedkoper is, verliezen ze hun baan.

‘En denkt u dat er nooit beschermende maatregelen zullen worden genomen? Acht u dat totaal onmogelijk?’ Frank [een van de andere boeren, jh] klonk merkwaardig onthecht en afwezig, alsof hij informeerde naar curieuze vormen van lokaal bijgeloof.
‘Totaal onmogelijk,’ oordeelde ik zonder aarzelen.

Niemand die de boeren beschermt – precies daarom komen ze in opstand. Ze horen er niet meer bij. Europa is geen gemeenschap meer voor alle burgers, en ook Frankrijk niet voor zijn inwoners. De gemeenschap is gedeeld: er is een succesvolle elite en een groep, veelal woonachtig op het platteland, naar wie niet meer wordt omgezien. En hier moet ik weer aan Frans Kellendonk denken. Zijn laatste roman heet Mystiek lichaam, naar het paulinische beeld van een samenleving als één organisme.

Het gevoel daar geen deel van uit te maken stort Aymeric in zijn depressie. Hetzelfde geldt voor Florent-Claude: ook hij is met niemand verbonden, een eiland op zichzelf. Over zijn plan om te verdwijnen merkt hij op: ‘ik zou een vrijwillig vermiste worden, en mijn geval was bijzonder eenvoudig, ik hoefde niet aan een echtgenote of een geduldig opgebouwd sociaal netwerk te ontsnappen (…).’ Zou iets als gemeenschapszin in de leemte van de schepping passen? Houelle­becq geeft het antwoord niet in Serotonine. Maar het ontbreken ervan, een in tweeën gedeelde samenleving, zoveel wordt duidelijk, brengt geen goeds. En tegen dat ongeluk is een deelbaar tabletje niet de remedie.

De avond van de laatste presidents­verkiezing in Frankrijk bracht ik door in gezelschap van Fransen, half-Fransen, iemand die heel graag Frans had willen zijn en wat andere vrienden. Een van deze vrienden – hij woonde in een dorp – had eieren van eigen kippen meegebracht. Hij wilde ons, hier in Amsterdam, eraan herinneren dat de groot­stedeling de perifere gebieden nogal eens veronachtzaamt, maar dat hij als het erop aankomt, afhankelijk is van het platteland. Een mooi gebaar en een terechte herinnering, passend bij het grote thema van de strijd om het president­schap tussen Emmanuel Macron en Marine Le Pen. Wie niet zo’n vriend heeft om hem daaraan te herinneren, leze Serotonine.

Michel Houellebecq - Serotonine | vert. Martin de Haan | halflinnen, 304 p. | 1e dr. De Arbeiderspers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *